<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:3495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T04:49:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.268.518t</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2020/5502</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:3495">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:3495</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-12T11:05:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:3495 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-04-2020 / 200.268.518t</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:3495:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om echtscheiding. Kerkelijk huwelijk in Eritrea. Is sprake van een rechtsgeldig huwelijk naar Eritrees recht? Kerkelijk huwelijk is niet ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de lokale autoriteiten. Hof concludeert dat een Eritrese kerkelijke huwelijksakte in beginsel als bewijs van het huwelijk dient te worden geaccepteerd. Echter, de vrouw beschikt slechts over een kopie van de Eritrese kerkelijke huwelijksakte. De vrouw stelt dat de man over de originele akte beschikt maar dat hij weigert deze over te leggen. Hof houdt de zaak aan om de vrouw in de gelegenheid te stellen de man alsnog te bewegen de originele akte over te leggen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:3495:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem 							 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.268.518</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland 354394)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 30 april 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de vrouw]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,<?linebreak?>verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw,</para>
      <para>advocaat: mr. M.D. Splinter te Houten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de man]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>verder te noemen: de man,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 15 augustus 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- het beroepschrift met producties, ingekomen op 1 november 2019.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Vanwege de zogenoemde coronacrisis heeft de op 19 maart 2020 geplande mondelinge behandeling niet plaatsgevonden. De vrouw heeft ingestemd met afdoening van de zaak op de stukken, zonder mondelinge behandeling. De man is, hoewel goed opgeroepen, niet in de procedure verschenen. Het hof zal de zaak behandelen op basis van de stukken zonder mondelinge behandeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De vrouw en de man hebben beiden de Eritrese nationaliteit. De vrouw verblijft sinds 2016 in Nederland. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De vrouw heeft tegenover de IND verklaard met de man gehuwd te zijn voor de kerk in Eritrea. Op 1 juni 2018 heeft de vrouw tegenover een ambtenaar van de [gemeente] een verklaring onder ede afgelegd over haar huwelijk. De vrouw heeft daarbij verklaard dat zij op 20 januari 2008 te [plaats] in Eritrea met de man is gehuwd. Met genoemde verklaring zijn de gegevens van het huwelijk van de vrouw met de man opgenomen in haar persoonslijst. Uit de gegevens over de burgerlijke staat van de man in het uittreksel van de Basis Registratie Personen blijkt niet van een huwelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Bij de beschikking van 15 augustus 2019 (verder: de bestreden beschikking) heeft de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek om tussen partijen de echtscheiding uit te spreken en voorts bepaald dat elke partij de eigen kosten van de procedure draagt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De vrouw is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoekt, uitvoerbaar bij voorraad, die beschikking te vernietigen en opnieuw beschikkende de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Ingevolge artikel 3 van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van de Europese Unie van 27 november 2003 (Brussel II-bis) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van het verzoek. Gelet op artikel 10:56 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht van toepassing. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Het hof dient eerst te beoordelen of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk voordat aan het verzoek tot echtscheiding kan worden toegekomen. Artikel 10:31 lid 1 BW bepaalt dat een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig wordt erkend. Het hof dient dit actief te onderzoeken, omdat de rechtsgeldigheid van een huwelijk niet ter vrije bepaling van de betrokken partijen staat. Dat tussen partijen niet in geschil is dat tussen hen op 20 januari 2008 in Eritrea een kerkelijk huwelijk is gesloten is dus onvoldoende om daarvan uit te gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>In Eritrea is een kerkelijk huwelijk in ieder geval een rechtsgeldig huwelijk indien het is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de