<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:10925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-05T08:35:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">TBS P20/0271</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:10925">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:10925</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-01-04T13:07:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2021-01-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:10925 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 31-12-2020 / TBS P20/0271</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:10925:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het hof beslist tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank, die strekt tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar. In lijn met de uitgebrachte adviezen en de standpunten van de advocaat-generaal en de raadsvrouw, is het hof van oordeel dat het wenselijk is dat de terbeschikkinggestelde in [woonvoorziening] kan blijven. Het hof heeft thans een sterke voorkeur dat het verblijf in [woonvoorziening] na expiratie van de maatregel terbeschikkingstelling niet plaatsvindt op louter vrijwillige basis, maar in enig wettelijk kader dat de mogelijkheid biedt om in te grijpen, zoals ook de deskundige heeft bepleit. Op dit moment is dat wettelijk kader niet gerealiseerd. Het hof onderschrijft de inmiddels (opnieuw) gestarte voorbereidingen voor het realiseren van een wettelijk kader (in welke vorm dan ook) en acht voortvarendheid van de kant van het openbaar ministerie bij die verdere voorbereidingen aangewezen. Anders dan de raadsvrouw, ziet het hof echter geen aanleiding de beslissing aan te houden in afwachting van de uitkomsten van de door de officier van justitie gestarte voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging. Het daartoe strekkende verzoek zal dus worden afgewezen. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat, zoals de advocaat-generaal heeft opgemerkt, het nog minstens acht à negen weken zal duren vóór er duidelijkheid zal zijn over de uitkomst van die procedure, terwijl de volgende verlengingszitting zal plaatsvinden op 18 maart 2021. De uitkomst van die procedure zal dus naar verwachting behandeld kunnen worden in het kader van de volgende verlengingsprocedure.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:10925:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">TBS P20/0271 </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">Beslissing d.d. 31 december 2020</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [terbeschikkinggestelde]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1961,</para>
    <para>verblijvende bij [zorginstelling] .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 9 juni 2020. De rechtbank heeft beslist tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar. Verder heeft de rechtbank impliciet beslist tot afwijzing van het verzoek van de raadsvrouw om te onderzoek of de terbeschikkinggestelde op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz) in een vrijwillig kader zijn verblijf bij [zorginstelling] kan voortzetten.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para> de beslissing waarvan beroep;</para>
    <para> het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;</para>
    <para> de akte van het instellen van beroep namens de terbeschikkinggestelde op 18 juni 2020;</para>
    <para> de beschikking van rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 9 juni 2020, op het door de officier van justitie ingediende verzoekt tot het verlenen van een zorgmachtiging;</para>
    <para> het voortgangsverslag van 23 juli 2020 van Reclassering Nederland, Toezichtunit 2 Zuid (hierna: de reclassering);</para>
    <para> de aanvullende informatie van de reclassering van 17 september 2020.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het hof heeft ter zitting van 17 december 2020 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R.M. van Breemen, advocaat te Raamsdonksveer, en de advocaat-generaal, mr. L.H.J. Vijlbrief-Smit. Verder zijn als deskundige gehoord: [toezichthouder] , toezichthouder bij de reclassering, en [zorgmanager] , als zorgmanager en bestuurder verbonden aan [zorginstelling] .</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het advies van deskundige Geurts van Kessel-Bens</emphasis>
      </para>
      <para>Meestal gaat het goed met de terbeschikkinggestelde. Wel komt regelmatig zijn kwetsbaarheid aan het licht. Hij kan zich bijvoorbeeld opsluiten in zijn kamer. Voortzetting van het verblijf in [zorginstelling] in een vrijwillig kader is onwenselijk, omdat dan de beheersbaarheid van het risico in het gedrang zou komen. Wat [zorginstelling] betreft, kan de terbeschikkingstelling worden beëindigd en kan het verblijf van de terbeschikkinggestelde in [zorginstelling] worden voortgezet op basis van een zorgmachtiging in de zin van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Sinds de procedure in eerste aanleg heeft [zorginstelling] zich laten registreren als <emphasis role="italic">locatie</emphasis> (in de zin van de Wvggz), maar daarmee is het nog geen <emphasis role="italic">accommodatie </emphasis>als bedoeld in die wet. [zorginstelling] heeft meerdere cliënten die daar verblijven op basis van een zorgmachtiging in de zin van de Wvggz.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het advies van de reclassering</emphasis>
      </para>
