<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:11180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-13T08:50:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.300.962/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:11180">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:11180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-13T08:50:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:11180 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 02-12-2021 / 200.300.962/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:11180:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In vervolg op de uitspraak van 28 oktober 2021 beslist het hof thans dat het verzoek tot machtiging uithuisplaatsing van het kind wordt afgewezen voor zover het de periode vanaf 28 oktober 2021 betreft.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:11180:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.300.962/01 (zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 180470)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 2 december 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] </emphasis>(de moeder),</para>
      <para>wonende op een geheim te houden adres,</para>
      <para>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>advocaat: mr. M.A. de Weerd te Den Haag,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de gecertificeerde instelling </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Regiecentrum Bescherming en Veiligheid </emphasis>(de GI), </para>
      <para>gevestigd te Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In zijn toetsende en/of adviserende taak is gekend:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad voor de kinderbescherming </emphasis>(de raad),</para>
      <para>regio Noord Nederland, locatie Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Waar gaat het over</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gaat over het hoger beroep van de moeder tegen de (uitvoerbaar bij voorraad verklaarde) beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden van 8 oktober 2021 waarbij de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg is verleend. Het hof heeft in de tussenbeschikking van 28 oktober 2021 over dit hoger beroep de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de beschikking van de rechtbank geschorst en bepaald dat [de minderjarige] bij de moeder teruggeplaatst moet worden. Verder heeft het hof de beslissing over de uithuisplaatsing zelf aangehouden en een nieuwe zitting bepaald op 29 november 2021. Het hof verwijst hierbij naar de tussenbeschikking van 28 oktober 2021, waarvan de inhoud als hier ingevoegd beschouwd kan worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Hoe is de procedure verlopen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het hof heeft na de tussenbeschikking de volgende stukken ontvangen:</para>
      <para>- een brief van de raad van 2 november 2021;</para>
      <para>- een brief van de GI van 19 november 2021;- een email namens de moeder van 23 november 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Zowel de GI als de moeder hebben afgezien van de mondelinge behandeling van 29 november 2021 en gevraagd om een eindbeschikking te nemen. De raad heeft in zijn brief van 2 november 2021 aangegeven niet te zullen aansluiten bij een mogelijke vervolgzitting.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor de beslissing in deze zaak naar de motivering in de tussenbeschikking van 28 oktober 2021 en heeft ook gelet op de brief van de GI van 19 november 2021 waarin de GI schrijft dat er geen noodzaak is om [de minderjarige] opnieuw uit huis te plaatsen. Het hof vindt dat de machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] vanaf 28 oktober 2021 niet langer noodzakelijk was. Voor deze machtiging uithuisplaatsing waren in de periode die daaraan voorafging wel voldoende feiten en omstandigheden die maakten dat de uithuisplaatsing in het belang van onderzoek van [de minderjarige] noodzakelijk was. Daarom zal het hof de beslissing van de rechtbank bekrachtigen (in stand laten) voor de periode tot 28 oktober 2021 en vernietigen voor de periode vanaf 28 oktober 2021. Dit betekent dat [de minderjarige] thuis kan blijven bij haar moeder.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof beslissen als na te melden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 8 oktober 2021 voor zover het betreft de periode tot 28 oktober 2021 en vernietigt deze beschikking voor zover het betreft de periode vanaf 28 oktober 2021;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het verzoek van de GI tot machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor zover het betreft de periode vanaf 28 oktober 2021; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, G.M. van der Meer en B.J. Voerman, bijgestaan door mr. L.N. Tabak als griffier, en is op 2 december 2021 uitgesproken in het openbaar in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>