<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:745</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T22:00:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.193.437</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2021:521" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/cassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Cassatie: ECLI:NL:HR:2021:521, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2020-0129</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2020/80</rdf:li>
          <rdf:li>NTHR 2020, afl. 3, p. 144</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:745">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:745</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-12T11:10:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:745 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 28-01-2020 / 200.193.437</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:745:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Arbeidsongeschiktheidsverzekering beroep (betonstorter). Somatisch onvoldoende verklaarde klachten (SOLK) en CVS. Theoretische arbeidsongeschiktheid 50% leidt tot volledige arbeidsongeschiktheid vanuit arbeidsdeskundig oogpunt.</para>
        <para>In dit eindarrest wordt het rapport van de arbeidsdeskundige beoordeeld. Verzekerde is voor 50% arbeidsongeschikt voor zijn beroep; de resterende inzet per dag is te gering om het eigen beroep/bedrijf uit te oefenen, zodat vanuit arbeidsdeskundig oogpunt sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid. Beroep op taakverschuivingsclausule verworpen, want verzekerde heeft al 9 jaar geen bedrijf meer. Verzekerde kan aanspraak maken op volledige uitkering.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:745:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.193.437</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 288272)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 28 januari 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in de zaak van</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiser,</para>
      <para>hierna: [verzekerde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. A.M. Engelen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de naamloze vennootschap Achmea Schadeverzekeringen N.V. m.h.o.d.n. Interpolis</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Apeldoorn,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: Interpolis,</para>
      <para>advocaat: mr. H.E. Foudraine.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>In het laatste tussenarrest van 12 februari 2019  heeft het hof dhr. P. van der Ham als arbeidsdeskundige benoemd en vragen gesteld. Zijn rapport is op 23 augustus 2019 bij het hof binnengekomen. Daarna heeft [verzekerde] op de roldatum van 8 oktober 2019 een memorie na deskundigenbericht genomen en vervolgens heeft Achmea op de roldatum van 5 november 2019 een antwoordmemorie na deskundigenbericht genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Vervolgens heeft Achmea de stukken voor arrest overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Voor een goed begrip van de zaak en de antwoorden van de deskundige heeft het hof de navolgende gedeelten uit het deskundigenrapport overgenomen. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">5.1 Functieomschrijving</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene is te beschouwen als meewerkend eigenaar van een betonbedrijfsvloerenbedrijf.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Uitvoerende taken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Legt verschillende soorten betonvloeren in woningen, bedrijfspanden en andere gebouwen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorbeelden van werkzaamheden: controleert of de ruwe ondergrond geschikt en vlak is,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">brengt zo nodig isolatiemateriaal, stort het beton, verspreidt en egaliseert het beton en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bepaalt de hoogte van de vloer, werkt vloeren af (door polijsten, vlinderen, schuren en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">stralen) en brengt plinten aan.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Ondernemerstaken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Heeft de dagelijkse leiding over een betonproject in de nieuwbouw van woningen en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedrijfspanden. Voorbeelden van werkzaamheden: geeft leiding aan bouwplaatspersoneel,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">maakt een planning van het project en controleert de voortgang, begeleidt, maakt en stelt</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bekistingen, begeleidt het storten van beton, ziet er op toe dat medewerkers veilig werken en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">maakt overzichten van het werkelijk verbruikte materiaal.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Neemt werken op en heeft overleg met opdrachtgever en leverancier van het beton. Heeft</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">overleg over de bedrijfsvoering en het financieel beheer met de vennoot.