<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2021:10062</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-02T11:50:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-10-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2021-10-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.290.658</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:10062">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2021:10062</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-11-02T11:49:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-11-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2021:10062 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 26-10-2021 / 200.290.658</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2021:10062:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen belang bij voeren procedure over aanvangsbeloning bewindvoering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2021:10062:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.290.658</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 0000154582)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 26 oktober 2021</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker1] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats1] ,<?linebreak?>verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [verzoeker1] ,</para>
      <para>advocaat: mr. T.P. Boer te Arnhem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>handelend onder de naam<emphasis role="bold"> [naam1]</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: [verzoeker2] ,</para>
      <para>advocaat: mr. T.P. Boer te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter (rechtbank Midden-Nederland, afdeling Toezicht, locatie Utrecht) van 7 januari 2021, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift met producties, ingekomen op 19 februari 2021.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 6 juli 2021 plaatsgevonden. Ter mondelinge behandeling is alleen mr. Boer verschenen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [verzoeker1] is geboren [in] 1962 te [plaats1] . Het vermogen van [verzoeker1] staat onder bewind. Tot 1 september 2020 was [naam2] , handelend onder de naam [naam2] bewindvoering (hierna: [naam2] ), bewindvoerder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij beschikking van 24 augustus 2020 heeft de kantonrechter [naam2] op verzoek van [naam2] per 1 september 2020 als bewindvoerder ontslagen en per dezelfde datum [verzoeker2] als opvolgend bewindvoerder benoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij verzoekschrift, ingekomen bij kantonrechter op 3 november 2020, heeft [verzoeker2] de kantonrechter verzocht om hem voor de aanvangswerkzaamheden in voormeld bewind een beloning toe te kennen conform artikel 3 lid 5 sub a Regeling beloning bewindvoerders en mentoren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        [verzoeker2] heeft eenzelfde verzoek ingediend met betrekking tot nog vijf andere door hem van [naam2] ‘overgenomen’ bewindsdossiers. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Op 19 november 2020 heeft de kantonrechter [verzoeker2] een ‘voornemens afwijzen’ brief gezonden, waarop de bewindvoerder op 25 november 2020 gemotiveerd  heeft gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van [verzoeker2] afgewezen. Ook de verzoeken van [verzoeker2] in de andere onder 3.4 bedoelde bewindsdossiers zijn door de kantonrechter afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [verzoeker1] en [verzoeker2] zijn met een grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grief beoogt het geschil in hoger beroep in volle omvang aan  het hof voor te leggen. [verzoeker1] en [verzoeker2] verzoeken het hof de bestreden beschikking te vernietigen en [verzoeker2] alsnog een beloning voor de aanvangswerkzaamheden toe te kennen, indien mogelijk onder vergoeding/retourbetaling van de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De rechthebbenden in de andere bewindsdossiers en [verzoeker2] zijn eveneens in hoger beroep gekomen van de afwijzende beschikkingen met betrekking tot die dossiers. Op die hoger beroepen (geadministreerd bij het hof onder zaaknummers 200.290.657, 200.290.659, 200.290.661, 200.290.662 en 200.290.663) heeft het hof eveneens heden beslist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof dient allereerst de processuele positie van [verzoeker1] en [verzoeker2] te bepalen in dit hoger beroep. Het hoger beroepschrift vermeldt dat het is ingediend door de “Verzoekers (Betrokkenen/belanghebbenden/rechthebbenden: [verzoeker1] <emphasis role="italic">[en vijf anderen, hof]</emphasis> en door [verzoeker2] “bewindvoerder (tevens als belanghebbende )”. </para>
        <para>Ter mondelinge behandeling heeft mr. Boer op vragen van het hof naar de processuele hoedanigheid van [verzoeker2] verklaard dat [verzoeker2] het hoger beroep heeft ingesteld in zijn hoedanigheid als bewindvoerder van [verzoeker1] , dus als “bewindvoerder q.q”. [verzoeker1] zelf heeft geen opdracht aan de advocaat gegeven tot het instellen van het hoger beroep. </para>
        <para>
          [verzoeker1] weet volgens de advocaat ook niet dat [verzoeker2] (als bewindvoerder q.q.) namens hem (als rechthebbende) hoger beroep heeft ingesteld tegen de bestreden beschikking, aangezien er geen overleg met [verzoeker1] heeft plaatsgevonden over deze procedure in hoger beroep. [verzoeker2] heeft volgens zijn advocaat ook geen machtiging als bedoeld in artikel 1:443 van het Burgerlijk Wetboek verzocht aan de kantonrechter voor het voeren van deze procedure in hoger beroep. Datzelfde geldt met betrekking tot de hiervoor bedoelde andere bewindsdossiers, aldus mr. Boer.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof is van oordeel dat [verzoeker1] in deze procedure niet zelf als partij of belanghebbende kan worden aangemerkt nu hij tot het instellen van het hoger beroep geen opdracht blijkt te hebben gegeven aan mr. Boer. [verzoeker1] blijkt zelfs niet op de hoogte te zijn van de procedure in hoger beroep. Het hof merkt op dat [verzoeker1] ook geen belang heeft bij deze procedure die als doel heeft de vaststelling van een aanvangsbeloning voor [verzoeker2] die -bij toekenning- ten laste komt van zijn, [verzoeker1] , vermogen. </para>
        <para>Het hof zal het verzoek voor zover dat is ingediend door [verzoeker1] dan ook afwijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Nu de advocaat ter mondelinge behandeling in hoger beroep heeft verklaard dat het verzoek door [verzoeker2] als bewindvoerder q.q. is ingediend, zal het hof het verzoek van [verzoeker2] afwijzen. Een bewindvoerder q.q. kan in rechte immers slechts opkomen voor de belangen van de rechthebbende en zoals hiervoor onder 5.2 is overwogen, heeft [verzoeker1] geen belang bij deze procedure.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Gelet op vorenstaande zal het hof het verzoek in hoger beroep afwijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Het hof geeft de kantonrechter in overweging er op toe te zien dat de kosten gemoeid met deze procedure niet op enigerlei wijze ten laste worden gebracht van het vermogen van [verzoeker1] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek in hoger beroep af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. I.G.M.T. Weijers-van der Marck, voorzitter, </para>
      <para>R. Feunekes en M.H.F. van Vugt, bijgestaan door mr. I.T.M.W. Smulders-Jacobs als griffier, is bij afwezigheid van de voorzitter getekend door mr. R. Feunekes en is op 26 oktober 2021 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>