<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:10971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-09T11:10:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.270.855/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:10971">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:10971</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-09T11:10:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:10971 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 29-11-2021 / Wahv 200.270.855/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:10971:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>I. Een gedraging kan met live cameratoezicht worden vastgesteld, ook zonder dat foto's of opnames worden gemaakt. II. Artikel 5 WVW 1994. Voertuig zodanig op de weg laten staan dat de doorgang vanaf een bedrijf volledig wordt geblokkeerd, rechtvaardigt een sanctie voor het veroorzaken van hinder. Dat ook een (lagere) sanctie kon worden opgelegd voor het overtreden van een parkeerverbod of een geslotenverklaring, maakt dat niet anders.</para>
        <para>III. Het aanvoeren van een nieuwe beroepsgrond nadat de omvang van het geschil al is vastgesteld, is in strijd met de beginselen van behoorlijke procesvoering.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:10971:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.270.855/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 2219458322 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 29 november 2021</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 23 oktober 2019, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. <?linebreak?>Door de advocaat-generaal is op verzoek van de griffier van het hof aanvullende informatie overgelegd.<?linebreak?>De gemachtigde van de betrokkene heeft hierop gereageerd. Hierbij is verzocht om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Het hof overweegt allereerst dat aan het verzoek van de gemachtigde om de zaak op een zitting van het hof te behandelen geen gevolg wordt gegeven, nu het zittingsverzoek gelet op het bepaalde in artikel 20a, eerste lid, van de Wahv niet tijdig is gedaan.</para>
    <para />
    <para>2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 140,- voor: “Voertuig zodanig op de weg laten staan dat gevaar wordt/kan worden veroorzaakt of verkeer wordt/kan worden gehinderd.” Deze gedraging zou zijn verricht op 17 augustus 2018 om 16:09 uur op de Wijdstraat in Gouda met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>3. De gemachtigde stelt dat in het zaakoverzicht staat vermeld dat de gedraging is vastgesteld door middel van camerabeelden. Deze beelden betreffen daarmee op de zaak betrekking hebbende stukken, zodat deze al in de fase van het administratief beroep verstrekt hadden moeten worden. Nu dit niet is gebeurd, is de betrokkene in zijn verdedigingsbelangen geschaad. Subisidiair voert de gemachtigde aan dat de ambtenaar ten onrechte een sanctie heeft opgelegd voor het veroorzaken van gevaar/hinder ex artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Aan de Wijdstraat geldt een verbod tot stilstaan (bord E2), zoals volgt uit de daartoe overgelegde foto. In het verbod tot stilstaan is het veroorzaken van gevaar/hinder reeds verdisconteerd. Het stond de ambtenaar dan ook niet vrij om een sanctie op te leggen voor de overtreding van de algemene bepaling van artikel 5 WVW 1994, waarop een hogere sanctie is bepaald. Wijziging van de feitcode acht de gemachtigde in deze fase niet meer aangewezen. </para>
    <para />
    <para>4. De onder 1. vermelde gedraging is een overtreding van artikel 5 van de WVW 1994:</para>
    <para>''Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.''</para>
    <para />
    <para>5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: </para>
    <para>“Ik zag dat het voertuig op zodanige wijze op de weg stond, waardoor de doorgang voor het verkeer werd dan wel kon worden geblokkeerd. De situatie was als volgt: de doorgang voor een voertuig van het energiebedrijf werd volledig belemmerd. De auto van het energiebedrijf moest met spoed naar een gaslek op de markt. Geconstateerd middels cameratoezicht.” </para>
    <para />
    <para>6. Door de officier van justitie is bij brief van 26 september 2018 het brondocument en – indien aanwezig – een foto van de gedraging opgevraagd. In het door de ambtenaar toegestuurde afschrift van het brondocument staat dezelfde informatie vermeld als in het zaakoverzicht. Er is geen foto overgelegd.</para>
    <para />
    <para>7. Door de advocaat-generaal is, op verzoek van de griffier van het hof, aanvullende informatie overgelegd. In een e-mailbericht van 7 september 2021 geeft de ambtenaar aan dat hij geen foto’s van de gedraging heeft en dat hij op het moment dat het gebeurde achter de camera’s van Stadstoezicht (Gouda) zat. De Wijdstraat was op het moment van constateren niet toegankelijk voor voertuigen, wat wordt aangegeven middels bord C1. Uit een aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar van 22 september 2021 blijkt nog het volgende:<?linebreak?>"Ik zag verder dat de genoemde auto de doorgang versperde voor een auto van het energiebedrijf welke op weg was naar een gaslek op de Markt. In de consternatie is er geen foto of schermafdruk van de situatie gemaakt."</para>
    <para />
    <para>8. Uit de aanvullende verklaring van de ambtenaar volgt genoegzaam dat en om welke reden er geen foto van de gedraging beschikbaar is. De opmerking in het zaakoverzicht "Geconstateerd middels cameratoezicht" betekent niet dat er foto's van de gedraging zijn gemaakt. Nu deze niet zijn gemaakt, is de betrokkene door het niet toezenden van de camerabeelden of de foto's van de gedraging niet in zijn verdedigingsbelangen geschaad. De klacht treft geen doel. </para>
    <para />
    <para>9. Naar het oordeel van het hof heeft de betrokkene in de onderhavige zaak hinder veroorzaakt. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat de doorgang voor het verkeer dermate werd belemmerd dat een auto van het energiebedrijf er niet langs kon. </para>
    <para />
    <para>10. De gemachtigde heeft zijn stelling dat ter plaatse een verbod tot stilstaan gold (bord E2) geadstrueerd met een foto van juli 2015. De advocaat-generaal heeft een foto overgelegd van de situatie ter plaatse in augustus 2018. Daarop ontbreekt het bord E2. Gelet op de datum van de gedraging gaat het hof ervan uit dat ten tijde van de gedraging geen verbod tot stilstaan gold ter plaatse. </para>
    <para />
    <para>11. De gemachtigde heeft, met foto's uit augustus 2018 onderbouwd, gesteld dat ten tijde van de gedraging voor het centrum van Gouda, waartoe ook de Wijkstraat behoort, een parkeerverbod gold. Daarnaast gold, zo blijkt uit de door de ambtenaar verstrekte gegevens, ter plaatse een geslotenverklaring. Niet valt in de zien waarom het de ambtenaar in deze situatie niet vrijstond om een sanctie op te leggen op grond van artikel 5 WVW 1994. Niet alle geconstateerde hinder kan geacht worden verdisconteerd te zijn in de feitcodes voor het negeren van een geslotenverklaring of het overtreden van het parkeerverbod. Daarbij laat het hof nog in het midden of hier kan worden vastgesteld dat het voertuig van de betrokkene stond geparkeerd. Ook dit verweer faalt. </para>
    <para />
    <para>12. In reactie op de door de advocaat-generaal ingebrachte aanvullende informatie heeft de gemachtigde als aanvullende grond nog aangevoerd dat de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) die de sanctie heeft opgelegd daartoe niet bevoegd was. Het hof acht het in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesvoering om na afbakening van het geschilpunt nog een nieuwe grond in te dienen. Daartoe is de gemachtigde ook niet in de gelegenheid gesteld. Het hof zal daarom niet overgaan tot beoordeling van deze nieuw ingebrachte grond. </para>
    <para />
    <para>13. Het voorgaande betekent dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard en dat het hof die beslissing zal bevestigen. </para>
    <para />
    <para>14. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>