<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:10790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-09T10:53:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.278.497</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:10790">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:10790</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-09T10:53:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:10790 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 22-11-2021 / Wahv 200.278.497</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:10790:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bebording aanwezig? Het hof herhaalt dat een betwisting van de aanwezigheid van komborden moet worden onderbouwd met de gevolgde rijroute. Wanneer verschillende routes worden geopperd, is er geen aanleiding voor nader onderzoek naar de bebording.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:10790:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.278.497/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 223751280 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 22 november 2021</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank </para>
      <para>Noord-Nederland van 13 januari 2020, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [de betrokkene]
          </emphasis> (hierna: de betrokkene),</para>
        <para>wonende te [woonplaats] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>Op 2 maart 2021 is nog een brief van de gemachtigde van de betrokkene ontvangen, waarop de advocaat-generaal heeft gereageerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 153,- voor: “overschrijding maximum snelheid binnen bebouwde kom, met 17 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 22 februari 2019 om 14:58 uur op het Emmaviaduct, richting Julianaplein, in Groningen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde voert aan dat de gedraging onvoldoende vaststaat. De betrokkene is op de gereden route geen bord H1 gepasseerd. Het is aan de advocaat-generaal te onderbouwen dat de betrokkene dit bord is gepasseerd. Het door de advocaat-generaal overgelegde aanvullend proces-verbaal voldoet niet aan de maatstaf van het overzichtsarrest van het hof van 28 februari 2020, vindplaats op rechtspraak.nl ECLI:NL:GHARL:2020:1803. Ook zijn de schouwdata onvoldoende representatief om de gedraging te kunnen vaststellen. Er zijn geen schouwrapporten van vlak voor en na de vermeende gedraging overgelegd. </para>
    <para />
    <para />
    <para>3. Het zaakoverzicht houdt naast de onder 1 vermelde gegevens in dat de gedraging op geautomatiseerde wijze is vastgesteld door apparatuur die in een vaste flitspaal is gemonteerd en dat de gedraging plaatsvond binnen de bebouwde kom, waar een toegestane snelheid van 50 km/h gold.  </para>
    <para />
    <para>4. Het hof heeft in het door de gemachtigde genoemde arrest voor deze situatie overwogen dat er eerst aanleiding voor nader onderzoek naar de bebording bestaat als de betrokkene die stelt dat deugdelijke bebording ontbrak, heeft aangegeven welke route de bestuurder heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken (overweging 8).  </para>
    <para />
    <para>5. Nadat de gemachtigde in de procedure bij de kantonrechter had gesteld dat de betrokkene vanuit de A28 kwam en in hoger beroep bij brief van 17 juli 2020 had gesteld dat de betrokkene komende vanaf de A28 de afrit in de richting van het Emmaviaduct nam en is gekeerd op het kruispunt nabij de Stationsweg, heeft hij bij brief van 2 maart 2021 onder overlegging van een van google maps afkomstige (slecht leesbare) print gesteld dat de betrokkene reed op de N370, de Peizerweg, Paterswoldseweg, de Eeldersingel, de Emmasingel, de Brailleweg en toen het Emmaviaduct. </para>
    <para />
    <para>6. Het betreft hier verschillende routes. Onder deze omstandigheden is geen sprake van het aangeven van een route die de bestuurder heeft afgelegd om zijn bestemming te bereiken als bedoeld in overweging 8 van het arrest. Bij deze stand van zaken bestaat er geen aanleiding voor nader onderzoek naar de aanwezigheid van een bord H1 ten tijde van de gedraging. </para>
    <para />
    <para>7. Gelet op het voorgaande, de inhoud van het zaakoverzicht en de foto van de gedraging kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.	De kantonrechter heeft een juiste beslissing genomen door het beroep ongegrond te verklaren. Het hof zal die beslissing bevestigen. </para>
    <para />
    <para>8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>