<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:8850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-12T12:40:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.277.580/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:8850">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:8850</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-10-12T12:40:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:8850 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 21-09-2021 / Wahv 200.277.580/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:8850:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 5 Wahv. De enkele mededeling van de ambtenaar dat de bestuurder 'van hem afreed', is onvoldoende om te kunnen concluderen dat er geen reële mogelijkheid was de bestuurder staande te houden. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:8850:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.277.580/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 221993574 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 21 september 2021</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 19 februari 2020, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
      <para>beweerdelijk optredende voor </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Stichting [betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] .</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>Mr. Lagas heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. De kantonrechter heeft het beroep bij de bestreden beslissing niet-ontvankelijk verklaard, omdat mr. Lagas geen geldige machtiging heeft verstrekt, ook niet nadat hij daarvoor een termijn had gekregen. </para>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter is, naar analogie van artikel 8:24, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb), bevoegd van een pretense gemachtigde te verlangen dat deze een schriftelijk bewijs van machtiging overlegt ten einde vast te stellen of degene die zich als gemachtigde van een betrokkene aandient daartoe werkelijk bevoegd is. </para>
    <para />
    <para>3. Indien de kantonrechter vaststelt dat een schriftelijke machtiging als hiervoor bedoeld ontbreekt dan wel niet toereikend is, kan niet-ontvankelijkverklaring volgen indien de pretense gemachtigde schriftelijk in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen, het verzuim niet binnen de in de brief genoemde termijn is hersteld en daarbij is meegedeeld dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen als het verzuim niet binnen die termijn is hersteld (vgl. het arrest van 11 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:6361). </para>
    <para>4. Bij (tussen)beslissing van 9 oktober 2019 is mr. Lagas op het verzuim gewezen en is hem een termijn van vier weken geboden om alsnog een machtiging over te leggen. Voornoemde beslissing laat echter onvermeld dat niet-ontvankelijkverklaring kan volgen indien het verzuim niet binnen de gestelde termijn is hersteld. Gelet op hetgeen onder 3. is overwogen mocht het beroep daarom niet niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
    <para />
    <para>5. Het voorgaande brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter moet worden vernietigd. Vervolgens zal het hof overgaan tot de beoordeling van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, waarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Het hof beschouwt het hoger beroep als ingesteld namens de betrokkene.</para>
    <para />
    <para>6. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “niet de rijbaan gebruiken door te rijden over het trottoir, voetpad, (brom) fietspad of ruiterpad”. Deze gedraging zou zijn verricht op 27 november 2018 om 18:50 uur op de Walenburgerweg in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>7. Namens de betrokkene wordt de gedraging niet betwist, maar volgens de gemachtigde is er  sprake van omstandigheden die nopen tot matiging van het bedrag van de sanctie. De betrokkene was met haar huisgenoot, wiens vader met spoed was opgenomen, onderweg naar het ziekenhuis toen zij werden geconfronteerd met enkele wegblokkeringen die slechts gepasseerd konden worden door over het fietspad te rijden. Hierbij is geen gevaar ontstaan voor andere weggebruikers. Verder voert de gemachtigde aan dat de ambtenaar ten onrechte niet is overgegaan tot staandehouding. Hiertoe bestond immers een reële mogelijkheid, nu de betrokkene van de ambtenaar afreed en de rijrichting derhalve duidelijk was.   </para>
    <para />
    <para>8. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.</para>
    <para />
    <para>9. Over de reden waarom de ambtenaar de bestuurder niet heeft staandegehouden heeft de ambtenaar in het zaakoverzicht het volgende verklaard: “Ik kon geen staandehouding verrichten omdat betrokkene van mij afreed.”</para>
    <para />
    <para>10. Dat de betrokkene van de ambtenaar afreed, houdt niet noodzakelijkerwijs in dat geen staandehouding kon worden verricht. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt niet waarom de betrokkene niet kon worden gemaand te stoppen of achterna kon worden gereden teneinde de bestuurder staande te houden. Bij deze stand van zaken kan het hof niet vaststellen dat er zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Dat brengt mee dat de sanctie niet aan de betrokkene als kentekenhouder had mogen worden opgelegd, zodat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het voorgaande brengt mee dat de overige bezwaren geen bespreking behoeven.</para>
    <para />
    <para>11. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal voor het telefonisch horen in administratief beroep geen half punt toekennen. De gemachtigde heeft verzocht te worden gehoord, terwijl het verslag van de hoorzitting vermeldt dat de gemachtigde geen aanvulling heeft. Naar het oordeel van het hof is daarom geen sprake van kosten die een partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken in de zin van artikel 13a, eerste lid, van de Wahv. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 534,- en voor het (hoger) beroep € 748,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.015,- (= 1 x € 534,- x 0,5 + 2 x € 748,- x 0,5).</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
      </para>
      <para>Het gerechtshof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.015,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Eskandari als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>