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Vaststelling van de uren en taken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de rapporten van Interpolis wordt gesproken over een werkweek van 40-50 uur. Daarnaast wordt vermeld dat betrokkene circa 50.000 km zakelijk reed. In het rapport van 17 september 2013 staat vermeld dat betrokkene gewend was te werken van 04.15 uur tot circa 16.00 uur.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitgaande van vijf werkdagen zou het om 50 uur gaan, exclusief pauzes. De taak reizen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wordt niet apart benoemd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het aanvraagformulier en het schademeldingsformulier vermelden geen taken en uren (…). In de vraagstelling wordt gevraagd om de arbeidsongeschiktheid te beoordelen op basis van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">taak- en functieanalyse, dat wil zeggen eigen onderzoek naar taken, uren en belastingen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat betrokkene steeds rond 16.00 uur thuis was acht ik niet aannemelijk. De lengte van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkdagen was variabel. Van belang is dat het proces van storten, egaliseren en afwerken in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">één keer moet worden afgerond. Betrokkene gaf aan dat hij altijd betrokken was bij het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">afwerken, het vlinderen. Daarnaast is het zo dat als hij om 16.00 uur thuis zou zijn hij al om</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>14.45</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">uur het werk zou moeten verlaten, gelet op de gemiddelde reistijd. Op dat moment is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het werk nog volop gaande en dat betrokkene als eindverantwoordelijke dan al vertrekt is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">niet aannemelijk.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene maakte dus langere dagen, soms ook tot in de avond, Ik wijs op bijvoorbeeld</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">filmpje 1 bij 4.3, waarin je kunt zien dat de vlinderwerkzaamheden in de avond doorgaan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Maar het is ook niet zo dat betrokkene steeds om 04.15 uur begon en tot ver in de avond</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">doorwerkte, dat zou namelijk betekenen dat hij extreem veel uren zou maken.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verder is het ook zo dat er een fase is waarin weinig werkzaamheden gebeuren, namelijk de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">fase tussen egaliseren van het beton en de afwerking. De lengte van deze fase is afhankelijk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van de droogtijd en die is weer afhankelijk van de temperatuur. In de zomer is er minder</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">droogtijd dan in de winter. In feite zijn dit wachturen, waarbij wel de status van het beton</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">regelmatig gecontroleerd moet worden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kortom, de lengte van de werkdagen kon nogal variëren. Arbitrair ga ik uit van een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gemiddelde werkweek van 60 uur (zomers wat korter, ‘s-winters wat langer).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dan de verschillende taken. Betrokkene moet beschouwd worden als een meewerkende</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitvoerder. Hij was ter plekke wel de eindverantwoordelijke voor de uitvoering van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkzaamheden. Vanuit die verantwoordelijkheid kan betrokkene zich niet louter met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ambachtelijke werkzaamheden bezighouden en daarbij het totaal niet meer overzien. Dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geldt met name bij het betonstorten. Het gaat dan om de juiste verdeling over de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">oppervlakte, de aan te houden laagdikte, controle op de kwaliteit van het beton, zorgen voor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">tijdige en voldoende aanvoer (eventueel extra bestellen etc.).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Maar het is steeds management on the job, dat wil zeggen een combinatie van meewerken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(daar waar nodig) en tegelijk aansturen/coördineren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tijdens de afwerking (het vlinderen) is het wel voorstelbaar dat betrokkene meer meewerkte,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hij gaf aan zelf veel op de vlindermachine te zitten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten slotte spelen nog de reisuren en de meer algemene ondernemerstaken. Als het gaat om</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">reisuren dan kan, zeker bij veel snelweg, uitgegaan worden van circa 75 km/uur. Daarbij is al rekening gehouden met drukte, files, ongevallen, slecht weer, rijden met aanhanger (max. 90 km/uur). Uitgaande van 50.000 km gaat het om 667 uur per jaar. Bij 50 werkweken gaat het om circa 13 uur per week.