<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:9901</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-30T14:08:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-11-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.284.688</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:9901">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:9901</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-02T08:02:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:9901 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-11-2020 / 200.284.688</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:9901:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Artikel 1 lid 1 Fw  </para>
        <para>Bekrachtiging uitgesproken faillissement. Vorderingsrecht. Pluraliteit. Toestand van te hebben opgehouden te betalen. Ontbreken van bewijzen voor de benodigde financiële middelen en voor de gestelde betalingsregelingen met de daarbij behorende waarborgen dat deze kunnen worden nagekomen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:9901:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN	          	</bridgehead>
    <para>locatie Arnhem			                               </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht                  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof: 200.284.688</para>
      <para>(insolventienummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen: C/05/20/356 F)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 30 november 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van<?linebreak?></para>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">A50 Transport B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Arnhem,  </para>
      <para>appellante, hierna: A50 Transport,</para>
      <para>advocaat: mr. E. Gürcan,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg, <?linebreak?>en</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. <emphasis role="bold">de Stichting Opleidings- en ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg en verhuur van mobiele kranen</emphasis>,<?linebreak?>beide gevestigd te Amsterdam, <?linebreak?>geïntimeerden, hierna: de Stichtingen, </para>
      <para>advocaat: mr. J.A. Trimbach. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 13 oktober 2020 is <?linebreak?>A50 Transport, op verzoek van de Stichtingen, in staat van faillissement verklaard. Hierbij is tot curator aangesteld mr. S.J.B. Drijber te Velp. Het hof verwijst naar dat vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Bij ter griffie van het hof op 21 oktober 2020 ingekomen verzoekschrift is A50 Transport in hoger beroep gekomen van het vonnis van 13 oktober 2020. A50 Transport verzoekt het hof dat vonnis te vernietigen en, opnieuw recht doende, het verzoek tot faillietverklaring van haar af te wijzen, dan wel (de beslissing op) het hoger beroep aan te houden tot een nader te bepalen redelijke termijn om haar in de gelegenheid te stellen alsnog binnen die (te bepalen) termijn de vorderingen van de Stichtingen te voldoen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, de brief met bijlagen van 9 november 2020 van mr. Trimbach en de brief met bijlagen van 12 november 2020 van de curator. <?linebreak?>2.3	De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 november 2020. Hierbij is namens A50 Transport verschenen [A] , algemeen directeur sinds 4 december 2019, bijgestaan door mr. Gürcan. Namens de Stichtingen is mr. Trimbach verschenen. Voorts is namens de curator mr. A.H. Brosens-Samson verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De motivering van de beslissing in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De rechtbank heeft A50 Transport in staat van faillissement verklaard, omdat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van de Stichtingen en A50 Transport in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het hof oordeelt als volgt. <?linebreak?>Een faillietverklaring kan worden uitgesproken indien summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager en ook van het (op dit moment) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.<?linebreak?>Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand (het pluraliteitsvereiste). Ook als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, moet worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Dat de Stichtingen een vorderingsrecht hebben en dat A50 Transport meerdere schuldeisers (ook de belastingdienst voor een bedrag van € 139.517 aan loonheffingen, vennootschapsbelasting en btw, en Wensink Lease B.V. voor een bedrag van € 27.200,92) onbetaald laat wordt erkend en staat tussen partijen vast. Tegen dat oordeel van de rechtbank is ook geen grief gericht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Tot slot oordeelt het hof dat er geen aanknopingspunten zijn voor de stelling van A50 Transport dat zij over voldoende middelen beschikt om haar schulden aan de Stichtingen en de faillissementskosten (waaronder het salaris van de curator) te voldoen en dat zij betalingsregelingen heeft getroffen voor de schulden aan de belastingdienst en Wensink Lease B.V. Daaruit volgt dat A50 Transport in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Ook het ter mondelinge behandeling door het hof aan A50 Transport verleende korte uitstel heeft er niet toe geleid dat de benodigde financiële middelen beschikbaar zijn gekomen. Evenmin heeft A50 Transport bewijzen overgelegd van de gestelde betalingsregelingen met de daarbij door het hof verzochte waarborgen dat die regelingen ook door haar kunnen worden nagekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande zal het hof het vonnis van 13 oktober 2020 bekrachtigen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 13 oktober 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. B.J. Engberts, D.M.I. de Waele en H.M.L. Dings, en is op<?linebreak?>30 november 2020 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>