<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:943</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-11T08:49:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.265.529</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:943">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:943</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-11T08:49:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:943 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 04-02-2020 / 200.265.529</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:943:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hof wijst incidentele vordering van appellante tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad ex art. 351 Rv toe. Geïntimeerde heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:943:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem				 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.265.529</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, NL18.12840)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 4 februari 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar het recht van de Verenigde Arabische Emiraten</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">SDB General Trading L.L.C.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Dubai, Verenigde Arabische Emiraten,</para>
      <para>appellante, tevens eiseres in het incident,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres,</para>
      <para>hierna: SDB,</para>
      <para>advocaat: mr. A. Kara,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ITT Controls B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Barneveld,</para>
      <para>geïntimeerde, tevens verweerster in het incident,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: ITT,</para>
      <para>advocaat: mr. A.J.P. Ariëns.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem (hierna: de rechtbank), van 1 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 5 juli 2019; </para>
      <para>- de memorie van grieven, tevens incidentele vordering, tevens wijziging van eis (met producties).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Vervolgens heeft SDB de stukken voor het wijzen van arrest in het incident aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest in het incident bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De motivering van de beslissing </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>SDB en ITT hebben drie overeenkomsten met elkaar gesloten voor de levering van industriële kleppen door ITT aan SDB. SDB heeft bij de rechtbank primair vernietiging en subsidiair ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomsten gevorderd. Daarnaast heeft SDB gevorderd ITT te veroordelen tot terugbetaling aan SDB van € 594.350,-, vermeerderd met rente en kosten. De rechtbank heeft de vorderingen van SDB bij vonnis van 1 mei 2019 afgewezen en SDB veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van ITT vastgesteld op € 10.144,-, vermeerderd met rente en nakosten. Het vonnis van de rechtbank is wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard. In hoger beroep heeft SDB een incidentele vordering ingesteld tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het hof stelt het volgende voorop. De rechtbank heeft geen gemotiveerde beslissing gegeven over de uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Het hof zal de incidentele vordering daarom beoordelen aan de hand van een belangenafweging die dient plaats te vinden in het licht van de omstandigheden van het geval. Daarbij moet worden nagegaan of op grond van die omstandigheden het belang van de veroordeelde bij behoud van de bestaande toestand tot op het hoger beroep is beslist, zwaarder weegt dan het belang van zijn wederpartij bij (voortzetting van) de tenuitvoerlegging van het vonnis.<footnote-ref linkend="_434f765d-76d7-41b5-973c-bdd126dd7832" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>SDB heeft onweersproken gesteld belang te hebben bij de incidentele vordering. Haar belang is erin gelegen dat zij de geldsom pas aan ITT hoeft te voldoen op het moment dat de veroordeling onherroepelijk is geworden. ITT heeft geen verweer gevoerd tegen de incidentele vordering en geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de incidentele vordering zou moeten worden afgewezen. Gelet daarop zal het hof de incidentele vordering toewijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Het hof zal de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis schorsen. De beslissing over de kosten van het incident zal worden aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De hoofdzaak staat op de rol van heden voor memorie van antwoord (laatste termijn). De beslissing over de verdere voortgang van de hoofdzaak zal via de rol worden genomen. Het hof zal iedere beslissing aanhouden.   </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 1 mei 2019;    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt de beslissing over de proceskosten aan tot daarover bij het eindarrest in de hoofdzaak zal worden beslist; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de hoofdzaak in hoger beroep:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. Th.C.M. Willemse, H. Wammes en S.B. Boorsma en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2020. </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_434f765d-76d7-41b5-973c-bdd126dd7832" label="1">
    <para> Zie onder meer HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026.  </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>