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij de meer algemene ondernemerstaken gaat het om opnemen van werken en overleg met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de vennoot over de bedrijfsvoering en financieel beheer.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik kom tot de volgende taak- en functie-analyse:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Taken	uren per week  </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Reizen 		13 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Algemene ondernemerstaken, overleg vennoot 	2 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Subtotaal 		15 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Feitelijke werkzaamheden (totaal 45 uur)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorbereidende werkzaamheden 15%= 6,75 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Meewerken 75% 		5,1 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Organiseren, aansturen/leidinggeven 25% 	1,7 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betonstorten 35%=15,75 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Meewerken 75%		11,8 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Organiseren, aansturen/leidinggeven 25% 	3,9 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Afwerken, vlinderen 50%=22,5 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Meewerken 90% 		20,3 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Organiseren, aansturen/leidinggeven 10% 	2,2 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Subtotaal 	                  45 uur (afgerond)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Totaal 60 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Samengevat (afgerond)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Reizen 		13 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Algemene ondernemerstaken		 2 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Meewerken 		37uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Organiseren, aansturen 		</emphasis>
          <emphasis role="underline italic">8 uur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Totaal 	60 uur</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Mate van arbeidsongeschiktheid voor de eigen werkzaamheden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid voor de eigen werkzaamheden gaat het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">om de vergelijking tussen de zwaarte van het werk (belasting) en de mogelijkheden van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">betrokkene (belastbaarheid). Voor een omschrijving van de werkzaamheden en de belasting</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verwijs ik naar hoofdstuk 6. Voor de belastbaarheid dien ik uit te gaan van de belastbaarheid zoals deze is beoordeeld door de verzekeringsarts (…).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Weging van belasting en belastbaarheid</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Werktijden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Allereerst is van belang dat er een beperking van de werktijden is. Betrokkene mag tussen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>18.00</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">uur en 06.00 uur niet werken. Hij mag dus alleen overdag werken. Verder zijn de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkuren beperkt tot zes uur per dag/30 uur per week.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitgaande van een normale totale werkweek van 60 uur leidt dit al direct tot een uitval van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">50%.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vervolgens komt de vraag of betrokkene in staat moet worden geacht overdag gedurende</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zes uur per dag/30 uur per week eigen werkzaamheden te verrichten gelet op de overige</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beperkingen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Verhoogd persoonlijk risico</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor alle werkzaamheden geldt dat betrokkene niet geschikt is voor werkzaamheden met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">een verhoogd persoonlijk risico. (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Reizen/vervoer</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verzekeringsarts Timmerhuis geeft een beperking voor beroepsmatig vervoer, Uit het rapport blijkt dat zij is uitgegaan van het besturen van voertuigen vallen onder rijbewijsgroep 2 (vrachtwagens, bussen). Deze aanname is onjuist, betrokkene heeft geen rijbewijs C of D en ook nooit gehad. Hij reed voor zijn werk in een bedrijfsbus met aanhanger, vallend onder rijbewijs BE en dus groep 1.