<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:1672</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T18:58:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.267.446</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2020/108</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:1672">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:1672</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-02T13:49:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:1672 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 25-02-2020 / 200.267.446</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:1672:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hof wijst incidentele vordering van appellante tot schorsing ex art. 351 Rv af. Geen plaats voor schorsing indien executie vonnis al geheel voltooid is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:1672:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem		     		</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.267.446</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 482833) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest in incident van 25 februari 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in het incident ex artikel 351 Rv in de zaak in kort geding van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">S. van Ettekoven Holding B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Maartensdijk,</para>
      <para>appellante, tevens eiseres in het incident,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: Van Ettekoven,</para>
      <para>advocaat: mr. S.C. Krekel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Mignot Beheer B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Laren,</para>
    </parablock>
    <para>2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">San Fermin B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Haren,</para>
    </parablock>
    <para>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ciconia Holding B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Uffelte,</para>
      <para>geïntimeerden, tevens verweerders in het incident,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseressen,</para>
      <para>hierna: Mignot c.s.,</para>
      <para>advocaat: mr. S.N.S.M. Mak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 14 januari 2020 hier over.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het verdere verloop blijkt uit de akte uitlating van Van Ettekoven.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De motivering van de beslissing in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Van Ettekoven heeft bevestigd dat de executie van het vonnis van de voorzieningenrechter inmiddels geheel is voltooid. Van Ettekoven heeft aangevoerd dat zij als gevolg van de door Mignot c.s. gelegde beslagen op haar onroerende zaken genoodzaakt was hetgeen zij op grond van het vonnis in kort geding aan Mignot c.s. verschuldigd was, aan hen te voldoen. Verder heeft Van Ettekoven verklaard dat zij het oordeel van het hof deelt dat voor schorsing van de tenuitvoerlegging ex artikel 351 Rv geen plaats meer is. Gelet hierop zal de incidentele vordering van Van Ettekoven worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het hof zal Van Ettekoven als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het incident veroordelen. Voor een veroordeling van Mignot c.s. in de kosten van het incident of het compenseren van deze kosten, ziet het hof geen aanleiding. Daarbij betrekt het hof dat Mignot c.s. op grond van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis in kort geding bevoegd waren tot executie over te gaan, ook nadat Van Ettekoven de incidentele vordering ex artikel 351 Rv had ingesteld. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Het hof zal de incidentele vordering afwijzen en Van Ettekoven in de kosten van het incident veroordelen. De kosten van het incident zullen tot aan deze uitspraak aan de zijde van Mignot c.s. worden vastgesteld op € 1.074,- voor salaris van de advocaat overeenkomstig het liquidatietarief (1 punt x appeltarief II).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Het hof ziet aanleiding in deze hoofdzaak een mondelinge behandeling te bevelen zoals bedoeld in artikel 87 Rv. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het gevorderde af;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt Van Ettekoven in de kosten van het incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Mignot c.s. vastgesteld op € 1.074,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in de hoofdzaak in hoger beroep:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat partijen (vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte en tot het geven van de verlangde inlichtingen in staat is en bevoegd is tot het aangaan van een schikking) samen met hun advocaten zullen verschijnen op de mondelinge behandeling bij de meervoudige kamer van het hof;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat advocaten bij de mondelinge behandeling elk gedurende maximaal tien minuten, aan de hand van maximaal twee A4’tjes spreeknotities, het standpunt van partijen mogen toelichten;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat <emphasis role="underline">Van Ettekoven </emphasis><emphasis role="bold">uiterlijk acht weken</emphasis> voor de mondelinge behandeling het volledige procesdossier in viervoud ter griffie van het hof dient over te leggen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat indien een partij bij gelegenheid van de mondelinge behandeling nog een proceshandeling wenst te verrichten of producties in het geding wenst te brengen, deze partij ervoor dient te zorgen dat het hof <emphasis role="underline">in vijfvoud</emphasis> en de wederpartij <emphasis role="bold">uiterlijk twee weken</emphasis> voor de dag van de zitting een afschrift van de te verrichten proceshandeling of de in het geding te brengen producties hebben ontvangen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verwijst de zaak naar de roldatum <emphasis role="bold">25 augustus 2020</emphasis> voor beslissing hof verdere voortgang (dagbepaling mondelinge behandeling);  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, C.J.H.G. Bronzwaer en S.C.P. Giesen en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2020.    </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>