<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:8218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-10T12:22:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-10-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-10-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.240.949/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:8218">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:8218</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-11-10T12:22:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-11-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:8218 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 12-10-2020 / Wahv 200.240.949/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:8218:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De advocaat-generaal heeft een certificaat ingebracht om aan te tonen dat de ambtenaar vaardig was om de meetapparatuur te bedienen. De gedraging blijkt echter met een ander type apparaat te zijn geconstateerd. Nu de advocaat-generaal de onduidelijkheid op dit punt niet heeft opgehelderd, vernietigt het hof de sanctiebeschikking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:8218:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.240.949/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 208462805 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 12 oktober 2020</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 30 mei 2018, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">
            [de betrokkene]
          </emphasis> (hierna: de betrokkene),</para>
        <para>wonende te [A] .</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gemachtigde van de betrokkene is B. de Jong LLB., kantoorhoudende te Gouda.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. De gemachtigde voert aan dat de officier van justitie zijn informatieplicht ex artikel 7:18 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft geschonden. De officier van justitie heeft namelijk pas bij zijn beslissing op het administratief beroep het verzochte ijkrapport overgelegd, waardoor de gemachtigde in de fase van het administratief beroep niet meer op dit stuk heeft kunnen reageren. De kantonrechter heeft dit miskend. </para>
    <para />
    <para>2. Artikel 7:18, vierde lid, van de Awb voorziet specifiek voor belanghebbenden in een recht om gedurende het administratief beroep de op de zaak betrekking hebbende stukken op te vragen bij het beroepsorgaan. Het gaat daarbij om stukken die nodig zijn om een boete op basis daarvan aan te vechten (vlg. ABRS 19 november 2014, ECLI:NL:RvS:2014:4129). </para>
    <para />
    <para>3. De gemachtigde heeft in zijn administratief beroepschrift gevraagd om alle op de zaak betrekking hebbende stukken. Bij brief van 18 augustus 2017 heeft de gemachtigde gronden tegen de inleidende beschikking aangevoerd. De officier van justitie heeft het beroep vervolgens bij beslissing van 20 november 2017 ongegrond verklaard. Deze beslissing is naar de gemachtigde gezonden met daarbij een NMi-verklaring. In de motivering van de beslissing wordt verwezen naar de bijgevoegde NMi-verklaring.</para>
    <para />
    <para>4. Nu de officier van justitie de NMi-verklaring heeft gebruikt bij de beoordeling van het administratief beroep, is het hof van oordeel dat deze verklaring daarmee een op de zaak betrekking hebbend stuk is geworden. Een redelijke uitleg van artikel 7:18, vierde lid, Awb, brengt mee dat als hierom is verzocht de officier van justitie nieuwe of aanvullende op de zaak betrekking hebbende stukken moet toezenden aan de indiener van het beroepschrift voordat hij op het beroep beslist. In dit geval is de NMi-verklaring pas bij de beslissing van de officier van justitie overgelegd. Daarmee is de officier van justitie tekortgeschoten in zijn informatieplicht. Dit betekent dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie ten onrechte in stand heeft gelaten. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie vernietigen. Dit brengt mee dat de overige bezwaren tegen de beslissing van de kantonrechter en de beslissing van de officier van justitie geen bespreking meer behoeven.</para>
    <para />
    <para>5. Ter beoordeling staat vervolgens het beroep tegen de inleidende beschikking waarbij aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie is opgelegd van € 262,- voor: “overschrijding maximumsnelheid op autosnelwegen, met 29 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 17 juni 2017 om 22:32 uur op de A12 in De Meern met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .</para>
    <para />
    <para>6. De gemachtigde trekt de juistheid van de meting in twijfel. Daartoe is aangevoerd dat de betrokken ambtenaar niet is opgeleid voor de gebruikte meetapparatuur. In deze zaak is de gedraging vastgesteld met behulp van het digitale apparaat MultaRadar CT. De advocaat-generaal heeft echter, ter adstructie van de bekwaamheid van de ambtenaar, een verouderde (analoge) certificaat "waarnemer MultaRadar MR-CD" overgelegd. In het dossier ontbreekt informatie omtrent de vraag of en in hoeverre de Multaradar Mr-CD qua bediening vergelijkbaar is met de MultaRadar CT en in hoeverre de opleiding voor de bediening van beide apparaten vergelijkbaar is. </para>
    <para>7. <?linebreak?>Met het overleggen van dit certificaat heeft de advocaat-generaal beoogd de bekwaamheid van de ambtenaar tot bediening van de gebruikte apparatuur aan te tonen. De gemachtigde heeft in de nadere toelichting op het beroep beargumenteerd de vraag opgeworpen of het certificaat wel geldt voor de gebruikte apparatuur. De door de gemachtigde opgeworpen vraag kan niet met behulp van het dossier worden beantwoord. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld heeft de advocaat-generaal niet gereageerd op de nadere toelichting op het beroep. Het hof ziet hierin aanleiding de inleidende beschikking te vernietigen. </para>
    <para>8. <?linebreak?>De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het bijwonen van de hoorzitting bij de officier van justitie, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het bijwonen van de zitting bij de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal vijf procespunten te worden toegekend. Aan het indienen van de nadere toelichting op het hoger beroep dient een half punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1443,75 (= 5,5 x € 525,- x 0,5).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1443,75.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om het arrest te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>