<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:8374</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-10T12:33:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.264.420/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:8374">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:8374</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-10T12:33:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:8374 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 15-10-2020 / Wahv 200.264.420/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:8374:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Appelverbod. De kantonrechter heeft de sanctiebeschikking vernietigd na de eerste zitting. Dat maakt dat de betrokkene door het niet-houden van een vervolgzitting niet in zijn belangen is geschaad. Het appelverbod geldt onverkort.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:8374:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.264.420/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 215333562 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 15 oktober 2020</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank </para>
      <para>Noord-Holland van 28 juni 2019, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [A] .</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd. </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 1 oktober 2020. De betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Artikel 14 van de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:</para>
    <para>- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-</para>
    <para>- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.</para>
    <para>Van geen van deze situaties is hier sprake. </para>
    <para />
    <para>2. De betrokkene klaagt er in hoger beroep over dat de kantonrechter geen vervolgzitting heeft gehouden. Daarnaast heeft de kantonrechter niet op het verzoek om proceskostenvergoeding beslist. De betrokkene schat de kosten in eerste aanleg op ca. € 200,-. Ook wenst hij een vergoeding van de kosten voor het hoger beroep, door de betrokkene bepaald op een bedrag van ca. € 100,-. </para>
    <para />
    <para>3. Indien de kantonrechter degene aan wie de sanctie is opgelegd niet in de gelegenheid heeft gesteld om zijn standpunt op een openbare zitting toe te lichten, kan het in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) besloten liggende recht op toegang tot de rechter meebrengen, dat het appelverbod van artikel 14, eerste lid, van de Wahv, buiten toepassing moet worden gelaten (zie het arrest van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2018:6402). </para>
    <para>4. Uit het dossier blijkt dat de kantonrechter de zaak van de betrokkene heeft behandeld op de zitting van 3 mei 2019. De betrokkene is op die zitting verschenen. De kantonrechter heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de betrokkene in de gelegenheid te stellen om vóór 14 juni 2019 met stukken te onderbouwen dat er sprake was van laden en lossen. In het proces-verbaal is opgenomen dat de kantonrechter na ontvangst van de stukken zal beoordelen of de zaak opnieuw op een zitting zal moeten worden behandeld dan wel of deze zonder nadere zitting kan worden afgedaan. De betrokkene heeft bij schrijven van 5 juni 2019 een getuigenverklaring overgelegd en de officier van justitie heeft hierop gereageerd. Bij de bestreden beslissing van 28 juni 2019 heeft de kantonrechter op basis van de ingewonnen informatie, zonder een vervolgzitting te houden, de inleidende beschikking vernietigd. </para>
    <para />
    <para>5. Gegeven de beslissing van de kantonrechter met betrekking tot de opgelegde sanctie kan niet worden geoordeeld dat de betrokkene door het niet houden van een vervolgzitting in zijn rechtens te erkennen belangen is geschaad. Dit vormt derhalve geen reden om het appelverbod buiten toepassing te laten (vgl. ov. 14 van het arrest van 12 juli 2018).</para>
    <para />
    <para>6. Het bezwaar dat de kantonrechter niet op het verzoek om proceskostenvergoeding heeft beslist komt erin de kern op neer dat de kantonrechter niet juist heeft beslist. Ook dat is geen reden voor het buiten toepassing laten van het appelverbod (vgl. ov. 16 van het arrest van 12 juli 2018).  </para>
    <para />
    <para>7. Het voorgaande brengt mee dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>