<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:10258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-09T09:51:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.276.343/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:10258">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:10258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-12-09T09:51:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:10258 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-11-2021 / Wahv 200.276.343/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:10258:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geslotenverklaring. Ontheffing/vrijstelling. Er is niet aannemelijk gemaakt dat aan de voorwaarden van de ontheffing is voldaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:10258:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.276.343/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 222673983 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 3 november 2021</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 14 januari 2020, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] N.V. (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>gevestigd te [vestigingsplaats] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 januari 2019 om 8:53 uur op de Griftdijk in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde voert aan dat de bestuurder van het voertuig in het bezit was van een ontheffing. Hij was werkzaam voor [naam1] en moest die ochtend in een zijstraat van de Griftdijk een meterstoring oplossen. In administratief beroep is reeds een kopie van de ontheffing overgelegd. Op de foto van de gedraging is een bedrijfsauto van [naam1] te zien met de ontheffing achter de voorruit.</para>
    <para />
    <para>3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.</para>
    <para>4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Hierin staat zakelijk weergegeven en voor zover relevant dat een camera heeft vastgelegd dat het voornoemde voertuig op voormelde datum, tijd en plaats het voor hem bedoelde bord C12 negeerde en de geslotenverklaring in reed. Onder het bord is een onderbord geplaatst met de tekst: “ma t/m vrij 7-9h en 16-18h, uitgezonderd ontheffinghouders en lijnbussen”.</para>
    <para />
    <para>5. Voorts bevindt zich in het dossier een proces-verbaal d.d. 2 april 2019 waarin de ambtenaar zakelijk weergegeven en voor zover nog relevant verklaart welke alternatieve routes er zijn voor het bereiken van de Griftdijk. Bij het proces-verbaal is het brondocument gevoegd met de foto’s van de gedraging, alsmede een plattegrond met daarop aangegeven waar welke bebording is geplaatst.</para>
    <para />
    <para>6. Niet betwist is dat de bestuurder van het voertuig van de betrokkene een bord C12 is gepasseerd. De vraag is of het beroep op de ontheffing slaagt.</para>
    <para />
    <para>7. Uit het door de gemachtigde overgelegde document blijkt dat de Minister van Infrastructuur en Milieu op 18 september 2017 een beschikking heeft gegeven, die inhoudt dat aan [naam2] N.V. en haar dochterondernemingen [naam3] B.V. en [naam1] N.V. ten behoeve van het personeel voor uitvoerende en controlerende werkzaamheden op het gebied van openbare nutsvoorzieningen, alsmede ten behoeve van de aannemers van deze werkzaamheden en hun personeel binnen heel Nederland, voor alle wegen tot en met 31 december 2021, vrijstelling wordt verleend van onder meer het bepaalde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 in samenhang met bord C12 van bijlage 1 bij dat Regelement.</para>
    <para />
    <para>8. Het is het hof ambtshalve bekend dat aan deze vrijstelling de beperking is verbonden dat van deze beschikking alleen gebruik mag worden gemaakt voor zover dit voor de onmiddellijke uitvoering van genoemde werkzaamheden noodzakelijk is, dus indien de werkzaamheden zonder gebruikmaking van die beschikking redelijkerwijs niet kunnen worden uitgevoerd. (vgl. het arrest van het hof van 6 april 2021, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2021:3245).</para>
    <para />
    <para>9. Het hof is van oordeel dat in deze zaak niet aannemelijk is geworden dat aan voornoemde voorwaarde is voldaan. Door de betrokkene is niet onderbouwd dat de werkzaamheden zonder gebruikmaking van die beschikking redelijkerwijs niet konden worden uitgevoerd. Weliswaar heeft de betrokkene gesteld dat hij die ochtend in een zijstraat van de Griftdijk een storing moest oplossen, maar deze stelling is niet met stukken onderbouwd. Ook is niet gesteld of gebleken is dat de betreffende straat niet anders kon worden bereikt dan via de geslotenverklaring.</para>
    <para />
    <para>10. Gelet op het voorgaande treft het bezwaar geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.</para>
    <para />
    <para>11. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>