<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:5311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T13:45:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.263.154</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VR 2021/93</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:5311">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:5311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-18T11:20:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:5311 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 08-07-2020 / Wahv 200.263.154</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:5311:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bebording aanwezig? Geslotenverklaring. Uit een beleidsstuk van het OM volgt dat bij camerahandhaving op geslotenverklaringen door gemeenten, waarbij het verkeersbord op de foto niet zichtbaar is, minimaal eens per maand een schouw van de bebording moet plaatsvinden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:5311:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.263.154/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 217580249 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 8 juli 2020</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Nederland van 27 mei 2019, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>gevestigd te [A] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. Dit verzoek is nadien ingetrokken. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12/20”. Deze gedraging zou zijn verricht op 2 juni 2018 om 17.07 uur op het Ruiterskwartier in Leeuwarden met het voertuig met het kenteken [Y-000-YY] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat de gedraging in deze zaak is vastgesteld door een Buitengewoon opsporingsambtenaar (Boa) domein I Openbare ruimte. Op grond van 6.4 onder 16 van de Beleidsregels boa in combinatie met Bijlage L van deze Beleidsregels mag door een Boa Openbare ruimte uitsluitend worden gehandhaafd voor gedragingen die binnen dat domein vallen. Op grond van de stukken in het dossier kan de betrokkene niet vaststellen dat het besluit tot onderhavige geslotenverklaring in relatie tot de openbare orde is genomen. Er is door de officier van justitie geen verkeersbesluit overgelegd, terwijl de betrokkene ambtenaar evenmin heeft verklaard waarom de openbare orde bij het vaststellen van de onderhavige gedraging in het geding is. Een  en ander heeft tot gevolg dat de bevoegdheid van de ambtenaar volgens de gemachtigde niet vaststaat en daarom dient de inleidende beschikking te worden vernietigd. Hij verwijst daarvoor naar de arresten </para>
    <para>van het hof van 20 maart 2018 (vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:2620) en 12 juni 2019 (ECLI:NL:GHARL:2019:4957). </para>
    <para />
    <para>3. Artikel 6.4 onder 16 van de ten tijde van de gedraging geldende Beleidsregels boa houdt in dat de Boa Openbare Ruimte bevoegd is tot handhaving ter zake van:</para>
    <para>“Artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, maar alleen voor zover het stilstaand verkeer betreft. De artikelen 4, 5, 6, 10, 60, 82 en 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto's, zoals de zogeheten milieuzones. In bijlage L is verder het toepasselijke kader voor de gemeente opgenomen indien zij digitaal wil handhaven op categorie C-borden.”</para>
    <para />
    <para>4. Zoals het hof in het arrest van 22 oktober 2018, ECLI:NL:GHARL: 2018:9211, heeft overwogen is het in de binnenring van Leeuwarden gelegen Ruiterskwartier in het kader van een herinrichting van het gebied Harmoniekwartier, Ruiterskwartier en Wilhelminaplein-West afgesloten voor doorgaand verkeer ter bevordering van de verblijfsfunctie van dat gebied. Dit kan worden aangemerkt als een maatregel ter verbetering van de leefbaarheid. Dit betekent dat de ambtenaar in dit geval bevoegd was een sanctie op te leggen. Het verweer faalt.</para>
    <para />
    <para>5. De gemachtigde stelt daarnaast in zijn hoger beroepschrift dat plaatsing van de juiste bebording wordt ontkend en hij wijst er daarbij op dat de officier van justitie in het kader van de handhaving is gehouden aan het in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalde. Dat artikel schrijft - kort gezegd - voor dat het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, waarbij afwijking van de beleidsregel slechts in bijzondere, voor de burger gunstige gevallen, mogelijk is. Dit betekent dat de officier van justitie in dit geval is gehouden aan de voorschriften die zijn opgenomen in de Beleidsregels boa en het Beleidskader Flitspalen 2015 (hierna: Beleidskader), aldus de gemachtigde. De Beleidsregels boa schrijven - voor zover hier van belang - voor dat op de foto, naast onder meer het kenteken en de contouren van het voertuig, het </para>
