<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:9794</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T18:47:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHARL:2019:11410</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">699-19 en 700-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>O&amp;A 2020/20</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:9794">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:9794</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-15T08:43:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:9794 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 05-11-2019 / 699-19 en 700-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:9794:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De forfaitaire bedragen van de LOVS hebben alleen betrekking op immateriële schade. Daarnaast kan op grond van artikel 89 Sv ook materiële schade worden vergoed.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:9794:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-000567-18</para>
    <para>AV-nummer:	000699-19 en 000700-19</para>
    <para>Uitspraak d.d.:	5 november 2019</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Beslissing van de meervoudige raadkamer op het verzoek ex artikel 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <bridgehead role="bold">
    [verzoeker] ,</bridgehead>
  <parablock>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,</para>
    <para>voor deze zaak woonplaats kiezende te Arnhem, Sonsbeekweg 8 ten kantore van zijn advocaat mr. drs. L.S. Wachters,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>hierna te noemen verzoeker.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker en zijn advocaat zijn, zoals op voorhand was aangekondigd, niet in openbare raadkamer verschenen.  </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker vraagt vergoeding ten laste van de Staat voor gemaakte kosten en/of geleden schade, die hij ten gevolge van ondergane detentie in een strafzaak heeft geleden ten bedrage van € 25.646,37, nader gespecificeerd als volgt:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>verblijf politiebureau van 13 juli 2017 tot 19 juli 2017			€      630,00</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>verblijf huis van bewaring van 19 juli 2017 tot en met 9 januari 2018 	€ 13.920,00</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>gederfde inkomsten periode 19 juli 2017 tot en met 9 januari 2018		€ 11.096,37</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <para />
  <parablock>
    <para>Daarnaast vraagt verzoeker een vergoeding voor de gemaakte kosten voor de indiening van het verzoekschrift.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof heeft het verzoek behandeld in raadkamer van 22 oktober 2019, waarbij is gehoord de advocaat-generaal. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Beoordeling van het verzoek</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Uit het onderzoek in openbare raadkamer is - voor zover hier van belang - het navolgende gebleken:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>bij onherroepelijk arrest van dit hof van 21 februari 2019, parketnummer 21-000567-18, is de strafzaak tegen verzoeker geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>verzoeker heeft het verzoek op de voorgeschreven wijze en tijdig ingediend; </para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>verzoeker heeft 6 dagen in verzekering (te weten van 13 juli 2017 tot 19 juli 2017) en 175 dagen in voorlopige hechtenis (te weten van 19 juli 2017 tot en met 9 januari 2018) doorgebracht;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>verzoeker heeft ten gevolge van voormelde detentie schade geleden.</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">De immateriële schade ex artikel 89 Sv</emphasis>
    </para>
    <para>Het hof is van oordeel, alle omstandigheden in aanmerking genomen, dat gronden van billijkheid aanwezig zijn om aan verzoeker ter zake van immateriële schade een vergoeding toe te kennen. Het hof acht het redelijk om, zoals landelijk gebruikelijk is, bij het bepalen van deze vergoeding zowel de eerste als de laatste dag van het voorarrest mee te tellen. Het hof neemt hierbij als uitgangspunt de gebruikelijk hiervoor gehanteerde tarieven, te weten </para>
    <para>€ 105,00 per dag op een politiebureau doorgebracht en € 80,00 per dag in een Huis van Bewaring doorgebracht. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">De materiële schade ex artikel 89 Sv</emphasis>
    </para>
    <para>Ten aanzien van de door verzoeker gestelde materiële schade overweegt het hof dat de door het LOVS vastgestelde forfaitaire bedragen slechts zien op immateriële schade, zoals gederfde levensvreugde ten gevolge van de ondergane detentie. In het kader van de procedure ex artikel 89 Sv is - anders dan de advocaat-generaal heeft aangegeven - daarnaast plaats voor volledige vergoeding van de geleden materiële schade. Het hof wijst in dit verband op de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 18 december 2014, (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHDHA:2014:4159), waarin een en ander nader wordt uiteengezet. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het voorgaande brengt mee dat de door verzoeker verzochte en naar behoren onderbouwde vergoeding voor gederfde inkomsten ad € 11.096,37 voor toewijzing vatbaar kan zijn.  </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Tegenover deze gederfde inkomsten staat evenwel dat verzoeker gedurende zijn detentieperiode kosten van levensonderhoud heeft bespaard. Uit het oogpunt van redelijkheid en billijkheid zal het hof deze kosten op het toe te wijzen bedrag in mindering brengen. Voor de hoogte daarvan zal aansluiting worden gezocht bij de bedragen die het NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) hanteert ter zake van de kosten van voeding, gas, water, elektriciteit en persoonlijke verzorging in het geval een zelfstandige huishouding wordt gevoerd. Deze kosten zijn door het NIBUD begroot op een gemiddelde van € 10,00 per dag. Dat verzoeker, zoals de advocaat opmerkt, tijdens zijn detentie onder meer kosten voor voeding heeft gemaakt en zijn overige (huishoudelijke) kosten ook gewoon door liepen, doet hier niet aan af. Deze kosten worden naar het oordeel van het hof reeds gecompenseerd door de toekenning van de verzochte vergoeding voor gederfde inkomsten. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Het verzoek ex artikel 591a Sv</emphasis>
    </para>
    <para>De kosten van het indienen van het verzoekschrift kunnen worden vergoed overeenkomstig de ter zake landelijk gehanteerde uitgangspunten, en wel tot een bedrag van € 280,00.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">Concluderend </emphasis>
    </para>
    <para>Met inachtneming van het bovenstaande zal het hof aan verzoeker de volgende vergoeding ten laste van de Staat toe kennen: </para>
  </parablock>
  <para>- 181 dagen voorarrest:	</para>
  <parablock>
    <para>	6 dagen politiebureau ad € 105,00 		€      630,00</para>
    <para>	175 dagen HvB ad € 80,00			€ 14.000,00 </para>
  </parablock>
  <para>- gederfde inkomsten					€ 11.096,37</para>
  <para>- kosten indienen verzoek				<emphasis role="underline">€      280,00</emphasis> +</para>
  <para>Subtotaal:						€ 26.006,37</para>
  <para>- kosten levensonderhoud (181 x € 10,00)		<emphasis role="underline">€   1.810,00 -</emphasis></para>
  <para>Totaal aan verzoeker toe te kennen:			<emphasis role="bold">€ 24.196,37.</emphasis></para>
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">BESLISSING</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>kent toe aan verzoeker [verzoeker] een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van <emphasis role="bold">€ 24.196,37 (vierentwintigduizend honderdzesennegentig euro en zevenendertig cent)</emphasis>;</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>beveelt de griffier om bovenstaand bedrag over te maken op rekeningnummer </para>
    <para>NL42 RABO 0120 6756 41, ten name van Stichting Beheer Derdengelden Corbeek Frijns Advocaten te Arnhem, onder vermelding van dossiernummer 00007641 inzake [verzoeker] 21-000567-18.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gegeven door</para>
    <para>mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,</para>
    <para>mr. J.J. Beswerda en mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, raadsheren,</para>
    <para>in tegenwoordigheid van E.J. Swart, griffier,</para>
    <para>door de voorzitter en de griffier ondertekend en op 5 november 2019 ter openbare zitting uitgesproken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>