<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:4418</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:29:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.257.484/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2021/19</rdf:li>
          <rdf:li>VR 2021/3</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:4418">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:4418</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-10T07:27:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:4418 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-06-2020 / Wahv 200.257.484/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:4418:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Meervoudig arrest. Handhaving met ‘scanauto’s’. Artikel 3 en 5 Wahv. Geen geautomatiseerde vaststelling van gedraging; de boa beoordeelt (op afstand) de foto’s en stelt gedragingen vast. Bij deze vorm van handhaving is er geen reële mogelijkheid om de bestuurder staande te houden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:4418:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.257.484/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 220692079 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 10 juni 2020</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 19 maart 2019, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>gevestigd te [A] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is [B] , wonende te [C] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. </para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>De griffier van het hof heeft de advocaat-generaal gevraagd om aanvullende informatie. </para>
      <para>Deze informatie is ontvangen en (in kopie) doorgestuurd aan de betrokkene, die daarop heeft gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “met een stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken (feitcode R315B)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 oktober 2018 om 21:17 uur op de Ruysdaelkade in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .</para>
    <para />
    <para>2. Volgens de gemachtigde van de betrokkene, die als leaserijder de houder is van het voertuig, is de toegepaste handhavingsmethode onrechtmatig omdat niet ter plaatse, maar op afstand wordt geverbaliseerd. Hij verzoekt het hof de juridische grondslag van deze werkwijze te toetsen. Verder merkt hij op dat geen pardontijd is toegepast, terwijl dit volgens het openbaar ministerie wel moet om te kunnen vaststellen of sprake is van parkeren. </para>
    <para />
    <para>3. In artikel 10, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 </para>
    <para>(RVV 1990) is bepaald dat met een voertuig in geen geval gebruik mag worden gemaakt van het trottoir. Daarom hoeft bij het handhaven op deze overtreding niet te worden vastgesteld dat sprake is van parkeren. </para>
    <para>4. Uit het dossier blijkt dat voor het vaststellen van de gedraging gebruik is gemaakt van een zogenaamde scanauto. In het verweerschrift en in de op verzoek van het hof verstrekte informatie heeft de advocaat-generaal toegelicht dat de gemeente Amsterdam sinds oktober 2018 bij wijze van proef van dergelijke auto’s gebruik maakt. De scanauto staat onder beheer van het bedrijf [D] . Met het voertuig wordt binnen de gemeente rondgereden, terwijl apparatuur in het voertuig beide zijden van de weg controleert op voertuigen die geen parkeerbelasting hebben betaald, maar daarnaast ook op voertuigen die in strijd met artikel 10, eerste lid, van het RVV 1990 stilstaan op het trottoir (feitcode R315B). De apparatuur is voorzien van een digitale kaart waarin is opgenomen op welke locaties voertuigen zich niet mogen bevinden. Wanneer de apparatuur via GPS-locatiebepaling constateert dat zich op een dergelijke locatie een voertuig bevindt, worden automatisch vier foto’s van dit voertuig gemaakt. Deze worden verzonden naar een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa), die ze bestudeert en op basis van zijn waarneming eventueel een sanctie oplegt. Met de scanauto worden op voorhand uitgestippelde routes afgelegd, die aan de hand van geanonimiseerde data dagelijks kunnen worden bijgestuurd. De chauffeur van de scanauto, die geen boa is, heeft daarop geen invloed. Ook overigens is de chauffeur niet betrokkene bij de handhaving. De apparatuur in het voertuig wordt standaard ingeschakeld en slechts uitgezet wanneer bijvoorbeeld een traject op de snelweg moet worden afgelegd. De door de gemeente gehanteerde werkwijze is door het openbaar ministerie goedgekeurd. </para>