    <para>C-bord goed zichtbaar moet zijn. Het voor een geval als het onderhavige van toepassing zijnde Beleidskader bepaalt in het kader van de gemeentelijke handhaving van de negatie van C-borden met behulp van flitspalen eveneens dat op de foto, naast onder meer het kenteken en de contouren van het voertuig, het C-bord goed zichtbaar moet zijn. Daarnaast wordt in het Beleidskader voorgeschreven dat in het geval van <emphasis role="italic">reeds in werking zijnde</emphasis> camerasystemen waarop het C-bord/de borden niet zichtbaar is/zijn, een maandelijkse schouw zal moeten plaatsvinden. Met een verwijzing naar een beslissing van de kantonrechter van 2 november 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:9621, wijst de gemachtigde er op dat het Beleidskader geen mogelijkheid laat tot afwijking van deze uitzonderingsmogelijkheid. Nu in dit geval het camerasysteem niet reeds in werking was ten tijde van het vaststellen van het Beleidskader Flitspalen 2015, zoals naar het hof begrijpt de gemachtigde beoogt te stellen, betekent dit dat de inleidende beschikking voor vernietiging in aanmerking komt wegens strijd met artikel 4:84 Awb. </para>
    <para />
    <para>6. Handelen in strijd met artikel 4:84 Awb veronderstelt dat het vaststellen van de gedraging heeft plaatsgevonden in weerwil van de in dat kader bestaande beleidsregels. Het hof stelt vast dat in dit geval het Beleidskader Flitspalen 2015, waarop de gemachtigde zich beroept, inmiddels is vervangen door het ten tijde van de gedraging geldende Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebied, versie maart 2018, afkomstig van het Parket CVOM. Dit kader is een doorontwikkeling van het Beleidskader Flitspalen 2015 ter waarborging van de uniformiteit van de handhaving door middel van camera’s door de gemeenten. In dit kader is onder de kop “randvoorwaarden en uitgangspunten” - onder meer - het volgende opgenomen: “Indien camerasystemen in werking zijn waarop borden niet zichtbaar zijn, dan zal een (minimaal) maandelijkse omgevingsschouw moeten plaatsvinden door een opsporingsambtenaar. Deze legt in een proces-verbaal vast dat de borden en de daarbij behorende onderborden juist zijn geplaatst.” </para>
    <para />
    <para>7. Het voorgaande betekent dat, bij het ontbreken van enige nadere voorwaarde, het niet zichtbaar zijn van het C-bord op de foto steeds op een wijze als Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebied beschreven wijze, te weten door middel van een omgevingsschouw die (minimaal) maandelijks plaatsvindt, dient te worden ondervangen. Een en ander uiteraard met het doel om de aanwezigheid van het bord C12 vast te kunnen stellen bij een eventuele betwisting van de aanwezigheid daarvan ten tijde van de constatering van een gedraging in strijd met dat bord. </para>
    <para />
    <para>8. In hoger beroep zijn schouwrapporten overgelegd van 1 juni 2018 en 8 juni 2018 die voorzien zijn van foto's van de bebording C12 op het Ruiterskwartier. Gelet hierop bestaat geen aanleiding de deugdelijkheid van de bebording in twijfel te trekken. Nu vaststaat dat het bord C12 was geplaatst en uit de foto van de gedraging, in samenhang met inhoud van het zaakoverzicht, blijkt dat dit verbod met het voertuig van de betrokkene is genegeerd, staat vast dat de gedraging is verricht. </para>
    <para />
    <para>9. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat in casu niet is gehandeld in strijd met de geldende beleidsregels en dat er daarmee ook geen sprake is van schending van artikel 4:84 Awb. Het verweer faalt. Het hof merkt daarbij nog op dat de door de gemachtigde gemaakte vergelijking met voormelde uitspraak van de kantonrechter niet opgaat. Nog daargelaten dat het Beleidskader Flitspalen 2015 ten tijde van de onderhavige gedraging niet meer van kracht was, was het onderhavige camerasysteem ten tijde van het vaststellen van dit Beleidskader reeds lange tijd in werking en daarmee was er ook geen sprake was afwijking van de in het Beleidskader opgenomen uitzonderingsmogelijkheid in het geval het C-bord niet op de foto aanwezig is. </para>
    <para />
    <para>10. De gemachtigde heeft tot slot nog aangevoerd dat de beslissing van de officier van justitie aan een motiveringsgebrek leidt, aangezien de eerder aangehaalde schouwrapporten ten tijde van het nemen van zijn beslissing geen onderdeel uitmaakten van het dossier.</para>
    <para />
    <para>11. Voor een beoordeling in het kader van de onderhavige procedure zijn die stukken van belang waarin de voor de sanctieoplegging relevante gegevens zijn vermeld respectievelijk die de ambtenaar voor de oplegging van de sanctie heeft gebruikt. Over deze gegevens moet de officier van justitie, bij de beslissing op het administratief beroep (kunnen) beschikken, onafhankelijk van wat in administratief beroep is aangevoerd. Deze stukken behoren daarom deel uit te maken van het dossier. Voor het overige dient het dossier slechts andere stukken te bevatten indien redelijkerwijs twijfel bestaat over de aspecten waarop de in het dossier aanwezige informatie betrekking heeft. In dit geval is eerst in de fase van het beroep bij de kantonrechter verweer gevoerd omtrent de bebording ter plaatse, zodat de door advocaat-generaal overgelegde schouwrapporten niet door de officier behoefden te worden meegenomen in de beslissing op het administratief beroep.</para>
    <para />
    <para>12. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).</para>
    <para />
    <para>13. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>