<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:3501</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-01T14:02:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-05-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-003866-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:3501">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:3501</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-01T11:49:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:3501 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 01-05-2020 / 21-003866-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:3501:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeken ex artikel 89 en 591a (oud) Sv. Publicatie in verband met externe openbaarheid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:3501:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-003866-17</para>
    <para>AV-nummers:	000766-19 en 000767-19</para>
    <para>Uitspraak d.d.:	1 mei 2020</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Beslissing van de meervoudige raadkamer op de verzoeken ex artikel 89 (oud) en artikel 591a (oud), thans artikel 533 en artikel 530 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <bridgehead role="bold">
    [verzoeker] ,</bridgehead>
  <parablock>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] , </para>
    <para>voor deze zaak woonplaats kiezende te 1017 VW Amsterdam, Falckstraat 14, ten kantore van zijn advocaat mr. J-H.L.C.M. Kuijpers,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>hierna te noemen verzoeker.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker vraagt vergoeding ten laste van de Staat voor geleden schade en gemaakte kosten in een strafzaak tegen verzoeker, zoals nader in de verzoekschriften aangegeven, en voorts een vergoeding voor de gemaakte kosten voor de indiening van beide verzoekschriften. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De verzoeken konden niet in openbare raadkamer behandeld worden in verband met de Coronamaatregelen. Verzoeker heeft aangedrongen op afhandeling van de verzoeken buiten zitting omdat hij een groot belang heeft bij een tijdige beslissing. De advocaat-generaal heeft hiermee ingestemd. Het hof acht het in dit geval verantwoord om de verzoeken buiten zitting af te doen gelet op de inhoud daarvan en het standpunt van de advocaat-generaal daarover. Met het oog op de externe openbaarheid zal deze beschikking worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Beoordeling van het verzoek</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Bij onherroepelijk arrest van dit hof van 21 februari 2019, parketnummer 21-003866-17, is de strafzaak tegen verzoeker geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. </para>
    <para>Verzoeker heeft van 3 april 2017 tot 31 augustus 2017 in voorarrest doorgebracht, waarvan 3 dagen op een politiebureau. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker heeft ten gevolge van voormelde detentie schade geleden. Hij verzoekt vergoeding daarvan overeenkomstig de daarvoor gebruikelijke tarieven. Ook heeft hij ten behoeve van zijn verdediging kosten voor rechtsbijstand gemaakt. De kosten daarvan zijn gespecificeerd.  </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>De verzoekschriften ex artikel 533 Sv en ex artikel 530 Sv zijn samenhangende verzoeken die gelijktijdig zijn behandeld. De kosten ervan zullen worden vergoed overeenkomstig de ter zake geldende landelijke gehanteerde uitgangspunten, en wel tot een bedrag van € 280,-  voor de indiening.  </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig zijn om aan verzoeker de navolgende vergoeding toe te kennen:</para>
  </parablock>
  <para>- immateriële schade voorarrest (150 dagen waarvan 3 dagen </para>
  <para>  op een politiebureau) 							€ 12.075,-</para>
  <para>- kosten rechtsbijstand							€ 10.765,42      </para>
  <para>- kosten indienen verzoek						<emphasis role="underline">€      280,00 +</emphasis></para>
  <para>Totaal									 € 23.120,42</para>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">BESLISSING</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Kent toe aan verzoeker [verzoeker] een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € <emphasis role="bold">23.120,42 (drieëntwintigduizend honderden twintig euro en tweeënveertig eurocent)</emphasis>.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Beveelt de griffier om bovenstaand bedrag over te maken op rekeningnummer NL74ABNA0424487136, ten name van Stichting Beheer Derdengelden Kuijpers &amp; Nillesen Advocaten te Amsterdam, onder vermelding van " [verzoeker] /20190462."</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gegeven door</para>
    <para>mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,</para>
    <para>mr. P.W.J. Sekeris en mr. A.J. Rietveld, raadsheren,</para>
    <para>in tegenwoordigheid van mr. G.H. Smeitink, griffier,</para>
    <para>door de voorzitter en de griffier ondertekend en op 1 mei 2020 ter openbare zitting uitgesproken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>