<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:3891</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-08T13:53:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.207.449/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:3891">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:3891</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-08T13:53:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:3891 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-05-2020 / Wahv 200.207.449/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:3891:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De beslissing van de officier van justitie is niet op de juiste wijze bekendgemaakt. Dat betekent niet dat er niet op het beroep is beslist.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:3891:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.207.449/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 190833993 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 19 mei 2020</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank </para>
      <para>Noord-Holland van 9 december 2016 betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] . Pool (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [A] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. J.M.C. Niederer, kantoorhoudende te Helmond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, die beslissing vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>Op 18 juli 2018 is nog een brief van de gemachtigde ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. De gemachtigde voert aan dat de kantonrechter een beslissing heeft vernietigd die er niet is. De officier van justitie had nog niet op het administratief beroep beslist. In het dossier bevond zich slechts een brief waarop stond vermeld ‘beslissing’ maar waarin werd verwezen naar een afzonderlijk verzonden motivering. De gemachtigde beschikte niet over deze motivering, nu deze hem pas na meermalen vragen ná de beslissing van de kantonrechter is toegezonden.</para>
    <para />
    <para>2. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de officier van justitie op 27 mei 2016 heeft beslist op het beroep tegen de inleidende beschikking. Bij de stukken bevindt zich een afschrift van een brief van het CJIB van 27 mei 2016, gericht aan de betrokkene, getiteld ‘beslissing van de officier van justitie’. De brief houdt – voor zover hier van belang – het volgende in:</para>
    <para>“De officier van justitie heeft naar aanleiding van uw beroep de volgende beslissing genomen: de officier van justitie heeft op het beroep, ingesteld tegen bovengenoemde beschikking, beslist. Voor de inhoud en motivering van de beslissing wordt verwezen naar de door de officier van justitie afzonderlijk verzonden motivering.”</para>
    <para />
    <para>3. Zoals het hof reeds heeft bepaald in het door de gemachtigde aangehaalde arrest van het hof van 7 november 2016 (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2016:8865) is in voornoemde brief van het CJIB geen beslissing opgenomen, zodat dit stuk niet kan worden aangemerkt als beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Nu de gemachtigde de ontvangst van de afzonderlijk verzonden beslissing met motivering betwist en er geen deugdelijke verzendadministratie bestaat waarmee de daadwerkelijke verzending van die brief kan worden, is de beslissing van de officier van justitie niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt. Anders dan de gemachtigde meent, betekent dit echter niet dat de officier van justitie niet heeft beslist op het beroep, nu dit gebrek slechts de bekendmaking van de beslissing betreft, en niet de beslissing zelf. </para>
    <para />
    <para>4. Nu de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie heeft vernietigd (vanwege schending van de hoorplicht) behoeven de overige verweren van de gemachtigde met betrekking tot de beslissing van de officier van justitie geen bespreking.</para>
    <para />
    <para>5. De gemachtigde heeft verder verweer gevoerd tegen de inleidende beschikking waarbij aan de </para>
    <para>de betrokkene een sanctie van € 130,- is opgelegd voor: “voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder is gen keuringsbewijs afgegeven”. Volgens een registercontrole van de RDW zou deze gedraging op 13 juli 2015 zijn verricht met het voertuig met het kenteken [00-YY-00] .</para>
    <para />
    <para>6. De gemachtigde voert aan dat het betreffende motorvoertuig al jaren in de schuur staat als reparatie- en hobbyproject en dat door verhuizingen de administratie van de schorsingen niet helemaal in orde is gebleken. Onder verwijzing naar een uitspraak van het hof van 1 september 2017 (ECLI:GHARL:2017:7647) stelt de gemachtigde dat bij het openbaar ministerie sprake is van een gewijzigd inzicht voor wat betreft de verhouding tussen de hoogte van het sanctiebedrag en de ernst van de gedraging. Gelet hierop is hij van mening dat in de onderhavige zaak, die identiek is aan de zaak in voornoemd arrest, ook aanleiding bestaat het bedrag van de sanctie te matigen.</para>
    <para />
    <para>7. Het hof ziet geen aanleiding om tot matiging van het bedrag van de sanctie over te gaan. De regelgever heeft de hoogte van het bedrag van de sanctie bepaald voor de onderhavige gedraging. Niet relevant daarbij is of het voertuig al dan niet dient als reparatie- en hobbyproject. In het door de gemachtigde genoemde arrest was sprake van een situatie waarin de advocaat-generaal, die een eigen bevoegdheid heeft waar het gaat om vernietiging of wijziging van een inleidende beschikking hangende de behandeling van het hoger beroep, het hof in overweging heeft gegeven het bedrag van de sanctie te matigen. In deze zaak heeft de advocaat-generaal niet doen blijken van deze bevoegdheid gebruik te willen maken. De verwijzing naar het arrest van het hof van 1 september 2017 treft daarom geen doel. Overigens wijst het hof op zijn arrest van 4 februari 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:985 waarin is vastgesteld dat het openbaar ministerie ter zake geen beleid voert. </para>
    <para />
    <para>8. Tot slot zijn de bezwaren van de gemachtigde gericht tegen de beslissing van de kantonrechter tot afwijzing van het verzoek om een proceskostenvergoeding en is in hoger beroep verzocht om een proceskostenvergoeding.</para>
    <para />
    <para>9. Gelet op wat het hof in het arrest van 28 april 2020 (vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336) heeft overwogen, is er in dit geval geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarom hoeft het bezwaar tegen de beslissing van de kantonrechter op het verzoek om proceskostenvergoeding geen bespreking en wordt het verzoek om toekenning van een proceskostenvergoeding in hoger beroep afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om het arrest te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>