<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:9982</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-26T10:39:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.292.103/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:9982">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:9982</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-26T10:39:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:9982 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-10-2021 / 200.292.103/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:9982:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hof wijst verzoek van ouders tot gezamenlijk ouderlijk gezag af. Er is sprake van een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing. Recent is gevraagd om onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel van de moeder. Gezamenlijk gezag is in strijd met de belangen van het kind dat behoefte heeft aan duidelijkheid en rust.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:9982:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.292.103</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 172735)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 19 oktober 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats1] ,<?linebreak?>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. H.L. Thiescheffer te Leeuwarden,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats2] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>advocaat: mr. H.L. Thiescheffer te Leeuwarden, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">William Schrikker Stichting Jeugdbescherming &amp; Jeugdreclassering</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>verder te noemen: de GI.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad voor de kinderbescherming,</emphasis>
      </para>
      <para>regio Noord-Nederland, locatie Leeuwarden,</para>
      <para>verder te noemen: de raad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 13 januari 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 19 maart 2021;</para>
      <para>- het verweerschrift van de GI;</para>
      <para>- een brief van de raad met bijlage(n);</para>
      <para>- een journaalbericht namens de moeder en [verzoeker] van 31 maart 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 24 september 2021 plaatsgevonden. De moeder is verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Namens de GI is [naam1] verschenen. Namens de raad is [naam2] verschenen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [de minderjarige] is de dochter van de moeder. [de minderjarige] is geboren [in] 2012. De moeder oefent alleen het ouderlijk gezag over haar uit. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [de minderjarige] heeft een aantal jaren geleden een periode onder toezicht gestaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Sinds 10 februari 2020 staat [de minderjarige] opnieuw onder toezicht van de GI. Ook is [de minderjarige] sinds die datum met toestemming (machtiging) van de kinderrechter uit huis geplaatst. De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing gelden tot 24 april 2022. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Nadat [de minderjarige] eerst in een crisispleeggezin heeft gewoond, woont ze nu in een pleeggezin (meeleefouders), waar ze ook kan blijven wonen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking is het verzoek van de moeder en [verzoeker] om te bepalen dat zij gezamenlijk met het gezag over [de minderjarige] worden belast, afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De moeder en [verzoeker] zijn met één grief in hoger beroep gekomen van de beschikking van 13 januari 2021. Deze grief beoogt het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. De moeder en [verzoeker] verzoeken het hof de bestreden beschikking te vernietigen en hen alsnog gezamenlijk met het gezag te belasten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De GI voert verweer en zij verzoekt het ingestelde hoger beroep niet ontvankelijk te verklaren, dan wel het ingestelde hoger beroep af te wijzen en de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>In artikel 1:253t lid 1 BW is bepaald dat indien het gezag over een kind bij één ouder berust, de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder, die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind kan belasten. Vast staat dat de situatie zoals voorzien in lid 2 van het artikel (het kind staat tevens in familierechtelijke betrekking tot een andere ouder), zich hier niet voordoet. Op grond van artikel 1:253t lid 3 BW wordt het verzoek als bedoeld in lid 1 slechts afgewezen indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Het hof neemt aan dat er sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen [verzoeker] en [de minderjarige] , omdat er sprake is van een gezamenlijk verzoek van de moeder en [verzoeker] en zij beiden hebben verklaard dat [verzoeker] sinds 2018 een belangrijke rol heeft gespeeld in het leven van [de minderjarige] . Vervolgens moet worden beoordeeld of er gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van [de minderjarige] zouden worden verwaarloosd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Evenals de rechtbank en op dezelfde gronden als de rechtbank, die het hof na eigen onderzoek overneemt en tot de zijne maakt, is het hof van oordeel dat er gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging van het verzoek de belangen van [de minderjarige] zouden worden verwaarloosd. Het hof voegt hier verder nog het volgende aan toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Het verzoek van de moeder en [verzoeker] om [verzoeker] samen met de moeder met het gezag over [de minderjarige] te belasten is ingegeven vanuit de wens van de moeder om samen met [verzoeker] de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] weer op zich te nemen na een thuisplaatsing van [de minderjarige] . Een thuisplaatsing van [de minderjarige] bij de moeder is op dit moment echter niet aan de orde. De zorgen die door de rechtbank zijn geschetst over de ontwikkeling van [de minderjarige] zijn sinds de beslissing van de rechtbank niet afgenomen. Er is sprake van een verzwaarde opvoedingsvraag als gevolg van een ontwikkelingsachterstand en hechtingsproblemen bij [de minderjarige] . De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn recent met een jaar verlengd en de GI heeft de raad verzocht een onderzoek in te stellen naar de noodzaak van een gezagsbeëindigende maatregel, omdat het perspectief van [de minderjarige] wat de GI betreft niet langer bij de moeder ligt. Gelet op de zorgen over de ontwikkeling van [de minderjarige] en de rust, structuur en duidelijkheid die [de minderjarige] nodig heeft, zou gezamenlijk gezag van de moeder en [verzoeker] , in het licht van hun bedoeling om [de minderjarige] samen op te voeden, in strijd zijn met de belangen van [de minderjarige] . Het hof is daarom van oordeel dat op grond van het bovenstaande aannemelijk is dat er gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging van het verzoek de belangen van [de minderjarige] zouden worden verwaarloosd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 13 januari 2021; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. I.M. Dölle, C. Koopman en M. Weissink, bijgestaan door mr. M. Oevering als griffier, en is op 19 oktober 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>