<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:7667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-02T10:28:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-09-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-09-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.276.640</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:7667">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:7667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-02T10:28:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:7667 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-09-2020 / 200.276.640</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:7667:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Opheffing bewind na goed verlopen afbouwtraject; overeenstemming partijen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:7667:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN		</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem				</para>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.276.640</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland 8157648)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 24 september 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para>verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: [verzoekster] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M. van Hunnik te Ede,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de bewindvoerder] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [B] ,</para>
      <para>verder te noemen: [de bewindvoerder] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als overige belanghebbende is aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de dochter]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [C] ,</para>
      <para>verder te noemen: de dochter van [verzoekster] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen (verder: de kantonrechter), van 6 januari 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, hierna te noemen: de bestreden beschikking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift met producties, ingekomen op 3 april 2020.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 27 augustus 2020 plaatsgevonden. Aanwezig waren:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat, en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            [de bewindvoerder] via een telefonische verbinding.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>Na de mondelinge behandeling zijn met toestemming van het hof ingekomen:</para>
      <para>- een brief van [de bewindvoerder] van 27 augustus 2020, en</para>
      <para>- een journaalbericht van 28 augustus 2020 van mr. Van Hunnik met producties.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [verzoekster] is geboren [in] 1977.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij beschikking van 25 juli 2012 heeft de kantonrechter te Wageningen een bewind uitgesproken over de goederen van [verzoekster] en [de bewindvoerder] tot bewindvoerder van [verzoekster] benoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>In een verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter op 8 november 2019, heeft [verzoekster] verzocht het bewind over haar goederen op te heffen, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>In de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van [verzoekster] tot opheffing van het bewind afgewezen en het verzoek van [de bewindvoerder] tot inschrijving van het bewind in het Centraal Curatele- en Bewindregister afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [verzoekster] is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grief ziet op de afwijzing van haar verzoek tot opheffing van het bewind. [verzoekster] verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en alsnog haar verzoek tot opheffing van het bewind toe te wijzen, kosten rechtens.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        [de bewindvoerder] voert geen verweer. [de bewindvoerder] verzoekt de toewijzing van het verzoek van [verzoekster] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zijn het - na een goed verlopen afbouwtraject - erover eens dat het bewind kan worden opgeheven. Gelet hierop zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, van 6 januari 2020, en opnieuw beschikkende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heft op met ingang van 1 november 2020 het bewind over de goederen van [verzoekster] ;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de griffier van het hof een afschrift van deze beschikking toezendt aan de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. J.B. de Groot, A. Smeeïng-van Hees en A.L.H. Ernes, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door mr. Smeeïng-van Hees, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier, en is op 24 september 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>