<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:8834</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-23T08:01:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-09-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.290.667</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:8834">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:8834</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-09-22T10:38:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-09-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:8834 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 21-09-2021 / 200.290.667</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:8834:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hoger beroep ingediend zonder instemming bewindvoerder.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:8834:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.290.667</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Overijssel 253740)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 21 september 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>ten tijde van de indiening van het beroepschrift wonende te [woonplaats1] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de man,</para>
      <para>thans zonder advocaat,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende op een geheim adres,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat: mr. E.G. Blankestijn te Almelo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als belanghebbende is verder opgeroepen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de bewindvoerder]
        </emphasis> h.o.d.n. <emphasis role="bold">[naam1]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verder te noemen: de bewindvoerder van de man.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 20 november 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (verder ook : de bestreden beschikking).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het beroepschrift met producties, ingekomen op 20 februari 2021;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift met producties, en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een journaalbericht van mr. de Widt van 3 juni 2021 met een productie<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft op 1 september 2021 plaatsgevonden. Daar is verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat.</para>
        <para>De man is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De bewindvoerder is evenmin verschenen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Het huwelijk van partijen is [in] 2019 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 29 mei 2019 in de registers van de burgerlijke stand.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De man en de vrouw zijn de ouders van [de minderjarige] , geboren [in] 2007 in [plaats1] (Polen). [de minderjarige] heeft zijn hoofdverblijfplaats bij de vrouw.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>De kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, heeft in een beschikking van 19 februari 2021 wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden een bewind ingesteld over alle goederen die man (zullen) toebehoren. [de bewindvoerder] , handelende onder naam [naam1] , is daarbij benoemd tot bewindvoerder.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>In de bestreden beschikking heeft de rechtbank, uitvoerbaar bij voorraad, bepaald dat de man met ingang van 31 augustus 2020 aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] moet betalen van € 300,- per maand en de proceskosten gecompenseerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De man is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.</para>
        <para>De man verzoekt het hof, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, de vrouw alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, dan wel haar die verzoeken te ontzeggen, dan wel de kinderalimentatie met ingang van 31 augustus 2020 op nihil te stellen, dan wel een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vrouw voert verweer en zij verzoekt de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken in hoger beroep dan wel het door hem verzochte te ontzeggen onder bekrachtiging van de bestreden beschikking.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De overwegingen voor de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rechtsmacht en toepasselijk recht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Gelet op het feit dat de man en de vrouw de Poolse nationaliteit bezitten heeft deze zaak een internationaal karakter en dient het hof ambtshalve de rechtsmacht te onderzoeken. Het hof is van oordeel dat de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt op grond van artikel 3 van de Verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Ten aanzien van het toepasselijk recht zijn geen grieven opgeworpen, zodat ook het hof Nederlands recht zal toepassen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ontvankelijkheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Het hof stelt vast dat ten tijde van het indienen het beroepschrift op 20 februari 2021 een bewind was ingesteld over alle goederen die man (zullen) toebehoren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 1:441, eerste lid, Burgerlijk Wetboek vertegenwoordigt de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende - de man - in en buiten rechte met betrekking tot handelingen die de onder bewind staande goederen betreffen. De bewindvoerder treedt in een geding over een onder bewind gesteld goed op als formele procespartij ten behoeve van de rechthebbende. Dat is ook het geval als tegen een rechterlijke uitspraak in een zodanige procedure een rechtsmiddel wordt ingesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Dit betekent dat niet de man zelf maar zijn bewindvoerder namens hem in hoger beroep had dienen te gaan. Het hof heeft de bewindvoerder opgeroepen ter mondelinge behandeling in hoger beroep op 1 september 2021 in het geding te verschijnen om dit als formele procespartij over te nemen. De bewindvoerder is niet verschenen en heeft ook niet op andere wijze kenbaar gemaakt het geding als formele procespartij over te nemen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot het oordeel dat de man, nu hij niet procesbekwaam is, niet kan worden ontvangen in zijn verzoek in hoger beroep en dat aan een inhoudelijke beoordeling niet wordt toegekomen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, J.B. de Groot en J.U.M. van der Werff, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 21 september 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>