<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:2745</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-06T12:29:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.208.736/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:2745">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:2745</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-05-06T12:29:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-05-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:2745 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-04-2020 / Wahv 200.208.736/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:2745:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Machtiging. Niet blijkt dat de leasemaatschappij, die kentekenhouder is, de lessee heeft gemachtigd om beroep in te (laten) stellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:2745:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.208.736/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 196960987 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 3 april 2020</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank </para>
      <para>Den Haag van 4 januari 2017, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. J.M.C. Niederer,</para>
      <para>kantoorhoudende te Helmond,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>optredende voor [A] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beweerdelijk optredende namens</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene] B.V.</emphasis> (hierna: de betrokkene),</para>
      <para>gevestigd te [B] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>Mr. J.M.C. Niederer (hierna: Niederer) heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>Op 16 juli 2018 is nog een brief van Niederer ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beoordeling</title>
    <para>1. De officier van justitie heeft het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk verklaard omdat geen machtiging is overgelegd waaruit blijkt dat Niederer gemachtigd is om namens de betrokkene beroep in te stellen. Dit verzuim is ook niet hersteld nadat daartoe de gelegenheid was geboden. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de officier van justitie het beroep tegen de inleidende beschikking terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Niederer voert onder verwijzing naar het arrest van dit hof van 12 december 2014 (te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2014:9655) aan dat een vorm van ondermachtiging zoals in de voorliggende zaak, afdoende blijk geeft van bevoegdheid tot instellen van beroep. Niet valt in te zien waarom de officier van justitie heeft beslist zoals is gedaan en de beslissing van de kantonrechter is daarom evenmin juist.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. Niederer wijst er terecht op dat het hof eerder heeft geoordeeld dat een gemachtigde zich niet op zijn beurt door een ander als gemachtigde kan laten vertegenwoordigen, wanneer de oorspronkelijke machtiging daarin niet voorziet, maar dat daarop een uitzondering wordt gemaakt wanneer de (eerste) gemachtigde een derde persoon inschakelt die, zoals Niederer, beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Hetgeen Niederer aanvoert, leidt echter niet tot vernietiging van de beslissing van de kantonrechter, gelet op het volgende.</para>
    <para />
    <para>4. De betrokkene betreft een leasemaatschappij. In het geval dat [A] (eerste) gemachtigde is van de betrokkene, kan zij een derde persoon inschakelen die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, zonder dat de machtiging van de betrokkene daarin voorziet. In het dossier bevindt zich echter in het geheel geen machtiging van [betrokkene] B.V. aan [A] . Niederer heeft enkel een machtiging toegestuurd waaruit volgt dat [A] Niederer machtigt om hem te vertegenwoordigen. Dit betekent dat de officier van justitie kon verzoeken om een schriftelijk bewijs van machtiging om vast te stellen of degene die zich als gemachtigde van de betrokkene aandient daartoe werkelijk bevoegd is. Uit het dossier volgt dat Niederer per brief van 8 juni 2016 in de gelegenheid is gesteld om een machtiging van degene aan wie de beschikking is gericht over te leggen. Niet blijkt dat Niederer aan dat verzoek heeft voldaan.</para>
    <para />
    <para>5. Gelet op het voorgaande heeft de officier van justitie het beroep tegen de inleidende beschikking op juiste gronden niet-ontvankelijk verklaard. De kantonrechter heeft het beroep tegen die beslissing daarom terecht ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>6. Omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>