<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:1980</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T09:47:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/00140</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2020/591</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2020/22.19.34</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2020-0796</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2020031308</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:1980">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:1980</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-11T13:13:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:1980 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-03-2020 / 19/00140</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:1980:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitspraak op verzet. Hoger beroepschrift tijdig ter post bezorgd?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:1980:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
      <para>nummer 19/00140</para>
      <para>uitspraakdatum: 3 maart 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzet van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen de met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht gedane uitspraak van de elfde enkelvoudige belastingkamer van dit Hof met nummer 19/00140, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de op 17 december 2018 verzonden uitspraak van de rechtbank Gelderland in de zaak met nummer AWB 17/2660. </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij de in verzet bestreden uitspraak van de elfde enkelvoudige belastingkamer van dit Hof is het hoger beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. Belanghebbende heeft daartegen verzet aangetekend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2020 te Arnhem. Daarbij is verschenen en gehoord mr. [A] als de gemachtigde van belanghebbende. Na afloop van de zitting heeft het Hof onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het Hof heeft overwogen dat geloof wordt gehecht aan de verklaring van de gemachtigde dat het hogerberoepschrift op 25 januari 2019 is aangeboden aan het door diens kantoor ingehuurde postverwerkingsbedrijf ‘<emphasis role="italic">depos</emphasis>tBode’ en voorts, dat gelet op de verklaring van [B] van 18 juni 2019, aannemelijk wordt geacht dat het poststuk nog op dezelfde dag door ‘<emphasis role="italic">depost</emphasis>Bode’ naar het PostNL-sorteercentrum in Den Bosch is gebracht. Post NL heeft evenwel geen poststempel op de envelop geplaatst. Indien geen (leesbaar) poststempel is geplaatst, moet worden aangenomen dat het hogerberoepschrift tijdig ter post is bezorgd indien het op de eerste of tweede werkdag na het einde van de beroepstermijn is ontvangen, tenzij het tegendeel komt vast te staan (Vgl. HR 14 oktober 2011, nr. 11/01261, ECLI:NL:HR:2011:BT7470). De termijn eindigde in dit geval op 28 januari 2019 en het hogerberoepschrift is op 30 januari 2019 op de griffie van het Hof ontvangen. Daarom moet worden aangenomen dat het hogerberoepschrift tijdig ter post is bezorgd. Het verzet is daarom gegrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Het Hof stelt de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het verzet heeft moeten maken overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 525 (0,5 punt verzetschrift, 0,5 punt bijwonen zitting, waarde per punt € 525).</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het verzet gegrond,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de inspecteur van de Belastingdienst in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 525;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verstaat dat de uitspraak van de elfde enkelvoudige kamer vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.G.J.M. van Kempen, voorzitter, mr. A. van Dongen en mr. I. Brand, in tegenwoordigheid van mr. J.H. Riethorst als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is op 3 maart 2020 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier,	De voorzitter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(J.H. Riethorst)	(M.G.J.M. van Kempen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 4 maart 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij 	</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">	Postbus 20303, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">	2500 EH  DEN HAAG. </emphasis>
      </para>
      <para>Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;</para>
    <para>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
    <parablock>
      <para>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>	b. de dagtekening;</para>
      <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</para>
      <para>	d. de gronden van het beroep in cassatie.</para>
      <para>Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.</para>
      <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>