<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:11138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-11T11:26:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-12-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.261.421</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:11138">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:11138</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-01-11T11:26:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2022-01-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:11138 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 02-12-2021 / Wahv 200.261.421</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:11138:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bebording aanwezig? Bebouwde kom. Geen informatie waaruit blijkt dat op de route die de betrokkene heeft afgelegd een bord stond. Volgt vernietiging van de sanctiebeschikking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:11138:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.261.421/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 218189821 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 2 december 2021</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 27 mei 2019, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft hierop niet gereageerd. </para>
      <para>Bij schrijven van 2 maart 2021 heeft de gemachtigde van de betrokkene de gronden van beroep aangevuld. Ook hierop heeft de advocaat-generaal niet meer gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Het hoger beroep richt zich onder meer tegen de beslissing van de kantonrechter, voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard. Bij die inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 141,- voor: “overschrijding maximumsnelheid binnen bebouwde kom, met 16 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 30 juni 2018 om 17:23 uur op de Gordelweg ter hoogte van perceel 200a in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene voert onder meer aan dat ten tijde van de gedraging geen sprake was van een deugdelijk bord H1, waarmee het begin van de bebouwde kom is aangegeven. Uit het dossier is niet gebleken dat (kort) voor aanvang van de controle de bebording is gecontroleerd. Door de betrokkene wordt uitdrukkelijk betwist dat hij een bord H1 is gepasseerd. Nu de aanwezigheid van de bebording cruciaal is om de gedraging vast te kunnen stellen, ligt het op de weg van de officier van justitie om een schouwrapport in het geding te brengen. De betrokkene reed over de A13, de Kanaalweg en toen de Gordelweg. Het is aan de advocaat-generaal te onderbouwen dat de betrokkene het bord H1 is gepasseerd. De gemachtigde heeft in dit verband gewezen op (r.o. 8 van) het arrest van het hof van 28 februari 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:1803).</para>
    <para>3. <?linebreak?>Naast de gegevens in de inleidende beschikking houdt het zaakoverzicht in dat de gedraging automatisch werd vastgelegd door middel van goedgekeurde radarapparatuur die in een flitspaal is gemonteerd, dat de gedraging plaats vond binnen de bebouwde kom en dat de toegestane snelheid 50 km per uur was. Voorts bevinden zich in het dossier twee foto's van de gedraging.</para>
    <para />
    <para>4. Bij de bebouwde kom en bij een parkeerverbodszone of een parkeerschijfzone worden de grenzen daarvan door middel van meerdere verkeersborden aangegeven. Iedere voor motorvoertuigen openstaande toegangsweg waarlangs de bebouwde kom of zone kan worden bereikt, moet van (respectievelijk) een bord H1 (bebouwde kom), bord E1 (parkeerverbodszone) of van een bord E10 (parkeerschijfzone) zijn voorzien. Het kan daarbij gaan om een aanzienlijk aantal verkeersborden. Om te kunnen vaststellen dat de gedraging, waarvoor de vaststelling dat deze heeft plaats gehad in de bebouwde kom of in de desbetreffende zone van belang is, is verricht, is niet noodzakelijk dat de aanwezigheid van <emphasis role="italic">alle</emphasis> borden wordt vastgesteld. Voldoende is dat de toegangsweg waarlangs de bestuurder van het voertuig de bebouwde kom of de zone is ingereden, van een deugdelijk bord is voorzien. </para>
    <para />
    <para>5. Dit uitgangspunt brengt mee dat een betrokkene die stelt dat deugdelijke bebording ontbrak, moet aangeven welke route de bestuurder heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken (vgl. het arrest van het hof van 9 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:4055). Vervolgens zal uit (nadere) stukken moeten blijken dat op de gevolgde toegangsweg: <?linebreak?>(a) op enig moment vóór de vermeende gedraging een bord is geplaatst;<?linebreak?>(b) op enig moment ná de vermeende gedraging dat bord nog aanwezig was en <?linebreak?>(c) na verificatie van daarvoor beschikbare bronnen is gebleken dat dit bord in de tussentijd niet is verwijderd of vervangen. </para>
    <para />
    <para>6. De gemachtigde heeft een print van Google Maps Street View overgelegd ter onderbouwing van de route die de betrokkene ten tijde van de gedraging stelt te hebben gereden. De advocaat-generaal heeft geen informatie omtrent de aanwezigheid van een bord bebouwde kom op de door de betrokkene gereden route in het geding gebracht. Aldus kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De inleidende beschikking kan dan ook niet in stand blijven.   </para>
    <para />
    <para>7. De gemachtigde heeft verzocht om vergoeding van proceskosten. Het betreft hier de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De grond die leidt tot vernietiging van de inleidende beschikking heeft de gemachtigde voor het eerst in hoger beroep, ruim nadat de schriftelijke fase reeds was afgerond, aangevoerd. Weliswaar kennen de beroepsprocedures op grond van de Wahv in beginsel geen grondenfuik, maar in het onderhavige geval valt niet in te zien waarom deze grond niet al in een eerder stadium had kunnen worden aangevoerd. Bovendien betreft het een aanvulling van de gronden, waarvoor in beginsel geldt dat dit geen proceshandeling is die voor vergoeding in aanmerking komt. Nu het beroep tegen de inleidende beschikking echter op basis van deze aangevoerde grond gegrond wordt verklaard, zal het hof deze proceshandeling aanmerken als een nadere toelichting op het beroep en daarvoor een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt vanaf 1 juli 2021 € 748,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 187,- (= 0,5 x € 748,- x 0,5).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond en vernietigt de inleidende beschikking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 187,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>