<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:7813</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-16T14:31:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">TBS P21/0189</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:7813">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:7813</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-08-16T14:29:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:7813 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 12-08-2021 / TBS P21/0189</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:7813:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof vernietigt de beslissing waarvan beroep en wijst de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling af, waardoor de maatregel eindigt. Er zijn geen redenen die aan een beëindiging van de maatregel in de weg staan. Het hof wijst in het bijzonder op de update van het verlengingsadvies van de reclassering en de verklaring van de deskundige ter zitting. Het recidiverisico is teruggebracht tot een zodanig beperkt niveau dat het verantwoord is de terbeschikkingstelling te beëindigen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:7813:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P21/0189 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 12 augustus 2021</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969,</para>
    <para>wonende aan [adres] te [woonplaats] .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 23 februari 2021, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg met een verklaring over de begeleiding overlegd door de raadsman;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de beslissing waarvan beroep;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de akte van het instellen van beroep van de terbeschikkinggestelde van 8 maart 2021;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de appelschriftuur van 18 maart 2021;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de aanvullende informatie van GGZ Fivoor TBS Zuid van 16 juli 2021.</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 5 augustus 2021 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door haar raadsman mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp en de advocaat-generaal mr. V. Smink.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Update verlengingsadvies van de reclassering d.d. 16 juli 2021 en de deskundige ter zitting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De reclassering adviseert de terbeschikkingstelling onvoorwaardelijk te beëindigen. De reclassering acht het niet langer noodzakelijk dat de resocialisatie van de terbeschikkinggestelde binnen de maatregel wordt voortgezet. Verondersteld wordt dat levenslange behandeling en begeleiding noodzakelijk zal zijn, maar dat deze voldoende zijn geborgen zonder de maatregel van terbeschikkingstelling. De terbeschikkinggestelde toont zich gemotiveerd voor behandeling hetgeen wordt bevestigd door haar huidige behandelaar van de Forensische Polikliniek van GGZ Fivoor. De terbeschikkinggestelde heeft te kennen gegeven open te staan voor continuering van de huidige behandeling en inname van medicatie, ook na beëindiging van de maatregel. Zowel de behandelaren als GGZ Reclassering Fivoor zijn van mening dat, gezien de lage kans op recidive, het niet noodzakelijk is de resocialisatie voort te zetten in het kader van de maatregel van terbeschikkingstelling. Uit overleg met de begeleide woonvorm is tevens gebleken dat de terbeschikkinggestelde ook na beëindiging van de maatregel kan blijven wonen op de huidige locatie op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning welke zal worden aangevraagd na beëindiging van de maatregel.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en haar raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De terbeschikkinggestelde en haar raadsman hebben zich ter zitting op het standpunt gesteld dat beëindiging van de terbeschikkingstelling dient te volgen, aangezien de terbeschikkinggestelde hard heeft gewerkt om te komen waar zij nu is en de hulp die voor haar is opgezet aanvaard. De terbeschikkinggestelde ziet het nut en de noodzaak in van de hulp en begeleiding die zij momenteel krijgt. Zij zal hieraan blijven meewerken, ook na beëindiging van de terbeschikkingstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat vernietiging van de beslissing van de rechtbank dient te volgen en dat beslist kan worden tot beëindiging van de terbeschikkingstelling. Het recidiverisico is de afgelopen jaren sterk afgenomen, wat de verdienste van de terbeschikkinggestelde zelf is geweest. Op basis van de stukken kan worden geconcludeerd dat het recidiverisico kan worden ingeschat als laag. </para>
      <para>Wel is de terbeschikkinggestelde de rest van haar leven aangewezen op behandeling en begeleiding. De begeleiding en behandeling is op het moment goed geregeld en zal niet wegvallen als de terbeschikkingstelling wordt beëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal de beslissing waarvan beroep vernietigen. Het hof is van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen niet langer verlenging van de terbeschikkingstelling vereist en dat derhalve de vordering van het openbaar ministerie dient te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De primaire doelstelling van de maatregel van terbeschikkingstelling is de beveiliging van de samenleving. De maatregel wordt opgelegd aan personen die een ernstig delict hebben gepleegd en bij wie ten tijde van het begaan van dat delict een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond die (mede) van invloed is geweest op het plegen van het delict. Behandeling van die stoornis is dan noodzakelijk om het recidivegevaar tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. Ten tijde van het opleggen van de terbeschikkingstelling heeft de rechter een zodanig gevaar voor herhaling van ernstige delicten aanwezig geacht dat het opleggen van de maatregel noodzakelijk is bevonden. De terbeschikkingstelling is formeel ingegaan op 28 januari 2011 en loopt thans ruim tien jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof constateert op grond van de stukken en hetgeen bij het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen dat de terbeschikkinggestelde de benodigde behandeling en begeleiding heeft aanvaard, wat heeft geleid tot een positieve ontwikkeling en afname van het recidiverisico. Binnen het kader van de opgezette begeleiding en hulp wordt in gestructureerde omstandigheden en bij continuering van de inname van medicatie het recidiverisico als laag ingeschat. In het advies van GGZ Reclassering Fivoor van 16 juli 2021 wordt anders dan bij de rechter thans eveneens geadviseerd tot beëindiging van de terbeschikkingstelling, nu gelet op het lage recidiverisico het niet noodzakelijk is dat verdere resocialisatie plaatsvindt binnen het kader van de terbeschikkingstelling. De terbeschikkinggestelde kan ook na beëindiging van de terbeschikkingstelling in de huidige begeleide woonvorm blijven wonen in afwachting van een indicatie op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Daarnaast stelt de terbeschikkinggestelde zich begeleidbaar op en wordt de behandeling binnen Fivoor gecontinueerd. </para>
      <para>Het voorgaande brengt het hof tot de conclusie dat in de gegeven omstandigheden het recidiverisico is teruggebracht tot een zodanig beperkt niveau dat het verantwoord is de terbeschikkingstelling te beëindigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt de beslissing van de rechtbank Den Haag van 23 februari 2021 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. G. Mintjes als voorzitter,</para>
      <para>mr. M. Keppels en mr. W.A. Holland als raadsheren, </para>
      <para>en dr. I. Troost en drs. D.M.L. Versteijnen als raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.A. Valé als griffier,</para>
      <para>en op 12 augustus 2021 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. W.A. Holland en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>