<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2022:10023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-24T08:01:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2022-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.316.015</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:10023">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2022:10023</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-11-23T09:37:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-11-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2022:10023 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 22-11-2022 / 200.316.015</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2022:10023:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 360 lid 2 Rv: verzoek beslissing rechtbank verhuizing zoon van Nederland naar Canada alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2022:10023:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN			</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.316.015/02</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 540657)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 22 november 2022 op het verzoek tot schorsing</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats [woonplaats1] , Canada<emphasis role="italic">, </emphasis><?linebreak?>verzoekster,</para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. V.L.E. Uijterwaal in Utrecht, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>woonplaats [woonplaats2] ,</para>
      <para>verweerder,</para>
      <para>verder te noemen: de vader,</para>
      <para>advocaat: mr. H.P. Scheer in Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 25 augustus 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking). Bij deze beschikking heeft de rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para>1. bepaald dat de zoon van partijen [de minderjarige] zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft;</para>
    <para>2. de moeder vervangende toestemming verleend om met [de minderjarige] naar Canada, [woonplaats1]</para>
    <para> te verhuizen, vanaf de datum waarop deze beschikking onherroepelijk is;</para>
    <para>3. de volgende zorgregeling vastgesteld:</para>
    <para>- [de minderjarige] verblijft jaarlijks tijdens de voorjaarsvakantie in maart gedurende twee weken bij de </para>
    <para>	vader in Nederland;</para>
    <para>- [de minderjarige] verblijft jaarlijks tijdens de zomervakantie vijf weken in juni en juli bij de vader in</para>
    <parablock>
      <para>	Nederland. Het verblijf zal zo worden gepland dat [de minderjarige] op de verjaardag van oma [naam1] </para>
      <para>	bij de vader verblijft;</para>
    </parablock>
    <para>- [de minderjarige] verblijft jaarlijks drie weken in november en december (waaronder ook de</para>
    <parablock>
      <para>	Sinterklaasviering) bij de vader in Nederland. Het verblijf zal zo worden gepland dat [de minderjarige] </para>
      <para>	op de verjaardag van opa [naam1] bij de vader verblijft;</para>
    </parablock>
    <para>- wanneer de vader naar Canada komt, kan [de minderjarige] in overleg met de moeder bij de </para>
    <para>	vader verblijven;</para>
    <para>- wanneer de moeder met [de minderjarige] naar Nederland komt, kan [de minderjarige] in overleg met de moeder bij de vader verblijven;</para>
    <para>- als [de minderjarige] en de vader dat willen kunnen zij dagelijks contact met elkaar hebben via</para>
    <para>	(video)bellen;</para>
    <para>- de moeder zal de vader wekelijks per e-mail informeren over [de minderjarige] en hem wekelijks een</para>
    <para>	foto van [de minderjarige] toesturen.</para>
    <para>4. de moeder vervangende toestemming verleend om [de minderjarige] in te schrijven bij [de school] </para>
    <para> in Canada;</para>
    <para>5. bepaald dat de ouders allebei hun eigen proceskosten moeten betalen;</para>
    <para>6. de verzoeken van de moeder voor het overige afgewezen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is <emphasis role="underline">niet</emphasis> uitvoerbaar bij voorraad verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van 17 oktober 2022 is het verzoek van de moeder tot herstel van de bestreden beschikking afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2.	Het geding in hoger beroep in de hoofdzaak en met betrekking tot het verzoek tot schorsing</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift tevens verzoek tot schorsing met producties, ingekomen op 14 september </para>
      <para>2022;</para>
      <para>- het verweerschrift op het schorsingsverzoek;</para>
      <para>- twee journaalberichten van mr. Uijterwaal van 28 oktober 2022 met producties;</para>
      <para>- een journaalbericht van mr. Scheer van 30 oktober 2020 met producties;</para>