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het CBR heeft geconcludeerd dat op alle rijbewijzen van betrokkene (ABE) code 105 van toepassing is. Met code 105 mag betrokkene privé en beroepsmatig rijden, maar beroepsmatig geen personen vervoeren of personen onder zijn toezicht laten besturen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene mag dus niet beroepsmatig rijden als bijvoorbeeld taxichauffeur of rijinstructeur. Betrokkene reed alleen naar de projecten, de werkploegen kwamen op eigen gelegenheid. Er is geen reden om uitval voor de taak reizen aan te nemen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Berekend is dat het gemiddeld om 13 uur reizen per week gaast. Betrokkene was gewend zes dagen per week te werken en dus ook te reizen. Gemiddeld gaat het om 2,2 uur reizen per dag.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Staan en lopen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik noem deze beperkingen omdat buiten het reizen vrijwel alle werkzaamheden staand en lopend worden verricht. Kijk je naar de arbeidsdeskundige definitie van staan en lopen dan zal er meer sprake zijn van staan dan lopen. Ik schat de verhouding in het werk van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">betrokkene op 2/3 staan en 1/3 lopen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene mag 15-30 minuten aaneen staan en lopen en niet meer dan vier uur per dag</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">staan en lopen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene had een werkweek van zes dagen. Hij mag weliswaar zes uur per dag werken, maar met een maximum van 30 uur per week. Uitgaande van zes werkdagen gaat het maximaal om vijf uur per dag.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitgaande van het maximum van vijf uur per dag werken waarvan 2,2 uur reizen per dag (het reizen van en naar de werklocatie wordt niet minder als men op locatie minder uren kan maken) resteert 2,8 uur staan en lopen op de werklocatie. De belastbaarheid voor het totaal aan staan en lopen per dag wordt dan niet overschreden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene zal wel na 15-30 minuten een pauze moeten nemen om te recupereren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor de berekening ga ik uit van het gemiddelde van 15-30 minuten, dat is circa 22 minuten en de recuperatiebehoefte schat ik op circa 8 minuten. Betrokkene zal dan even moeten zitten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2,8 uur werken komt overeen met 168 minuten. Dat zijn 7,6 blokken van 22 minuten. Betrokkene zal 6,6 keer (niet na het laatste blok van 22 minuten, dan kan hij gaan reizen naar huis) circa acht minuten pauze moeten houden, dat is totaal 53 minuten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het is naar mijn oordeel redelijk om van betrokkene te verwachten dat hij tussendoor pauzes inlast om (theoretisch) tot de 2,8 uur werken op locatie te komen. Uiteindelijk zal hij 3,7 uur op locatie aanwezig moeten zijn om 2,8 uur te kunnen werken. Dat is aanvaardbaar en in redelijkheid van betrokkene te verwachten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uitgaande van de FML acht ik betrokkene in theorie staat om per dag 2,8 effectieve uren organiserende en aansturende/leidinggevende werkzaamheden alsmede lichtere uitvoerende taken op de werklocatie te verrichten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij lichtere uitvoerende werkzaamheden denk ik aan het begeleiden van de spuitmond bij het buitenwerk, werken met de trilnaald, helpen bij isolatie aanbrengen, helpen bij afplakken, vlinderen met de vlindermachine en dergelijke.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zowel in de organiserende en aansturende/leidinggevende werkzaamheden als in de lichtere uitvoerende taken wordt de belastbaarheid van betrokkene niet overschreden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De totale inzetbaarheid wordt dan vijf uur per dag (2,2 uur reizen en 2,8 uur op locatie). Bij zes dagen per week is dat 30 uur.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Theoretisch is de mate van arbeidsongeschiktheid 30:60 x 100% = 50%</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Kan betrokkene zijn beroep nog uitoefenen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de bovenstaande theoretische berekening speelt het reizen een belangrijke rol. Immers, betrokkene moet gemiddeld 2,2 uur per dag reizen om op de werklocatie te komen en weer naar huis te gaan. Betrokkene heeft geen beperkingen voor reizen en het reizen is een taak behorende bij de werkzaamheden van betrokkene.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Maar het is ook zo dat vanwege de urenbeperking naast reizen slechts 2,8 uur per dag resteert voor het uitvoeren van lichtere uitvoerende werkzaamheden en de aansturende/coördinerende taken op locatie. Van belang is te realiseren dat betrokkene ter plekke de eindverantwoordelijke persoon was en vanuit die verantwoordelijkheid eigenlijk de hele tijd aanwezig moet zijn. In ieder geval is 2,8 uur per dag op locatie aanwezig zijn veel te weinig om zijn rol te vervullen. Daarnaast is het zo dat niet steeds alle passende werkzaamheden beschikbaar zijn. Het vlinderen komt bijvoorbeeld pas na het drogen van het beton voor. In de winterdag is dat in de regel pas na 18.00 uur en dat valt buiten het geduide arbeidspatroon door de verzekeringsarts.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat betekent dat theoretisch de mate van arbeidsongeschiktheid van 50% is, maar dat de resterende inzetbaarheid te gering is om het eigen beroep/de eigen werkzaamheden naar behoren te kunnen verrichten.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de jurisprudentie is duidelijk geworden dat in een dergelijke situatie gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid kan leiden tot volledige arbeidsongeschiktheid. Vanuit</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">arbeidsdeskundig oogpunt is dat mijns inziens hier het geval</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <parablock>
