<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:3285</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-08T08:00:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.259.304/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:3285">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:3285</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-04-07T08:29:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:3285 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 06-04-2021 / 200.259.304/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:3285:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Misgelopen overname van groothandel en ontwikkeling van een spoel- en poleerinstallatie voor drankglazen. Beide parttijen beroepen zich op tekortkomingen van de wederpartij, op de over en weer ingeroepen ontbinding van de overeenkomst en op de gevolgen daarvan. Het hof gaat uit van verzuim en ontbinding, met verplichtingen over en weer tot ongedaanmaking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:3285:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.259.304/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/17/157055 / HA ZA 17-218)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 6 april 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">1.de coöperatieve vereniging Speedy Glass Cleaner U.A.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te 's-Hertogenbosch,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">SGC</emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. [appellant2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellant2]</emphasis>,</para>
      <para>appellanten in het principaal hoger beroep,</para>
      <para>geïntimeerden in het incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>in eerste aanleg: eisers in conventie en verweerders in reconventie,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: <emphasis role="bold">[appellanten] c.s.</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. J. van Zinnicq Bergmann, kantoorhoudend te 's-Hertogenbosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [geïntimeerde1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [B] ,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[geïntimeerde1]</emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Speedymate B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Joure,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Speedymate</emphasis>,</para>
      <para>geïntimeerden in het principaal hoger beroep,</para>
      <para>appellanten in het incidenteel hoger beroep,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagden in conventie en eisers in reconventie,</para>
      <para>hierna gezamenlijk te noemen: <emphasis role="bold">[geïntimeerden] c.s.</emphasis>, </para>
      <para>advocaat: mr. R. Verdonk, kantoorhoudend te Heerenveen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na het arrest van 8 december 2020 heeft Speedymate afgezien van het leveren van getuigenbewijs. Daarna hebben beide partijen het hof gevraagd weer uitspraak te doen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het hof heeft al geconcludeerd dat Speedymate op 20 december 2016 in verzuim is gekomen en dat [appellanten] c.s. aan de ingebrekestelling in de brief van die datum geen gevolg hoefden te geven. Omdat [appellanten] c.s. niet zelf al in verzuim verkeerden, konden zij de overeenkomst in deze situatie ontbinden. Dat leidt aan beide zijden tot de verplichting tot ongedaanmaking van reeds ontvangen prestaties en tot een schadevergoedingsplicht bij Speedymate. [appellanten] c.s. hebben echter niet aannemelijk gemaakt dat Speedymate bij onberispelijke nakoming exploitatiewinsten van enige omvang zou hebben kunnen maken. Er kan daarom niet van worden uitgegaan dat [appellanten] c.s. zijn geschaad in het zogenoemde positieve contractsbelang. Er is verder geen verandering gekomen in de aanname dat Speedymate verplicht is tot betaling van de op 14 december 2016 aan haar gefactureerde kosten. Het volgende staat hiermee vast.</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>Speedymate is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst en is in verzuim komen te verkeren;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [appellanten] c.s. hebben terecht de ontbinding ingeroepen; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Speedymate is aansprakelijk voor de schade die [appellanten] c.s. als gevolg van de toerekenbare tekortkoming en ontbinding lijden (het positief contractsbelang);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>ter zake van de gehele factuur van 14 december 2016 rust op Speedymate een verplichting tot ongedaanmaking (€ 31.501,04). Tegen de datum waarop volgens de rechtbank over (een deel van) die factuur wettelijke rente is verschuldigd, hebben [appellanten] c.s. bezwaar gemaakt. Zij voeren aan dat de factuur verviel op </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>21 december 2016. Tegen die grief is vervolgens door Speedymate geen verweer gevoerd. Het hof zal daarom uitgaan van deze datum; </para>
      <para> Speedymate heeft een terugbetalingsplicht van het op 20 april 2017 gedeclareerde loon (€ 20.800,-), maar niet van de toen gedeclareerde kosten. Tegen de gevorderde wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding is geen bezwaar gemaakt </para>
      <para>(8 augustus 2017). Het hof zal daarvan uitgaan;</para>
      <para> aan de zijde van [appellanten] c.s. bestaat de verplichting tot ongedaanmaking van de aanbetaling van € 50.000,- door Speedymate. Dat bedrag moet door </para>
      <para>
        [appellanten] c.s. worden terugbetaald. Net als de rechtbank, zal het hof uitgaan van de verplichting wettelijke rente te betalen vanaf 1 oktober 2017, nu die datum in hoger beroep niet ter discussie staat. Het vonnis zal daarom worden bekrachtigd voor zover dat onder 6.6 is gewezen. Overigens is onbestreden dat deze vordering inmiddels is voldaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Hoewel de beslissing over de vorderingen in eerste aanleg in conventie van [appellanten] c.s. enigszins afwijkt van de door de rechtbank genomen beslissing, is er onvoldoende reden om ten aanzien van de in die procedure gemaakte proceskosten anders te oordelen dan de rechtbank onder 6.2 en 6.4 heeft gedaan. In de oorspronkelijke reconventie en in hoger beroep zullen de proceskosten worden ‘gecompenseerd’, gelet op de wijze waarin partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld. Dat betekent dat zij in die procedures ieder hun eigen proceskosten moeten dragen.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland in Leeuwarden van 24 oktober 2014 voor zover dat onder 6.2 en 6.4 en 6.6 is gewezen;</para>
      <para />
      <para>2. vernietigt dit vonnis voor het overige en beslist alsnog het volgende:</para>
      <para />
      <para>3. verklaart voor recht (i) dat Speedymate is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst en in verzuim is komen te verkeren, (ii) dat [appellanten] c.s. terecht de ontbinding hebben ingeroepen en (iii) dat Speedymate aansprakelijk is voor de schade die [appellanten] c.s. als gevolg van de toerekenbare tekortkoming en ontbinding lijden;</para>
      <para />
      <para>4. veroordeelt Speedymate tot betaling aan [appellanten] c.s. van € 31.501,04, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 december 2016;</para>
      <para />
      <para>5. veroordeelt Speedymate tot betaling aan [appellanten] c.s. van € 20.800,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2017;</para>
      <para />
      <para>6. verklaart deze uitspraak ten aanzien van de daarin uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
      <para>7. bepaalt dat partijen ieder de eigen kosten van de oorspronkelijke reconventie in eerste aanleg moeten dragen;</para>
      <para />
      <para>8. bepaalt dat partijen ieder de eigen kosten van het hoger beroep moeten dragen;</para>
      <para />
      <para>9. wijst af wat verder is gevorderd.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. M.W. Zandbergen,  K.M. Makkinga en M. Wolters, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>6 april 2021.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>