      <para>- een journaalbericht van mr. Uijterwaal van 4 november 2022 met producties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 7 november 2022  plaatsgevonden. Aanwezig waren:</para>
      <para>- de advocaat van de moeder;</para>
      <para>- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.</para>
      <para>De moeder was niet aanwezig.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Aan de orde is het verzoek van de moeder  de bestreden beschikking alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, voor zover het de onder 1, punt 1 tot en met 4 genoemde beslissingen betreft. De vader voert hiertegen gemotiveerd verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Hoger beroep schorst de werking, tenzij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Op grond van artikel 360 lid 2, eerste volzin, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan ook de rechter in hoger beroep de beschikking van de rechtbank uitvoerbaar bij voorraad verklaren. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Het hof gaat uit van de overwegingen en beslissingen van de beschikking van de rechtbank. De kans van slagen van het hoger beroep blijft daarbij buiten beschouwing. Nu de rechtbank een gemotiveerde beslissing heeft gegeven ten aanzien van de uitvoerbaar verklaring bij voorraad van de bestreden beschikking is alleen plaats voor een andere beslissing:<?linebreak?>i) als verzoeker feiten en omstandigheden heeft genoemd die na de uitspraak van de rechtbank zijn gebeurd of aan het licht zijn gekomen, en die kunnen rechtvaardigen dat van die eerdere beslissing wordt afgeweken, of<?linebreak?>ii) als blijkt dat de beslissing van de rechtbank op een kennelijke misslag berust.<?linebreak?>Voor een belangenafweging is geen plaats.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof is van oordeel dat de moeder geen feiten of omstandigheden heeft genoemd </para>
        <para>die na de uitspraak van de rechtbank zijn gebeurd die rechtvaardigen dat van de bestreden beschikking wordt afgeweken. Anders dan de moeder stelt heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat de moeder naar Canada zou gaan en [de minderjarige] voor de duur van het hoger beroep in Nederland zou blijven, dat de verstandhouding tussen de ouders slecht is en dat er zorgen zijn over het welzijn van [de minderjarige] . Tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door de vader heeft de moeder niet aangetoond dat de zorgen om [de minderjarige] zijn verergerd sinds haar vertrek naar Canada. De door de moeder getoonde mails van het buurtteam en een gespreksverslag van school bieden geen steun voor dat standpunt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De moeder stelt verder dat er onvoldoende rust is voor [de minderjarige] in de thuissituatie bij de vader. Een vaste structuur voor [de minderjarige] ontbreekt. De moeder vermoedt dat de vader met [de minderjarige] is verhuisd naar een groter appartement omdat hij is gaan samenwonen met zijn vriendin en haar twee kinderen. De vader betwist dat. De vader heeft toegelicht dat hij is verhuisd naar een groter appartement omdat hij daar ook zijn bedrijf uitoefent. Volgens de vader gaat het naar omstandigheden goed met [de minderjarige] . Hij heeft de zorg voor [de minderjarige] goed op orde. De vader haalt [de minderjarige] met uitzondering van de woensdagmiddag op alle dagen uit school, hij heeft met ouders van twee vriendjes van [de minderjarige] afgesproken dat ze om en om drie kinderen mee naar huis nemen op de woensdagmiddag. De vriendin van de vader is af en toe bij hem thuis, maar zij heeft een eigen woning en gezin en zij vangt [de minderjarige] niet op na school. Het hof heeft vooralsnog geen reden om aan te nemen dat deze informatie van de vader niet klopt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De beslissing van de rechtbank berust ook niet op een kennelijke misslag. Daarvan is sprake als voor iedereen duidelijk is dat de rechtbank een juridische of feitelijke fout heeft gemaakt. Dat de rechtbank voor de situatie dat [de minderjarige] in Nederland bij zijn vader woont en de moeder in Canada geen zorgregeling tussen de moeder en [de minderjarige] heeft vastgesteld, is naar het oordeel van het hof geen kennelijke misslag. Dat zou voor de ouders wel een reden kunnen zijn alsnog een zorgregeling af te spreken of de rechter te vragen die vast te stellen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Nu er geen gronden zijn om de bestreden beschikking alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zal het hof het verzoek van de moeder afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek van de moeder af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, K.A.M. van Os-ten Have en S. Kuijpers, leden, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard, griffier, en is op 22 november 2022 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>