        <para>De deskundige heeft in antwoord op vraag 1) <emphasis role="italic">Wat is de mate van arbeidsongeschiktheid voor het verzekerde beroep (exploitant van een betonnen bedrijfsvloerenbedrijf, ingedeeld in beroepsklasse 4) op basis van een taak- en urenanalyse en rekening houdend met de vastgestelde beperkingen en gebruikmakend van de functionele mogelijkhedenlijst in het rapport van de verzekeringsgeneeskundige Timmerhuis van 31 mei 2018? Wilt u daarbij tevens acht slaan op de polis en de polisvoorwaarden (o.a. de beperkende voorwaarde w.b. de rugproblematiek) van Achmea?</emphasis> onder meer het navolgende geantwoord.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Uit de analyse blijkt dat betrokkene de toegestane zes uur per dag/30 uur per week nog kan invullen met de taken reizen, lichte uitvoerende werkzaamheden en aansturen/coördineren op locatie, zij het dat wegens het zes dagen werken de inzetbaarheid geen zes uur per dag maar vijf uur per dag is. Deze inzetbaarheid is opgebouwd uit 2,2 uur reizen en 2,8 uur werken op locatie. Van belang is te realiseren dat betrokkene ter plekke de eindverantwoordelijke persoon was en vanuit die verantwoordelijkheid eigenlijk de hele tijd aanwezig moet zijn. In ieder geval is 2,8 uur per dag op locatie veel te weinig om zijn rol te vervullen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dat betekent dat theoretisch de mate van arbeidsongeschiktheid 50 % is, maar dat de resterende inzetbaarheid te gering is om het eigen beroep/de eigen werkzaamheden naar behoren te kunnen verrichten. Vanuit arbeidsdeskundig oogpunt moet daarom mijns inziens uitgegaan worden van volledige arbeidsongeschiktheid.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>De deskundige heeft in antwoord op vraag 2a) <emphasis role="italic">Wat zijn/waren naar uw mening de redelijke (theoretische) mogelijkheden tot taakverschuiving, taakwijziging, voorzieningen binnen het eigen bedrijf/beroep? </emphasis>het navolgende geantwoord. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“In de polisvoorwaarden is nog wel de taakverschuivingsclausule opgenomen. Betrokkene</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkte met een compagnon, er was geen eigen personeel.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er was sprake van een natuurlijke verdeling, op basis van ieders affiniteiten en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">competenties. Betrokkene was de man op de werklocatie, de compagnon was de man met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de ondernemerstaken. Het is zo dat de compagnon wel eens bijsprong op een werk of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">samen met betrokkene een kleinere klus deed, maar dat maakt hem nog niet geschikt voor</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de rol van meewerkend uitvoerder op locatie. Andersom, betrokkene is duidelijk de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">praktijkman, heeft wel veel praktijkervaring maar een beperkte scholing. Het is niet</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aannemelijk dat betrokkene voldoende competenties heeft om de ondernemerstaken van zijn</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">compagnon over te nemen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Los daarvan blijft gelden dat dit maar voor een beperkt aantal uren zou kunnen, gelet op de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">urenbeperking.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <parablock>
        <para>Op het conceptrapport heeft de arbeidsdeskundige mevr. Jansen , die ook verbonden is aan Achmea, commentaar geleverd (dat ook is terug te vinden in de antwoordmemorie na deskundigenbericht van de zijde van Achmea, namelijk m.b.t. de reistijden als onderdeel van de werktijd en de mogelijkheid van taakverschuiving) waarop de deskundige als volgt heeft gereageerd. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“</emphasis>
