<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:5283</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-27T11:45:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.267.269/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:5283">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:5283</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-07-27T11:44:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-07-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:5283 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 01-06-2021 / Wahv 200.267.269/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:5283:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Parkeerplaatsen voor vergunninghouders zijn ook mogelijk in een betaald parkeren-zone.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:5283:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.267.269/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 220759099 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 1 juni 2021</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 9 augustus 2019, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd </para>
    <para>van € 95,- voor: “parkeren op een parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig”. Deze gedraging zou zijn verricht op 9 oktober 2018 om 19.14 uur op het Zoutkeetstraatje in Tiel met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de parkeergelegenheid aan een kant van het Zoutkeetstraatje zich beperkt tot voertuigen van vergunninghouders, terwijl deze beperking ter plaatse niet ondubbelzinnig en voldoende duidelijk is aangegeven. De betrokkene is een zone voor betaald parkeren binnengereden en heeft ten tijde van het parkeren in het Zoutkeetstraatje ook daadwerkelijk door middel van de aldaar aanwezige betaalautomaat betaald voor dat parkeren. Het was voor de betrokkene onvoldoende kenbaar dat er in de bewuste straat twee verschillende parkeerregimes van kracht zijn. Door binnen een zone voor betaald parkeren ook parkeerplaatsen aan te merken voor vergunninghouders is er sprake van tegenstrijdige parkeerregimes. Dit is onnodig ingewikkeld, onduidelijk en dubbelzinnig en die dubbelzinnigheid mag niet voor rekening en risico van de betrokkene komen, aldus de gemachtigde.  </para>
    <para />
    <para>3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor onder meer een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.</para>
    <para />
    <para>4. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990). Deze bepaling luidt: "De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend." </para>
    <para />
    <para>5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: </para>
    <parablock>
      <para>"Overtreden artikel: 24 lid 1 sub g RVV 1990.</para>
      <para>(…..)</para>
      <para>Ik zag na controle van genoemd voertuig, dat er geen duidelijk zichtbare of geldige parkeervergunning aanwezig was in het voertuig"</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. In het dossier bevindt zich tevens een proces-verbaal van bevindingen van 21 december 2018, waarin door de betrokken ambtenaar onder meer het volgende is verklaard: </para>
    <para>"Betrokkene heeft op 9 oktober 2018 om 19:14 uur een aankondiging van beschikking gekregen in verband met het parkeren op een vergunninghouderplaats (bord E9) voor het voertuig met kenteken [kenteken] . Het Zoutkeetstraatje is een voor het openbaar verkeer openstaande weg. De zuidkant van deze straat is vergunninghouderplaats, aangegeven middels bord E9 van het RVV 1990. (.…) Deze borden zijn geplaatst aan het begin van het Zoutkeetstraatje, eind van de straat en in het midden van de straat aan de lantaarnpaal." </para>
    <para />
    <para>7. De ambtenaar heeft foto's van de gedraging bij het proces-verbaal van bevindingen gevoegd. Deze foto’s komen overeen met de gegevens in het zaakoverzicht en de hiervoor weergegeven verklaring van de ambtenaar. Daarnaast zijn er bij het proces-verbaal foto’s gevoegd waarop de in de straat aanwezige bebording waarneembaar is en wel op de wijze zoals hiervoor door de ambtenaar in zijn verklaring is aangegeven. Het hof stelt op basis van deze foto’s vast dat - zoals de advocaat-generaal in zijn verweerschrift heeft gesteld - de borden E9 aan de zuidkant van het Zoutkeetstraatje de verschillende vergunninghouderplaatsen aan die kant van de straat begrenzen over een lengte van 100 meter.</para>
    <para />
    <para>8. Het hof stelt voorop dat er geen rechtsregel aan in de weg staat dat binnen een zone verschillende parkeerregimes van kracht zijn. Dit betekent dat, nu betrokkene niet ontkent dat zij haar voertuig zonder vergunning ter plaatse heeft geparkeerd, vastgesteld kan worden dat de gedraging is verricht.</para>
    <para />
    <para>9. Vervolgens dient het hof te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.    </para>
    <para />
    <para>10. Dat sprake is van een onduidelijke situatie, zoals de betrokkene stelt, is niet gebleken. Van de weggebruiker mag worden verwacht dat hij oplettend is en zich overeenkomstig de aanwezige bebording gedraagt. Dat de betrokkene zich niet heeft gerealiseerd dat de onderhavige parkeerplaats slechts bestemd is voor vergunninghouders is een omstandigheid die binnen de risicosfeer van de betrokkene dient te blijven. Een en ander te meer nu het, zoals hiervoor overwogen, het Zoutkeetstraatje een korte straat betreft waarin over een korte afstand op meerdere plaatsen voor het daartoe bestemde deel van de straat borden E9 zijn geplaatst. Het hof ziet derhalve geen aanleiding om de sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.</para>
    <para>11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>