lokale autoriteiten. Volgens de verklaring van de vrouw is het kerkelijk huwelijk tussen partijen echter niet in die registers ingeschreven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>De vrouw stelt dat desondanks sprake is van een rechtsgeldig huwelijk. Zij verwijst daarvoor naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2018:1509) waarin volgens haar is bepaald dat het in de registers van de burgerlijke stand ingeschreven zijn niet een vereiste is voor de rechtsgeldigheid van een kerkelijk huwelijk in Eritrea. Verder voert zij aan dat de vermelding van de burgerlijke staat van de man onjuist is en dat de man weigert mee te werken aan een correctie daarvan door niet een verklaring onder ede af te leggen bij de gemeente van zijn woonplaats. Dit mag er volgens haar niet toe leiden dat de vrouw met hem getrouwd moet blijven.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Het hof overweegt als volgt. Artikel 10:31 lid 4 BW bepaalt dat een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit. In dit geval beschikt de vrouw alleen over een kopie van de kerkelijke huwelijksakte. De vrouw stelt dat de man over de originele akte beschikt maar dat hij weigert deze over te leggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>Voor de vraag wanneer sprake is van een rechtsgeldig huwelijk naar Eritrees recht zoekt het hof aansluiting bij het Algemeen ambtsbericht Eritrea juni 2018 en het daarbij behorende corrigendum<footnote-ref linkend="_12913228-5900-4e73-877a-19f582f098f3" />. Hieruit volgt dat hoewel er een wettelijke verplichting is om religieuze huwelijksaktes binnen een maand na de huwelijksvoltrekking in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand, in de praktijk in Eritrea religieuze huwelijksaktes naast burgerlijke aktes worden geaccepteerd als rechtsgeldige documenten. Deze conclusie strookt met hetgeen het hof over het Eritrese recht kan vaststellen, met name de artikelen 577 en 697 en volgende van het (voorlopige) burgerlijk wetboek dat in werking is getreden op het moment van de onafhankelijkheid van Eritrea en artikel 48 van het burgerlijk wetboek zoals dat gold onder het gezag van de Eritrean People’s Liberation Front en welk artikel klaarblijkelijk zijn werking nog niet heeft verloren.<footnote-ref linkend="_caa7cea6-2916-4c7b-b33f-47802de89a72" /> Hieruit volgt, voor zover hier van belang, dat wanneer een akte van de burgerlijke stand ontbreekt, bewijs van het huwelijk op bepaalde andere wijzen kan worden geleverd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para>Het voorgaande leidt het hof tot de conclusie dat een Eritrese kerkelijke huwelijksakte in beginsel als bewijs van het huwelijk dient te worden geaccepteerd. In dit geval beschikt de vrouw alleen over een kopie daarvan. De bewijskracht van een akte is echter gelegen in het origineel.<footnote-ref linkend="_1f2e6560-7f14-453c-ba09-cdd9a0e486fa" /> Daar komt bij dat er in Eritrea blijkens het hiervoor genoemde ambtsbericht een levendige handel in schijnhuwelijken is. Daarom zal het hof niet te lichtvaardig genoegen nemen met een kopie van de akte, te meer omdat de authenticiteit van het onderliggende stuk zich moeilijk laat controleren. Anderzijds dient het voor de vrouw ook niet onmogelijk te zijn van echt te scheiden. Om die reden zal het hof de zaak aanhouden en de vrouw in de gelegenheid stellen de man alsnog te bewegen de originele akte over te leggen, desnoods via een kortgedingprocedure. De vrouw kan de akte vervolgens alsnog in deze procedure inbrengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <para>Het hof zal de procedure drie maanden aanhouden om de vrouw voldoende tijd te gunnen alsnog de originele akte in het geding te brengen. Mocht zij daarin binnen die tijd niet slagen, dan dient zij zich gedocumenteerd uit te laten over de vraag wat zij hiertoe heeft ondernomen en over de vraag welke gevolgtrekking het hof aan het niet (kunnen) overleggen van de originele akte dient te verbinden. In afwachting van het bericht van de vrouw houdt het hof iedere beslissing aan.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt de vrouw in de gelegenheid uiterlijk <emphasis role="bold underline">3 augustus 2020</emphasis> de originele huwelijksakte in het geding te brengen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt voor het overige iedere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. R.A. Eskes, R. Feunekes en H. Phaff, bijgestaan door  de griffier, en is op 30 april 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_12913228-5900-4e73-877a-19f582f098f3" label="1">
    <para> Beide te raadplegen via www.rijksoverheid.nl/documenten.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_caa7cea6-2916-4c7b-b33f-47802de89a72" label="2">
    <para> Bron: Verlag für Standesamtwesen, in de volksmond “Bergmann/Ferid”, digitale uitgave.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1f2e6560-7f14-453c-ba09-cdd9a0e486fa" label="3">
    <para> Artikel 160 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>