          <emphasis role="bold italic">Tijdbesteding/arbeidsbegroting</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conform de vraagstelling (zie vraag 1) moet ik de mate van arbeidsongeschiktheid</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beoordelen op basis van een taak- en functieanalyse, waarbij ik uit dien te gaan van een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">indeling in beroepsklasse 4 (behorend bij overwegend uitvoerend werk).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb een taak- en functieanalyse opgesteld op basis van het gesprek met betrokkene,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">informatie in het dossier en kennis van het beroep en de werkwijze.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met betrokkene is uitgebreid gesproken over zijn werkzaamheden, de werktijden en het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkproces. De door betrokkene aangegeven werkzaamheden en werktijden passen bij het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkproces van beton storten. Dit proces wordt ook bevestigd door de geraadpleegde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bronnen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In het rapport van 17 september 2013 wordt vermeld dat betrokkene rond 04.15 uur begon</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en werkte tot 16.00 uur. In het gesprek gaf betrokkene aan dit niet juist is, hij werkte langer</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">door, waarbij de eindtijden wisselden (afhankelijk van het weer en de omvang van de klus).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In het rapport van 17 september2013 wordt ook het vlinderen als uitvoerend werk benoemd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Uit de analyse van het werkproces blijkt dat het vlinderen de laatste stap is van het proces</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">en pas na het voldoende drogen van de beton kan plaatsvinden. De droogtijd bepaalt dus de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aanvang van het vlinderen. Verder is van belang dat het storten, drogen en vlinderen achter</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">elkaar moeten plaatsvinden, op één dag. En dat betrokkene ter plekke de eindverantwoordelijke was en de klus pas na afronding van het vlinderen geklaard is. Het</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vlinderen kan tot in de avond doorgaan, zeker al de droogtijd lang is geweest, zie ook de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">YouTube filmpjes. Dat betrokkene tot 16.00 uur werkte is derhalve niet aannemelijk.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Overigens gaat arbeidsdeskundige Jansen in haar commentaar ook uit van 47 uur werken</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op locatie. Omdat zij het reizen niet als taak beschouwt, zie verder, komt zij op een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkweek van 47 uur, conform mijn taak- en functieanalyse. Met reizen kom je op 60 uur per week.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Reizen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Arbeidsdeskundige Jansen is van oordeel dat het reizen c.q. de reistijd buiten de taak- en functieanalyse moet blijven. Zij haalt onder andere de arbeidstijdenwet voor werknemers aan.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het gaat hier niet om reizen van huis naar een vaste werkplek (kantoor of bedrijf). Zoals</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beschreven in 3.3 laadde betrokkene ook gereedschappen en machines en name deze mee</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">naar het project. Het reizen hangt geheel samen met het ambulante karakter van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">werkzaamheden en kan ook niet met andere vervoermiddelen (zoals CV of fiets).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In het rapport van 17 september 2013 wordt ook vermeld dat betrokkene voor zijn werk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">afhankelijk was van de auto, de werkzaamheden worden door heel Nederland en soms in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">België of Duitsland verricht.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In deze werksituatie is het reizen een wezenlijk onderdeel van het werk en dus een taak in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de taak- en functieanalyse, waarmee de arbeidsomvang op 60 uur per week komt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De aangehaalde arbeidstijdenwet voor werknemers is niet relevant voor de beoordeling van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">arbeidsongeschiktheid in het kader van AOV.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Mate van arbeidsongeschiktheid</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De urenbeperking heeft de meeste invloed op de mate van arbeidsongeschiktheid. Uitgaande van een arbeidsomvang van 60 uur en een urenbeperking van 30 uur is de uitval 50%. In de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid ben ik tot de conclusie gekomen dat betrokkene theoretisch deze 30 uur per week ook inzetbaar is in het eigen werk, waarbij de invulling neerkomt op reizen, lichte uitvoerende werkzaamheden en toezichthoudende/coördinerende taken).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Meer dan 30 uur arbeid is gelet op urenbeperking niet te duiden.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Kan betrokkene zijn beroep nog uitoefenen?