<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:6077</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-23T08:22:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-004258-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6077">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:6077</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-22T10:26:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:6077 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 17-06-2021 / 21-004258-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:6077:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling van verdachte ter zake van twee winkeldiefstallen tot een gevangenisstraf van 1 week, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en tot een taakstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:6077:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-004258-19 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	17 juni 2021</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Verkort arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,</para>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 8 augustus 2019 met parketnummer 18-068817-19 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 18-075926-16, in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] , [woonadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 3 juni 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter ten aanzien van de bewezenverklaring en tot vernietiging van de strafoplegging, met veroordeling van de verdachte tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken, met een proeftijd van twee jaren. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft voorts verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 18-166152-17 af te wijzen en de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 18-075926-16 gedeeltelijk toe te wijzen tot één week gevangenisstraf, onder gelijktijdige omzetting naar een taakstraf van dertig uren, subsidiair één week hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. P.R. Logemann, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig dagen, waarvan vijftien dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en tot een taakstraf van twintig uren, subsidiair tien dagen hechtenis. Voorts heeft de politierechter de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 18-166152-17 afgewezen en de tenuitvoerlegging gelast van de vordering met parketnummer 18-075926-16 tot een gevangenisstraf van één maand. De politierechter heeft de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1] niet-ontvankelijk verklaard en de kosten van partijen aldus gecompenseerd dat elke partij de eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof komt tot een andere strafoplegging en een andere beslissing ten aanzien van één van de vorderingen tenuitvoerlegging. Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>zij op of omstreeks 11 februari 2019 te [plaats] meerdere blikjes bier, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>zij op of omstreeks 21 januari 2019 te [plaats] een verpakking Valdispert, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan de [benadeelde partij1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen met betrekking tot het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is evenals het openbaar ministerie, en gehoord de conclusie tot referte van de verdediging, van oordeel dat het onder 1 en 2 tenlastegelegde kan worden bewezenverklaard op grond van de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>zij op 11 februari 2019 te [plaats] meerdere blikjes bier, die geheel aan een ander toebehoorden, te weten aan [naam] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>zij op 21 januari 2019 te [plaats] een verpakking Valdispert, die geheel aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">telkens: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter in de rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van twintig dagen, waarvan vijftien dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en tot een taakstraf van twintig uren, subsidiair tien dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken, met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich op 21 januari 2019 en op 11 februari 2019 schuldig gemaakt aan winkeldiefstal van een verpakking Valispert bij [benadeelde partij1] , respectievelijk meerdere blikjes bier bij [naam] te [plaats] . Door het plegen van deze feiten heeft zij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de winkeliers. Winkeldiefstal is een hinderlijk feit dat voor overlast zorgt, waaronder de nodige financiële schade voor de betrokken winkelketens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie van 6 mei 2021 blijkt dat verdachte meermalen eerder ter zake van winkeldiefstal is veroordeeld en voor andersoortige strafbare feiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op straffen die ter zake van winkeldiefstal plegen te worden opgelegd hetgeen zijn weerslag heeft gevonden in de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarbij is een geldboete in beginsel vertrekpunt voor een gepleegde winkeldiefstal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht een geldboete in dit geval niet aan de orde, nu verdachte in korte tijd is gerecidiveerd, terwijl zij in twee proeftijden liep. Een geldboete acht het hof tegen die achtergrond niet passend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de advocaat-generaal gerekwireerd, doet bij deze feiten en omstandigheden evenmin recht aan hetgeen is bewezenverklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de strafoplegging houdt het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze ter zitting van het hof naar voren zijn gekomen, waarbij het hof, gezien het feit dat verdachte, een kwetsbare vrouw met persoonlijkheidsproblematiek, inmiddels haar leven een andere positievere wending lijkt te hebben gegeven, in de straf wil benadrukken dat een gevangenisstraf als waarschuwing boven haar hoofd hangt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende acht het hof oplegging van een gevangenisstraf van één week, met aftrek van voorarrest (één dag), waarvan zes dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een onvoorwaardelijke taakstraf van twintig uren, subsidiair tien dagen hechtenis, passend en geboden. De voorwaardelijke gevangenisstraf dient tevens als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden wederom strafbare feiten te plegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Noord-Nederland van 31 mei 2017 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, met parketnummer 18-075926-16, gedeeltelijk toe te wijzen tot één week gevangenisstraf, onder gelijktijdige omzetting naar een taakstraf van dertig uren, subsidiair één week hechtenis. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Noord-Nederland van 9 maart 2018 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken, met parketnummer 18-068817-19, af te wijzen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van hetgeen bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 22d, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot <emphasis role="bold">6 (zes) dagen</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">20 (twintig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">10 (tien) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Nederland van 27 maart 2019, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 31 mei 2017, parketnummer 18-075926-16, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van één maand met proeftijd van één jaar, welke proeftijd bij vonnis van 9 maart 2018 met één jaar is verlengd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Nederland van 27 maart 2019, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 9 maart 2018, parketnummer 18-166152-17, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van drie weken met een proeftijd van drie jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. F. van der Maden, voorzitter,</para>
      <para>mr. T.H. Bosma en mr. R.R.H. Laurens, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.G. Veenstra, griffier,</para>
      <para>en op 17 juni 2021 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>