      <para>Voor de terbeschikkinggestelde is geen geschiktere voorziening denkbaar dan [zorginstelling] . Hij krijgt daar de benodigde hulp en ondersteuning. Een van de problemen waar de terbeschikkinggestelde mee kampt, is dat hij zeer beïnvloedbaar is. Soms krijgt hij bezoek van iemand die hem probeert over te halen om te verhuizen en daartegen is hij dan niet opgewassen. Voor het geval de terbeschikkingstelling eindigt, acht de reclassering het wenselijk dat hiervoor dan een zorgmachtiging in de plaats komt. Aan een verblijf in [zorginstelling] in een vrijwillig kader is de terbeschikkinggestelde nog niet toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw</emphasis>
      </para>
      <para>De terbeschikkinggestelde wil dat de terbeschikkingstelling wordt beëindigd. Naar eigen zeggen gaat het goed met hem. De terbeschikkinggestelde woont met plezier bij [zorginstelling] en zou nooit meer ergens anders willen wonen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat het hof de beslissing op het ingestelde beroep zal aanhouden in afwachting van de uitkomsten van de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging. Het is wenselijk dat de terbeschikkinggestelde bij [zorginstelling] kan blijven wonen, maar dit kan, in plaats van op basis van een terbeschikkingstelling, ook op basis van een zorgmachtiging in de zin van de Wvggz, zoals ook geadviseerd door de reclassering. [zorginstelling] is weliswaar geen accommodatie in de zin van de Wvggz, maar wordt in de praktijk wel als zodanig ingezet, zoals ook blijkt uit de aan het hof overgelegde beschikking van 3 juni 2020 van de rechtbank Oost-Brabant. Op basis van het gelijkheidsbeginsel zou dit in het geval van de terbeschikkinggestelde ook moeten gebeuren. Daarom heeft de raadsvrouw het hof in overweging gegeven [zorginstelling] te beschouwen als accommodatie in de zin van de Wvggz.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In afwachting van de onderhavige beslissing is de volgende verlengingszitting al gepland. Deze zal plaatsvinden op 18 maart 2021.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De terbeschikkinggestelde is op zijn plek bij [zorginstelling] en het is wenselijk dat hij daar blijft wonen. Een officier van justitie is begonnen met het voorbereiden van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging in de zin van de Wvggz. Het zal minimaal negen weken duren voordat hierover meer duidelijk kan worden geboden. Aangezien de volgende verlengingszitting al binnen drie maanden zal plaatsvinden en kijkend naar de agenda van het hof, is het onwenselijk om de uitkomsten van de genoemde voorbereidingsprocedure af te wachten. Op dit moment is voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de terbeschikkingstelling en aangezien er op dit moment nog te veel onduidelijkheid is omtrent de mogelijkheid tot het afgeven van een zorgmachtiging, concludeert de advocaat-generaal tot bevestiging van het de beslissing waarvan beroep. Dit geeft de officier van justitie de tijd om een verzoekschrift voor een zorgmachtiging voor te bereiden, zodat daar over drie maanden op kan worden beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof is van oordeel dat de rechtbank op de juiste wijze en op goede gronden heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met overneming van die gronden bevestigen, met aanvulling van het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In lijn met de uitgebrachte adviezen en de standpunten van de advocaat-generaal en de raadsvrouw, is het hof van oordeel dat het wenselijk is dat de terbeschikkinggestelde in [zorginstelling] kan blijven. Het hof heeft thans een sterke voorkeur dat het verblijf in [zorginstelling] na expiratie van de maatregel terbeschikkingstelling niet plaatsvindt op louter vrijwillige basis, maar in enig wettelijk kader dat de mogelijkheid biedt om in te grijpen, zoals ook de deskundige heeft bepleit. Op dit moment is dat wettelijk kader niet gerealiseerd. Het hof onderschrijft de inmiddels (opnieuw) gestarte voorbereidingen voor het realiseren van een wettelijk kader (in welke vorm dan ook) en acht voortvarendheid van de kant van het openbaar ministerie bij die verdere voorbereidingen aangewezen.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de raadsvrouw, ziet het hof echter geen aanleiding de beslissing aan te houden in afwachting van de uitkomsten van de door de officier van justitie gestarte voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging. Het daartoe strekkende verzoek zal dus worden afgewezen. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat, zoals de advocaat-generaal heeft opgemerkt, het nog minstens acht à negen weken zal duren vóór er duidelijkheid zal zijn over de uitkomst van die procedure, terwijl de volgende verlengingszitting zal plaatsvinden op 18 maart 2021. De uitkomst van die procedure zal dus naar verwachting behandeld kunnen worden in het kader van de volgende verlengingsprocedure.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst af het verzoek tot aanhouding van de beslissing op het ingestelde beroep in afwachting van de uitkomst van de voorbereiding van een verzoekschrift voor een zorgmachtiging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt met aanvulling van gronden zoals hiervoor is overwogen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 9 juni 2020 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde, <emphasis role="bold">[terbeschikkinggestelde]</emphasis>.</para>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M.E. van Wees, voorzitter,</para>
      <para>mr. C.M.E. Lagarde en mr. P.C. Vegter, raadsheren, </para>
      <para>drs. I.M. van Woudenberg en dr. R.A. Graaff, raden,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,</para>
      <para>en op 31 december 2020 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Van Wees, mr. Vegter en de raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>