<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:3512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-08T13:15:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.239.798/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:3512">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:3512</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-08T13:14:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:3512 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 01-05-2020 / Wahv 200.239.798/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:3512:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 5 Wahv. Als er geen reële mogelijkheid is de bestuurder staande te houden, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Er bestaat geen verplichting de identiteit van de bestuurder te achterhalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:3512:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.239.798/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 211963930 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 1 mei 2020</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 9 april 2018, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [A] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is J.L.M. Arets, kantoorhoudende te Landgraaf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 129,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid binnen de bebouwde kom, (verkeersbord A1) met 15 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 27 oktober 2017 om 00.27 uur op de N44 Rijksstraatweg te Wassenaar met het voertuig met het kenteken [Y-YY-000] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene stelt dat uit de zinsnede "niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is", zoals is opgenomen in artikel 5 van de Wahv, volgt dat eerst op deugdelijke wijze moet worden vastgesteld wie de bestuurder van een motorvoertuig is alvorens tot kentekenaansprakelijkheid te komen. Door een voertuig van achteren en dus niet van voren te fotograferen, wordt hier niet aan voldaan aangezien op deze wijze de identiteit van de bestuurder niet op deugdelijke wijze kan worden vastgesteld. De gemachtigde is van mening dat de officier van justitie en de kantonrechter gehouden waren op dit verweer te reageren en dat, nu dit niet is gebeurd, sprake is van schending van het motiveringsbeginsel ex artikel 7:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. De beslissingen van de officier van justitie (artikel 7:26, eerste lid, Awb) en de kantonrechter (artikel 13, tweede lid, Wahv) moeten deugdelijk zijn gemotiveerd. De wet stelt geen nadere eisen aan de motivering en dus ook niet de eis dat op alle argumenten expliciet en uitgebreid dient te worden gereageerd. </para>
    <para />
    <para>4. Het hof stelt vast dat in zowel de beslissing van de kantonrechter als van de officier van justitie wordt overwogen dat de betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is voor de overtredingen die met het voertuig worden begaan en dat niet is gebleken van één van de uitzonderingen op die kentekenhouderaansprakelijkheid, zoals omschreven in artikel 8 van de Wahv.  Hoewel de motivering in beide beslissingen summier is, geldt dat hieruit voldoende blijkt waarom de beroepen ongegrond zijn verklaard en dat de gronden van beroep in de beslissing zijn betrokken.</para>
    <para />
    <para>5. Ingevolge artikel 5 van de Wahv wordt, indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven.</para>
    <para />
    <para>6. Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat het uitgangspunt is dat een bestuurder, wanneer een overtreding wordt geconstateerd, wordt staandegehouden. Uit de memorie van toelichting bij wijziging van de Wahv van 30 juni 1997 (Stb. 1997, 240) volgt dat alleen in die gevallen waarbij een staandehouding plaatsvindt de identiteit van de bestuurder 'aanstonds' dient te worden vastgesteld, alvorens hem een sanctie wordt opgelegd (Kamerstukken II 1993/94, 23 689, nr. 3, p. 3). Indien er geen reële mogelijkheid bestaat tot staandehouding van de bestuurder, dan bestaat er - anders dan de gemachtigde veronderstelt - geen onderzoeksplicht naar de identiteit van de bestuurder en kan de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Uit de memorie van toelichting volgt dat de eerdere redactie van de door de gemachtigde aangehaalde zinsnede van artikel 5 zo was geformuleerd dat ruimte werd gelaten voor de interpretatie dat de politie-ambtenaar in bepaalde gevallen een onderzoek zou moeten instellen wie de bestuurder is, voordat de beschikking kon worden opgelegd. Volgens de toenmalige Minister van Justitie en Minister van Verkeer en Waterstaat is dat nooit de bedoeling geweest. Dit gaf aanleiding voor herformulering van artikel 5, waarbij expliciet is opgemerkt dat: "de nieuwe redactie van het artikel ziet op de gevallen waarin verkeersovertredingen al dan niet met technische hulpmiddelen worden geconstateerd zonder dat er voor de politie een reële mogelijkheid bestaat tot staandehouding van de bestuurder." Aldus is met deze wijziging beoogd om de gevallen waarin de identiteit van de bestuurder moet worden vastgesteld, te beperken tot die gevallen waarin een reële mogelijkheid tot staandehouding bestaat.</para>
    <para />
    <para>7. Blijkens de gegevens in het zaakoverzicht is de gedraging geconstateerd door middel van geijkte radarapparatuur welke is gemonteerd in een flitspaal. Er was derhalve geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig en daarom ook geen onderzoeksplicht naar de identiteitsgegevens van de bestuurder. Artikel 5 van de Wahv is dan ook op juiste wijze toegepast. </para>
    <para />
    <para>8. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van het hof de sanctie terecht aan de betrokkene als kentekenhouder opgelegd. Gelet op de stukken in het dossier en in aanmerking genomen dat de gemachtigde in hoger beroep geen bezwaren tegen de inleidende beschikking heeft geformuleerd, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. </para>
    <para />
    <para>9. Gegeven deze beslissing bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is verhinderd te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>