</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omdat het reizen tot de werkzaamheden van betrokkene behoort en het reizen in omvang niet afneemt als je minder uren op het project aanwezig kunt zijn, neemt het aantal uren beschikbaarheid voor werkzaamheden op het project af. Immers, alle taken inclusief het reizen, moeten binnen het maximum van zes uur per dag plaatsvinden en ook nog overdag. Omdat betrokkene gewend was zes dagen per week te werken gaat het om maximaal vijf uur per dag en blijft gemiddeld 2,8 uur over voor werkzaamheden op het project ter plekke.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb aangegeven dat theoretisch de mate van arbeidsongeschiktheid 50% is. De beschikbare werktijd op locatie is naar mijn oordeel veel te weinig om tot een min of meer zelfstandige beroepsuitoefening te kunnen komen, temeer daar betrokkene ter plekke de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">eindverantwoordelijke was.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>In de memorie na deskundigenbericht van de zijde van [verzekerde] schaart hij zich kort gezegd achter de conclusie van de arbeidsdeskundige dat sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid. Voorts vindt [verzekerde] dat hij ook volledig arbeidsongeschiktheid moet worden beschouwd voor het verzekerde beroep op de polis. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>In de antwoordmemorie na deskundigenbericht van de zijde van Achmea voert Achmea aan dat de arbeidsdeskundige de reisuren van [verzekerde] ten onrechte in zijn beoordeling (van de mate van arbeidsongeschiktheid) heeft betrokken, waardoor het arbeidsongeschiktheidspercentage op 36% uitkomt en voorts dat [verzekerde] kan kiezen voor het uitvoeren van opdrachten dichter bij huis en andere taakverschuivingen (in het kader van de taakverschuivingsclausule dat onderdeel vormt van de arbeidsongeschiktheidsdefinitie in de polis).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8</nr>
      <para>Het hof oordeelt hierover als volgt. In het (tussen)arrest van 7 november 2017 heeft het hof geoordeeld (onder 3.6) dat genoegzaam vast staat dat bij [verzekerde] nog steeds sprake is van chronische vermoeidheids- en pijnklachten die somatisch niet verklaarbaar zijn (na het eerder doormaken van een hersenabces die begonnen is op 2 november 2009). Het hof heeft mevr. Timmerhuis , verzekeringsgeneeskundige, als deskundige benoemd om een beperkingenprofiel op te stellen. In het (tussen)arrest van 16 oktober 2018 heeft het hof (onder 2.1) de bevindingen van mevr. Timmerhuis weergegeven: [verzekerde] wordt niet in staat geacht om meer dan acht uur per dag te werken, inclusief rijtijden en gezien zijn aandoeningen spreekt zij over een maximale duurbelasting van zes uur per dag, exclusief rusttijden. Voorts betrekt het hof het feitencomplex dat [verzekerde] ruim tien jaar geleden arbeidsongeschikt is geraakt en een uitkering heeft ontvangen op basis van 100% arbeidsongeschiktheid tot 29 oktober 2014 in verband met de opheffing van de rijontzegging door het CBR. Daarna heeft [verzekerde] in augustus 2015 de onderhavige procedure gestart. [verzekerde] is thans 59 jaar; de dekking voor arbeidsongeschiktheid eindigt op 6 september 2025 als [verzekerde] 65 jaar wordt. Het bedrijf is nog enige tijd voortgezet door zijn compagnon, maar per 23 december 2010 gestaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9</nr>
      <para>Het hof volgt de arbeidsdeskundige in zijn bevindingen en antwoorden als hierboven weergegeven en maakt die tot de zijne. Niet betwist is dat [verzekerde] door heel Nederland werkte en ook in België en in Duitsland, afhankelijk van de vraag naar betonstorters. Dat daarmee geschat wordt dat [verzekerde] daarvoor jaarlijks 50.000 kilometer reed, zoals Achmea betwist, acht het hof aannemelijk. Voorts zijn de feitelijke omschrijvingen/beschrijvingen van het werk van [verzekerde] niet gemotiveerd betwist door Achmea (kortheidshalve verwijst het hof naar bovenstaande citaten uit het deskundigenrapport), waaruit naar het oordeel van het hof genoegzaam volgt dat [verzekerde] lange dagen maakte om het werk te kunnen klaren en de betonstorters (de ingehuurde ZZP-ers zoals Achmea die benoemt) aanstuurde totdat de klus geklaard was; in de zomer waren de werktijden korter dan in de winter in verband met de droogtijd van het beton. Als het om beton storten ging was er steeds maar één project gaande, maar onbetwist is ook in het deskundigenrapport vermeld (pag. 7) dat [verzekerde] tussen de werkzaamheden door ook naar een andere locatie ging om een werk op te nemen of voorbereidende werkzaamheden te verrichten. Het hof hecht er ook waarde aan dat de arbeidsdeskundige zelf met [verzekerde] heeft gesproken en heeft doorgevraagd naar de aard en omvang van de werkzaamheden; zo heeft hij gevraagd waarom [verzekerde] in september 2013 een rapport van een arbeidsdeskundige van Achmea heeft ondertekend waarin staat opgenomen dat hij om 16.000 uur weer thuis was – het antwoord daarop luidde dat [verzekerde] daar toen niet op gelet heeft en van “het gedoe” (de uitkering was stopgezet) af wilde en daarom het rapport heeft ondertekend. Dat wil het hof aannemen. Maar bovenal overtuigt het niet bestreden feitelijk gegeven dat [verzekerde] bij een thuiskomst van circa 16.00 uur dan gemiddeld genomen vijf kwartier eerder al had moeten vertrekken