<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:4428</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-07T08:06:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-05-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.239.466/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:4428">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:4428</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-06-07T08:06:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-06-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:4428 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 06-05-2021 / Wahv 200.239.466/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:4428:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen adequaat verweer mogelijk geweest tegen opgelegde sanctie, nu de sanctiebeschikking pas zes maanden na de constatering van de gedraging is toegestuurd en deze onjuiste en onvolledige informatie over de vermeende pleeglocatie bevat. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:4428:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.239.466/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 205586179 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 6 mei 2021</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 18 april 2018, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [A] .</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd voor: “rechts inhalen waar dat is verboden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 maart 2017 om 14.51 uur op de Rijksweg A13 in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .</para>
    <para />
    <para>2. In hoger beroep voert de betrokkene aan dat hem pas na de beslissing van de kantonrechter duidelijk is geworden dat de gedraging heeft plaatsgevonden op de A13 ter hoogte van hectometerpaal 14.1 (rechts). In de inleidende beschikking is slechts vermeld dat de gedraging is verricht op de Rijksweg A13 te Rotterdam. Door het ontbreken van een rijrichting en een vermelding van een hectometerpaalnummer is de pleeglocatie te ruim geformuleerd, waardoor zijn verweer bij de officier van justitie en de kantonrechter is gebaseerd op aannames. De betrokkene stelt dat de overweging van de kantonrechter, inhoudende dat hij de gedraging niet ontkent, juist is, omdat hij niet wist wat hem exact werd verweten en hij zich van geen kwaad bewust was dat zijn verweer zag op een andere feitelijke situatie. Tot op heden kan de betrokkene zich de situatie, de locatie van de gedraging en de omstandigheden niet voor de geest kan halen. Daarbij merkt de betrokkene op dat door een fout bij het CJIB de inleidende beschikking ook pas een half jaar na de overtreding aan hem is verzonden. Verder wijst de betrokkene erop dat het weggedeelte van de A13 ter hoogte van hectometerpaal 14.1 (rechts) is gelegen in de gemeente Delft en niet in de gemeente Rotterdam. Ook dit is verwarrend. Gezien de misverstanden verzoekt de betrokkene de beslissing van de kantonrechter evenals de inleidende beschikking te vernietigen.  </para>
    <para />
    <para />
    <para>3. In zaken op grond van de Wahv moet de inleidende beschikking ten aanzien van het kenteken van het voertuig, de aard, plaats en tijd van de gedraging voldoende gegevens bevatten om de gedraging waarop de beschikking betrekking heeft te individualiseren (bijvoorbeeld Hof Leeuwarden 26 januari 2005, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHLEE:2005:AS8373). Indien daaraan is voldaan kan van een betrokkene worden verwacht dat deze op basis van de inleidende beschikking in staat is de bezwaren tegen die beschikking te formuleren.</para>
    <para />
    <para>4. Verder bepaalt artikel 4, tweede lid, van de Wahv dat de bekendmaking van de beschikking geschiedt binnen vier maanden nadat de gedraging heeft plaatsgevonden. </para>
    <para />
    <para>5. Het hof stelt vast dat op 5 maart 2017 geen sprake is geweest van staandehouding van de bestuurder van het voertuig maar dat er is bekeurd op kenteken. De inleidende beschikking in deze zaak is eerst op 5 september 2017 aan de betrokkene verzonden. Nu de inleidende beschikking zes maanden nadat de gedraging heeft plaatsgevonden aan de betrokkene bekend is gemaakt, is in strijd gehandeld met artikel 4, tweede lid, van de Wahv.</para>
    <para />
    <para>6. Verder stelt het hof vast dat de inleidende beschikking in deze zaak slechts vermeldt dat de gedraging “rechts inhalen waar dat is verboden” op de Rijksweg A13 te Rotterdam heeft plaats gevonden. Exacte gegevens ten aanzien van de plaats van de gedraging, een rijrichting en/of een hectometerpaal ontbreken. Daarbij merkt het hof op dat het traject van de A13 ongeveer 16 kilometer beslaat en daarvan bevindt zich ongeveer 5 kilometer in de gemeente Rotterdam.  </para>
    <para />
    <para>7. Dat de gedraging zou zijn verricht aan de rechterzijde van de Rijksweg A13 ter hoogte van hectometerpaal 14.1 is de betrokkene eerst bekend geworden in de procedure bij de kantonrechter. De officier van justitie heeft de betrokkene in administratief beroep niet geïnformeerd over de locatie van de gedraging. Met de betrokkene moet verder worden vastgesteld dat de locatie aan de rechterzijde van de Rijksweg A13 ter hoogte van hectometerpaal 14.1 is gelegen in de gemeente Delft en niet, zoals vermeld in de inleidende beschikking, in de gemeente Rotterdam. </para>
    <para />
    <para>8. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat de betrokkene zich onvoldoende heeft kunnen verweren tegen de gedraging, waarvan de betrokkene met de inleidende beschikking op de hoogte is gesteld.       </para>
    <para />
    <para>9. Het voorgaande brengt mee dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven. Het hof zal beslissen als volgt.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep gegrond; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voornoemd CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>