<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:2924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-06T12:45:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.230.661/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:2924">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:2924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-06T12:45:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:2924 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 09-04-2020 / Wahv 200.230.661/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:2924:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging. De kantonrechter mocht het beroep niet-ontvankelijk verklaren, aangezien de handtekeningen op de machtigingen en de kopie van het rijbewijs sterk van elkaar verschillen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:2924:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.230.661/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 202936956 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 9 april 2020</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 22 december 2017, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>R. de Nekker, </para>
      <para>kantoorhoudende te Heerenveen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beweerdelijk optredende namens</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [A] .</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>R. De Nekker (hierna: De Nekker) heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. De stelling van De Nekker dat niet is gebleken dat van het verhandelde ter zitting een proces-verbaal is opgemaakt, mist feitelijke grondslag. De bestreden beslissing is opgenomen in het proces-verbaal van de zitting.</para>
    <para />
    <para>2. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat niet is gebleken dat De Nekker is gemachtigd om namens de betrokkene beroep in te stellen. De Nekker is na de zitting van 24 oktober 2017 in de gelegenheid gesteld om een deugdelijke machtiging over te leggen. De Nekker heeft schriftelijk gereageerd en twee niet, althans slecht leesbare, producties toegezonden. De kantonrechter heeft hierbij geoordeeld dat De Nekker zijn verklaring omtrent de verschillende handtekeningen niet heeft onderbouwd met een verklaring van de betrokkene zelf.</para>
    <para />
    <para>3. De Nekker voert aan dat het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. In het dossier bevindt zich een geldige machtiging en een kopie van het identiteitsbewijs van de betrokkene, die de betrokkene tegelijkertijd aan hem heeft verstrekt. In combinatie met alle zaakspecifieke gegevens was er geen reden om aan de volmacht te twijfelen.</para>
    <para />
    <para>4. Het hof kan De Nekker niet volgen in zijn stelling dat er voor de kantonrechter geen reden bestond om aan zijn - De Nekkers - vertegenwoordigingsbevoegdheid te twijfelen. Daartoe neemt het hof in aanmerking dat zich in het dossier twee machtigingen bevinden die zouden zijn afgegeven door de betrokkene, maar waarop twee zeer van elkaar afwijkende handtekeningen staan. Daarnaast heeft de gemachtigde een kopie van het rijbewijs van de betrokkene overgelegd, waarop nog een totaal andere handtekening staat. <?linebreak?>Onder deze omstandigheden heeft de kantonrechter opheldering omtrent de afgegeven machtiging kunnen verlangen. De Nekker heeft bij faxbericht van 30 november 2017 geen - door de betrokkene verschafte - opheldering gegeven omtrent de verschillende handtekeningen en slechts twee zeer slecht leesbare stukken overgelegd. </para>
    <para />
    <para>5. De kantonrechter heeft dan ook kunnen concluderen dat niet is komen vast te staan dat dat de betrokkene De Nekker gemachtigd heeft om namens haar op te treden. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.</para>
    <para />
    <para>6. Gegeven deze beslissing zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken. De griffier is buiten staat om het arrest te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>