<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2020:10180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-08T15:30:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-003111-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:10180">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2020:10180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-12-08T10:32:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-12-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2020:10180 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 08-12-2020 / 21-003111-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2020:10180:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Jeugdstrafrecht. Bevestiging muv straf, Werkstraf voor straatroof en pinnen met gestolen pinpas</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2020:10180:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-003111-20 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	8 december 2020</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem,</para>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland van 4 juni 2020 met parketnummer 16-043727-20 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboorteplaats] 2003, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 24 november 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.</para>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. E.H. Bokhorst, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij vonnis van 4 juni 2020, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de onder parketnummer 16-043727-20 als feit 1 en feit 2 tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een werkstraf van <emphasis role="bold">120 uren</emphasis>, subsidiair <emphasis role="bold">60 dagen jeugddetentie</emphasis>, waarvan <emphasis role="bold">40 uren</emphasis>, subsidiair <emphasis role="bold">20 dagen jeugddetentie</emphasis>, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarden:</para>
    </parablock>
    <para>- dat de veroordeelde zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waarvan 3 maanden zullen bestaan uit de maatregel ITB CRIEM, zal melden bij [instelling] . [adres] te [plaats] , zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht. waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die die instelling hem geeft. </para>
    <para>- dat de veroordeelde deel zal nemen aan de gedragsinterventie FAST door [ggz instelling] . </para>
    <para>De rechtbank heeft de gestelde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist ten aanzien van de bewezenverklaring en de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen. Het hof zal het vonnis van de rechtbank in zoverre bevestigen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de opgelegde straf komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. Het hof zal het vonnis vernietigen voor zover het dit onderdeel betreft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft samen met een medeverdachte een eenenzeventigjarige vrouw op klaarlichte dag van haar tas beroofd en heeft later op die dag geprobeerd geld te pinnen met de gestolen pinpas. Dit zijn zeer ernstige feiten. De ervaring leert dat slachtoffers nog een lange tijd last kunnen hebben van dergelijke feiten en zich lang angstig kunnen voelen. In het dossier bevindt zich een brief van aangeefster waarin zij aangeeft dat hetgeen haar en haar man is overkomen hen maandenlang in de greep heeft gehad en hen heeft belemmerd in hun leven. Daarnaast leveren dergelijke feiten tevens gevoelens van onveiligheid op in de samenleving in zijn algemeenheid. Het hof houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het gaat sinds korte tijd beter met verdachte. Hij houdt zich aan de afspraken met de jeugdreclassering, volgt een behandeling bij [ggz instelling] en gaat weer naar school. </para>
      <para>Gelet op het bovenstaande sluit het hof zich aan bij de opgelegde straf door de rechtbank. Het hof ziet anders dan de rechtbank echter geen aanknopingspunten voor de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden. Het hof is voorts van oordeel dat de schoolgang van verdachte nog pril is en dat dit één van de zorgen omtrent de verdachte blijft. Het hof neemt dan ook de schoolgang van verdachte op als een bijzondere voorwaarde. </para>
      <para>Gelet op de aard en de ernst van hetgeen is bewezenverklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht het hof oplegging van een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van de hierna aan te geven duur, passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 45, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit een <emphasis role="bold">werkstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">120 (honderdtwintig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">60 (zestig) dagen jeugddetentie.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat een gedeelte van de werkstraf, groot <emphasis role="bold">40 (veertig)</emphasis> uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">20 (twintig) dagen jeugddetentie</emphasis>, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para>- zich in het kader van de maatregel van Toezicht en Begeleiding, waarvan 3 maanden zullen bestaan uit de maatregel ITB CRIEM, zal melden bij [instelling] . [adres] te [plaats] , zo frequent en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht. waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die die instelling hem geeft; </para>
    <para>- deel zal nemen aan de gedragsinterventie FAST door [ggz instelling] ; </para>
    <para>- naar school zal gaan en zich zal houden aan het lesrooster van die school.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de bijzondere voorwaarden is van rechtswege verbonden dat de verdachte:</para>
    </parablock>
    <para>- gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    <para>-medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. M. Keppels, voorzitter,</para>
      <para>mr. R.W. van Zuijlen en mr. M.J. Vos, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.E. Schoenmakers, griffier,</para>
      <para>en op 8 december 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 8 december 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
      <para>mr. A. van Maanen, voorzitter,</para>
      <para>mr. J. van Spanje, advocaat-generaal,</para>
      <para>mr. I. Vugs, griffier.</para>
      <para>De voorzitter doet de zaak uitroepen.</para>
      <para>De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.</para>
      <para>De voorzitter spreekt het arrest uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>