<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:4313</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-13T12:36:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.233.736/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:4313">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:4313</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-07-13T12:35:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:4313 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 05-06-2020 / Wahv 200.233.736/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:4313:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het proces-verbaal van de zitting moet het namens de officier van justitie op de zitting ingenomen standpunt bevatten. Dat ontbreekt. De betrokkene is daar in dit geval echter niet in zijn belangen door geschaad, omdat de kantonrechter het beroep ambtshalve niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:4313:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.233.736/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 201852048 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 5 juni 2020</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 12 februari 2018, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [de betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [A] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. J.M.C. Niederer, kantoorhoudende te Helmond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>Op 17 juli 2018 is nog een brief van de gemachtigde ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. De gemachtigde voert in hoger beroep als enige bezwaar aan dat niet is gebleken dat van het verhandelde ter zitting bij de kantonrechter een proces-verbaal is opgemaakt. De rechtbank heeft hiervan geen afschrift toegezonden na het instellen van hoger beroep. Het is vaste rechtspraak van het hof dat van iedere zitting een proces-verbaal behoort te worden opgemaakt waarin de zakelijke inhoud van de afgelegde verklaringen en hetgeen ter zitting is voorgevallen, is vervat. Nu de beslissing van de kantonrechter hieraan niet voldoet, kan deze beslissing niet in stand blijven. </para>
    <para />
    <para>2. Het dossier bevat een proces-verbaal van de in het openbaar gehouden zitting van 12 februari 2018, met daarin opgenomen de beslissing van de kantonrechter. Dat een afschrift van dit proces-verbaal aan de gemachtigde is toegezonden (en door hem is ontvangen), kan worden afgeleid uit het feit dat de gemachtigde bij zijn hoger beroepschrift een afschrift daarvan heeft meegezonden. Echter, het proces-verbaal bevat niet de conclusie waartoe de vertegenwoordiger van de officier van justitie is gekomen. In zoverre voldoet het niet aan de eisen die daaraan gesteld mogen (vgl. het arrest van het hof van 9 oktober 2019, rechtspraak.nl, ECLI:NL:GHARL:2019:8307).</para>
    <para />
    <para>3. Het hof ziet in dit geval echter aanleiding om hieraan geen gevolgen te verbinden. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat niet aannemelijk is geworden dat de betrokkene door het niet vermelden van die conclusie, in het proces-verbaal van de zitting, in zijn rechtens te erkennen belang is geschaad. Het hof acht hiertoe van belang dat het in deze zaak gaat om een door de kantonrechter ambtshalve te nemen beslissing, waarbij de reden waarom belang bestaat bij de weergave van het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie (namelijk in verband met de bevoegdheid die deze heeft tot intrekking of wijziging van de inleidende beschikking) geen opgeld doet.</para>
    <para />
    <para>4. Het bezwaar treft geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.</para>
    <para />
    <para>5. Nu de betrokkene niet in het gelijk is gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om het arrest te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>