<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:4821</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-13T13:21:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.260.056/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:4821">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:4821</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-13T13:21:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:4821 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-06-2020 / Wahv 200.260.056/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:4821:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onnodig toeteren. Claxonneren mag alleen ter afwending van dreigend gevaar. Het enkel vermoeden van een bestuurder dat hij zich in de dode hoek van het voertuig naast zich bevindt, is geen situatie van dreigend gevaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:4821:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.260.056/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 217497118 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 24 juni 2020</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank </para>
      <para>Midden-Nederland van 22 maart 2019, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>gevestigd te [A] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is [B] , wonende te [C] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd voor: “signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 juni 2018 om 10:35 uur op de N230 te Maarssen met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene, ten tijde van de gedraging de bestuurder van het voertuig, voert aan dat hij specifieke feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding hadden moeten geven tot twijfel aan de juistheid van (delen van) de verklaring van de verbalisant. Daarom is hij van mening dat de kantonrechter zijn inhoudelijke bezwaren niet terzijde had mogen schuiven. Temeer omdat het dossier nog steeds geen op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van de verbalisant bevat waarin de verbalisant ingaat op zijn zienswijze. De gemachtigde stelt zich dan ook op het standpunt dat er onvoldoende bewijs is voor de vermeende gedraging. </para>
    <para />
    <para>3. Artikel 31 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) luidt, voor zover hier van belang, als volgt:</para>
    <para>''Signalen mogen niet worden gegeven (…) in andere gevallen of op andere wijze dan bij of krachtens de artikelen in deze paragraaf is bepaald.''</para>
    <para>4. Artikel 28 van het RVV 1990, opgenomen in de in artikel 31 van het RVV 1990 bedoelde paragraaf, luidt:</para>
    <para>''Bestuurders mogen slechts geluidssignalen en knippersignalen geven ter afwending van dreigend gevaar.''</para>
    <para />
    <para>5. De Nota van toelichting bij deze bepaling houdt onder meer in: </para>
    <para>''Hiervoor werd reeds aangegeven dat de formulering het gebruik van signalen in andere gevallen dan ter afwending van dreigend gevaar, uitsluit. Daaruit volgt impliciet dat het geven van signalen niet langer mag geschieden dan voor dat doel noodzakelijk is.''</para>
    <para />
    <para>6. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens. De Wahv stelt niet de eis dat aan een krachtens die wet opgelegde administratieve sanctie een ambtsedig proces-verbaal van een opsporingsambtenaar ten grondslag ligt. Het enkele ontbreken van een fysiek (ondertekend) proces-verbaal heeft dan ook niet per definitie tot gevolg dat de sanctie niet in stand kan blijven.</para>
    <para />
    <para>7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: </para>
    <para>“Verbalisant stond opgesteld in het linkerbalk (het hof begrijpt: linker voorsorteervak) voor rechts. Ik zag dat be achter mij stond. Toen het verkeerslicht op groen sprong trokken genoemde voertuigen op. Ik stuurde net als mijn voorganger mijn voertuig naar rijstrook 1 van de N230. De leswagen welke rechts stond opgesteld reed naar de uitvoegstrook voor Maarssenbroek (rijstrook 3). Ik zag dat be verplaatste van rijstrook 1 naar 2 en mij verbalisant luid claxonnerend, boos mijn kant opkijkend en met beduidend hogere snelheid rechts inhaalde.”</para>
    <para />
    <para>8. Uit het dossier komt naar voren dat de gemachtigde niet ontkent dat hij geclaxonneerd heeft. Het hof ziet zich dan ook voor de vraag gesteld of de gemachtigde heeft geclaxonneerd ter afwending van dreigend gevaar. Uit voornoemde verklaring van de ambtenaar volgt dat hij op de eerste rijstrook reed, dat de gemachtigde claxonneerde op het moment dat hij de ambtenaar aan de rechterkant passeerde en dat, zo begrijpt het hof, de ambtenaar daartoe geen noodzaak zag. Als reden voor de gedraging voert de gemachtigde aan dat hij op de tweede rijstrook rechts naast de ambtenaar reed, waarbij hij mogelijk (ongezien) in de ‘dode hoek’ van de ambtenaar kwam en ter voorkoming dat de ambtenaar plotsklaps naar rechts zou gaan, heeft hij geclaxonneerd. Uit deze verklaring van de gemachtigde - wat daar ook van zij - volgt reeds dat van een onverwachte en gevaarlijke manoeuvre van een andere weggebruiker op dat moment geen sprake was. Dat iets dergelijks zich zou kunnen voordoen, is geen reden om te claxonneren. Gelet daarop is niet gebleken van een noodzaak om te claxonneren. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht.</para>
    <para />
    <para>9. Gelet op het bovenstaande is de sanctie terecht aan de betrokkene opgelegd. De beslissing van de kantonrechter zal daarom worden bevestigd.  </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>