van het werk, hetgeen bij zijn werk niet voor de hand ligt omdat hij de eindverantwoordelijke was voor het aangenomen werk (zoals de arbeidsdeskundige heeft beschreven op pag. 16, 24 en 28 van zijn rapport) en Achmea niet heeft betwist dat [verzekerde] bijna altijd bij de afwerking (het “vlinderen”) betrokken was, hij daarna pas naar huis kon en dat dit vlinderen in de winter doorgaans laat op de avond werd afgerond (vgl. het deskundigenrapport, punt 3.3) . Het hof is het eens met de conclusie van de arbeidsdeskundige dat de tijden van [verzekerde] om naar en van een locatie te rijden in heel Nederland en in België en in Duitsland deel uitmaakten van zijn ambulante werkzaamheden en aldus deel uitmaken van zijn totale werktijd van 60 uur per week. Dat betekent dat [verzekerde] voor 50% arbeidsongeschikt is voor zijn beroepsuitoefening, zoals ook de deskundige heeft geconcludeerd. Het hof volgt verder ook de onbestreden constatering/conclusie van de deskundige dat de inzetbaarheid van [verzekerde] vijf uur per dag is/was (bij een zesdaagse werkweek) en dat met een reistijd van 2,2 uur per dag er slechts 2,8 uur werken op locatie resteert. Deze resterende inzet is te gering om het eigen beroep/de eigen werkzaamheden naar behoren te verrichten, daargelaten dat [verzekerde] geen eigen bedrijf meer heeft. Het hof volgt dan ook de conclusie van de arbeidsdeskundige dat vanuit arbeidsdeskundig oogpunt moet worden uitgegaan van volledige arbeidsongeschiktheid. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10</nr>
      <para>Het laatste punt dat nog ter beoordeling ligt is de (on)mogelijkheid voor [verzekerde] om op basis van een taakverschuiving nog werk te verrichten, zoals Achmea in de antwoordmemorie na deskundigenbericht (onder 18) heeft aangekaart bij monde van haar eigen arbeidsdeskundige. Met de opsomming van deze (theoretische) mogelijkheden verliest Achmea uit het oog dat [verzekerde] al negen jaar geen eigen bedrijf meer heeft. Gesteld noch gebleken is verder dat [verzekerde] in staat moet worden geacht om thans, op 59 jarige leeftijd, een soortgelijk, nieuw bedrijf uit te oefenen met inachtneming van taakverschuivingen met een (nieuwe) compagnon. En zo er nog wel sprake zou zijn geweest van het bedrijf van [verzekerde] dan wijst het hof erop dat de deskundige de resterende inzetbaarheid ook te gering heeft geoordeeld voor Zwanenburg om de eigen werkzaamheden naar behoren te kunnen verrichten. Voor wat betreft de mogelijkheid voor Zwanenburg om de ondernemerstaken van zijn compagnon over te nemen, volgt het hof de bevindingen en het antwoord van de deskundige in antwoord op vraag 2a, hiervoor geciteerd onder 2.3; het hof sluit zich hierbij aan en maakt die tot de zijne. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11</nr>
      <para>De conclusie is dat [verzekerde] volledig arbeidsongeschikt is in de zin van de polis en daarom aanspraak kan maken op een uitkering. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De grieven slagen. Het bestreden vonnis van 2 maart 2016 zal worden vernietigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <parablock>
        <para>Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof Achmea in de kosten van beide instanties veroordelen. </para>
        <para>De kosten voor de procedure in eerste aanleg aan de zijde van [verzekerde] zullen worden vastgesteld op:</para>
      </parablock>
      <para>- explootkosten	 € 99,98</para>
      <para>- griffierecht	€ 285,-</para>
      <para>totaal verschotten	  €<emphasis role="underline"> 384,98</emphasis></para>
      <para>- salaris advocaat	€ 904,-- (2 punten x tarief II-oud)</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [verzekerde] zullen worden vastgesteld op:</para>
      </parablock>
      <para>- explootkosten	€  99,87</para>
      <para>- griffierecht	<emphasis role="underline">€ 143,--</emphasis></para>
      <para>totaal verschotten	€ 242,87</para>
      <para>- salaris advocaat	     € 3.222,-- (3 punten x tarief II-nieuw)</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt het vonnis van de rechtbank Gelderland (zittingsplaats Zutphen) van 2 maart 2016 en doet opnieuw recht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Achmea tot betaling aan [verzekerde] van een uitkering (op basis van de arbeidsongeschiktheidsverzekering InkomensZekerPlan) op basis van 100% arbeidsongeschiktheid vanaf 29 oktober 2014, totdat de verzekering is beëindigd, vermeerderd met de wettelijke rente;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Achmea in de kosten van beide instanties, tot aan de bestreden uitspraak aan de zijde van [verzekerde] wat betreft de eerste aanleg vastgesteld op € 384,98 voor verschotten en op € 904,-- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief en tot aan deze uitspraak wat betreft het hoger beroep vastgesteld op € 242,87 voor verschotten en op </para>
      <para>€ 3.222,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest ten aanzien van de daarin vervatte veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. R.A. Dozy, H.C. Frankena en R.A. van der Pol en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2020.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>