<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:10237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-04T08:01:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-11-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.275.026/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:10237">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:10237</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-03T08:55:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:10237 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 02-11-2021 / 200.275.026/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:10237:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindarrest na bewijsopdracht. De curator heeft afgezien van het leveren van bewijs. De vorderingen worden voor het overige toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:10237:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.275.026/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 7205177)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 2 november 2021 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. Frederikus Kolkman </emphasis>in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bakhuis Vloeren Westerhaar B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Almelo,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>bij de rechtbank: eiser,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">de curator</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. F. Kolkman, kantoorhoudend te Almelo,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Paas Totaalafbouw B.V. </emphasis> v.h.o.d.n. Paas &amp; Schuler Totaalafbouw  B.V.,</para>
      <para>gevestigd te Emmen,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>bij de rechtbank: gedaagde,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Paas,</emphasis></para>
      <para>advocaat: mr. P. van Rossum, kantoorhoudend te Emmen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De verdere procedure in hoger beroep </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 31 augustus 2021 hier over. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>In dit tussenarrest is aan de curator een bewijsopdracht verstrekt. De curator heeft aangegeven af te zien van het leveren van bewijs. Het hof zal daarom opnieuw arrest wijzen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>In genoemd tussenarrest is de curator toegelaten tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat Paas opdracht heeft gegeven tot de werkzaamheden waarop de facturen met de nummers 2013037 en 2013413 zien. Nu de curator heeft afgezien van het leveren van bewijs, is niet komen vast te staan dat Paas hiertoe opdracht heeft gegeven en zal de vordering van de curator voor zover zij betrekking heeft op die facturen worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In het tussenarrest was reeds overwogen dat kunnen worden toegewezen:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>factuurnummer 2013408  29-12-2013	€      262,50 </para>
        <para>factuurnummer 2013409  29-12-2013	€      297,50</para>
        <para>factuurnummer 2013316  31-12-2013	€      415,00</para>
        <para>factuurnummer 2013460  31-12-2013	€   1.273,30</para>
        <para>factuurnummer 2013461  31-12-2013	€      300,00</para>
        <para>factuurnummer 2013463  31-12-2013	€      400,00  </para>
        <para>factuurnummer 2013464  31-12-2013  	€   2.625,00</para>
        <para>factuurnummer 2013465  31-12-2013	€      750,00</para>
        <para>factuurnummer 2013466  31-12-2013 	€      550,00</para>
        <para>factuurnummer 2014016  03-02-2014 	€      866,58</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Totaal: € 7.739,88	</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Verder is in het tussenarrest het beroep van Paas op verrekening reeds afgewezen en het verweer met betrekking tot de gehanteerde dagprijzen verworpen, zodat het genoemde totaalbedrag zal worden toegewezen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wettelijke handelsrente</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>De wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW zal worden toegewezen vanaf de vervaldatum van de betreffende factuur tot aan de dag van voldoening. Paas heeft aangevoerd dat het tijdsverloop tussen 28 mei 2014 en 28 augustus 2018 niet aan haar te wijten valt en dat zij daarom over die periode geen wettelijke handelsrente verschuldigd is. Hoewel niet bepaalt voortvarend gehandeld lijkt te zijn in deze kwestie, kan niet worden gezegd dat de vertraging niet aan Paas kan worden toegerekend, dan wel dat de curator in verzuim verkeerde. Na een mailwisseling tussen Paas en de (faillissementsmedewerker van de) curator, heeft de advocaat van Paas op 28 oktober 2014 aan de curator verzocht een afwachtende houding aan te nemen, vervolgens heeft de curator sinds 24 november 2014 niets meer vernomen van de zijde van Paas. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Buitengerechtelijke incassokosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De curator heeft een bedrag van € 809,49 gevorderd aan buitengerechtelijke kosten. Hij heeft daarbij aangesloten bij de tarieven die zijn geformuleerd in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Uitgangspunt is dat aan de dubbele redelijkheidstoets moet worden voldaan. Als niet meer dan de staffel wordt gevorderd/toegewezen, mag ervan worden uitgegaan dat het gevorderde bedrag redelijk is. De curator heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het hof zal een bedrag van € 761,99 toewijzen op basis van het bedrag dat aan  hoofdsom wordt toegewezen en dat aansluit bij de in het genoemde Besluit bepaalde tarieven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Slotsom</emphasis>
        </para>
        <para>De grieven slagen. Het vonnis van 23 juli 2019 zal worden vernietigd.  Paas zal worden veroordeeld tot betaling van € 7.739,88 vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf de vervaldata van de betreffende facturen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Paas in beide instanties in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan  de zijde van de curator voor de procedure bij de kantonrechter worden vastgesteld op € 561,44  voor verschotten en op € 1.357,50 voor salaris gemachtigde (2,5 punt/tarief II)  en voor de procedure bij het hof op € 2.071,- voor griffierecht, € 86,40 kosten dagvaarding en op € 1.574,- voor salaris advocaat (2 punten/tarief I). De niet als zodanig bestreden wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten worden ook toegewezen. Het meer of anders gevorderde zal worden afgewezen.          </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De beslissing </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof beslist in hoger beroep als volgt:</para>
        <para>vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de Rechtbank Noord-Nederland van 23 juli 2019;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt Paas tot betaling aan de curator van € 7.739,88, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de verschillende facturen vanaf de vervaldata tot de dag van voldoening;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt Paas in de proceskosten in de procedure bij de kantonrechter (in eerste aanleg) en hoger beroep van  de curator, vastgesteld op:    </para>
        <para>in eerste aanleg:  € 476,- griffierecht, € 85,44 kosten van dagvaarding en € 1.357,50       salaris gemachtigde;</para>
        <para>in hoger beroep: € 2.071,- griffierecht, € 86,40 kosten van dagvaarding en € 1.574,- salaris advocaat, </para>
        <para>veroordeelt Paas in de nakosten, begroot op € 163,-, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 85,- in geval Paas niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>een en ander vermeerderd met de wettelijke rente te rekenen vanaf veertien dagen na aanschrijving én betekening;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?></para>
        <para>wijst af wat meer of anders is gevorderd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mrs. I. Tubben, J. Smit en H.H.B. Vedder en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op </para>
        <para>2 november 2021.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>