    <para />
    <para>5. Op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv kan een daartoe aangewezen ambtenaar een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die ofwel door deze ambtenaar zelf, ofwel op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. In dit geval maakt de apparatuur in de scanauto een eerste selectie van voertuigen die mogelijk in overtreding zijn. Het is echter de boa die op afstand handmatig de aangeleverde foto’s beoordeelt en vervolgens op basis daarvan vaststelt of een gedraging is verricht. Blijkt dit het geval, dan kan een sanctie worden opgelegd. Dat betekent dat in dit geval geen sprake is van het op geautomatiseerde wijze vaststellen van gedragingen. Dat zou anders zijn wanneer – zoals bijvoorbeeld bij trajectcontroles het geval is – de apparatuur zelfstandig gedragingen vaststelt en de ambtenaar daarvoor zonder de foto’s te beoordelen sancties oplegt (vgl. het arrest van het hof van 4 april 2017, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2017:2855).</para>
    <para />
    <para>6. De gemachtigde heeft betoogd dat na het insturen van de scanfoto’s behoort te worden beoordeeld of er sprake is van een bijzondere situatie. Als dat het geval is, moet volgens de gemachtigde een medewerker per scooter ter plaatse komen om de situatie te beoordelen. Was dat in dit geval gebeurd, dan had de gemachtigde kunnen uitleggen dat hij noodgedwongen op het trottoir stond vanwege een defect aan zijn auto. Het probleem bleek verholpen na het vervangen van een zekering.</para>
    <para />
    <para>7. Het hof leidt twee verweren af uit het betoog van de gemachtigde. In de eerste plaats is de gemachtigde kennelijk van mening dat hij ten onrechte niet ter plekke is aangesproken om de bijzonderheden van het geval toe te lichten. </para>
    <para />
    <para>8. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Als op dit punt een verweer wordt gevoerd, zal de officier van justitie of de rechter daarop uitdrukkelijk moeten beslissen en zo nodig aan de ambtenaar een nadere toelichting moeten vragen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>9. De boa die de gedraging heeft vastgesteld was zelf niet ter plaatse. Dat brengt mee dat zich geen reële mogelijkheid heeft voorgedaan om de bestuurder van het voertuig (ter vaststelling van zijn identiteit) aan te spreken en de oplegging van een sanctie aan te kondigen. De ambtenaar kon en mocht daarom de sanctie opleggen aan de betrokkene, de kentekenhouder van het voertuig. Wordt een sanctie op kenteken opgelegd, dan ontbreekt voor de bestuurder de mogelijkheid om meteen ter plaatse de omstandigheden van het geval toe te lichten. Dat is inherent aan bekeuren op kenteken. De Wahv schrijft niet voor dat de ambtenaar in gevallen als deze vóór de oplegging van de sanctie beoordeelt of er sprake is van bijzondere omstandigheden die reden zijn om geen sanctie op te leggen (vgl. het arrest van de Hoge Raad van 16 februari 2016, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:HR:2016:240). Relevante bijzondere omstandigheden kunnen naar voren worden gebracht in de beroepsprocedures, zoals de gemachtigde in dit geval ook heeft gedaan. Het verweer op dit punt treft geen doel. </para>
    <para />
    <para>10. De gemachtigde erkent dat zijn voertuig stilstond op het trottoir. De gedraging staat vast. Niettemin is wat de gemachtigde betreft de sanctie ten onrechte opgelegd, nu hij vanwege motorpech geen andere keus had dan op het trottoir stil te staan. </para>
    <para />
    <para>11. Uit artikel 9, tweede lid, onder b, van de Wahv volgt dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden aanleiding kunnen zijn voor het oordeel dat het opleggen van een sanctie niet billijk is. Dat is onder meer het geval wanneer aannemelijk is dat de betrokkene in de gegeven situatie niet anders had kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Dat is hier niet het geval. De gemachtigde heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij vanwege een kapotte zekering onmogelijk verder kon rijden en daarom geen andere keus had dan zijn voertuig op het trottoir te plaatsen. Er is geen aanleiding te oordelen dat oplegging van een sanctie in dit geval niet billijk was.</para>
    <para />
    <para>12. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, mr. Beswerda en mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>