<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:9047</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-30T13:09:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.264.304/01 en 200.264.321/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:9047">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:9047</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-30T13:08:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:9047 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 22-10-2019 / 200.264.304/01 en 200.264.321/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:9047:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Einde gezag moeder bij zeer jonge kinderen. Bij de jongste al vrij snel na de geboorte.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:9047:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers gerechtshof 200.264.304/01 en 200.264.321/01</para>
      <para>(zaaknummers rechtbank Noord-Nederland C/19/126226 / FA RK 19-587 en C/19/126228 / FA RK 19-588)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 22 oktober 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in beide zaken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [A] ,<?linebreak?>verzoekster in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de moeder,</para>
      <para>advocaat: mr. M. Horsten van Gemeren te Emmen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de raad voor de kinderbescherming</emphasis>,</para>
      <para>regio Noord Nederland, locatie Groningen,</para>
      <para>verweerder in hoger beroep,</para>
      <para>verder te noemen: de raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak met zaaknummer 200.264.304/01:</emphasis>
        <?linebreak?>de gecertificeerde instelling<?linebreak?><emphasis role="bold">stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen</emphasis>,</para>
      <para>kantoorhoudende te Assen,</para>
      <para>verder te noemen: JBN,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak met zaaknummer 200.264.321/01:</emphasis>
      </para>
      <para>de gecertificeerde instelling<?linebreak?><emphasis role="bold">stichting Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond</emphasis>,</para>
      <para>kantoorhoudende te Rotterdam,</para>
      <para>verder te noemen: JBRR,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de pleegouders van [de minderjarige1]</emphasis>,</para>
      <para>wonende op een geheim adres,</para>
      <para>verder te noemen: de pleegouders van [de minderjarige1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de zaak met zaaknummer 200.264.304/01</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 15 mei 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer C/19/126226 / FA RK 19-587.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de zaak met zaaknummer 200.264.321/01</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 15 mei 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer C/19/126228 / FA RK 19-588.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de zaak met zaaknummer 200.264.304/01</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 13 augustus 2019;</para>
      <para>- een brief van de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad) van 20 september 2019;</para>
      <para>- een journaalbericht van mr. Horsten van Gemeren van 25 september 2019 met productie(s).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de zaak met zaaknummer 200.264.321/01</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 13 augustus 2019;</para>
      <para>- het verweerschrift van JBRR met productie(s), ingekomen op 20 september 2019.</para>
      <para>- een brief van de raad van 20 september 2019;</para>
      <para>- een journaalbericht van mr. Horsten van Gemeren van 25 september 2019 met productie(s).</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In beide zaken</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 26 september 2019 plaatsgevonden. De zaken zijn tegelijkertijd behandeld. De moeder is in persoon verschenen, bijgestaan door haar advocaat. Namens de raad is [B] verschenen. Namens JBRR zijn verschenen [C] en [D] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Uit de moeder zijn geboren:</para>
      <para>- [de minderjarige1] , geboren [in] 2016 (verder te noemen: [de minderjarige1] );</para>
      <para>- [de minderjarige2] , geboren [in] 2019 (verder te noemen: [de minderjarige2] ). <?linebreak?>De moeder was van rechtswege belast met het gezag over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De moeder heeft uit een eerdere relatie nog een minderjarige dochter: [de minderjarige3] , geboren [in] 2007 (verder te noemen: [de minderjarige3] ). [de minderjarige3] verblijft in een pleeggezin. Het gezag van de moeder over [de minderjarige3] is beëindigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        [de minderjarige1] staat sinds 16 maart 2016 onder toezicht. Op 18 april 2016 is hij middels een machtiging uit huis geplaatst. Sinds 16 februari 2017 verblijft hij bij de pleegouders (een perspectiefbiedend netwerkpleeggezin).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        [de minderjarige2] staat sinds 21 december 2018 (voorlopig) onder toezicht van JBN. Zij is vanaf haar geboorte met een machtiging uit huis geplaatst. Sinds medio februari 2019 verblijft zij in een perspectiefbiedend pleeggezin.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In de zaak met zaaknummer 200.264.304/01</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Bij de bestreden, uitvoerbaar bij voorraad verklaarde, beschikking van 15 mei 2019 (zaaknummer C/19/126226 / FA RK 19-587) heeft de rechtbank, op verzoek van de raad, het gezag van de moeder over [de minderjarige2] beëindigd en JBN tot voogd benoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>De moeder is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grief beoogt het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende:</para>
      <para>- primair: het (primaire) verzoek van de raad tot beëindiging van het gezag van de moeder over [de minderjarige2] af te wijzen;</para>
      <para>- subsidiair: een zodanige beslissing te nemen als het hof in goede justitie juist acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>De raad heeft ter zitting verweer gevoerd en verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">In de zaak met zaaknummer 200.264.321/01</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>Bij de bestreden, uitvoerbaar bij voorraad verklaarde, beschikking van 15 mei 2019 (zaaknummer C/19/126228 / FA RK 19-588) heeft de rechtbank, op verzoek van de raad, het gezag van de moeder over [de minderjarige1] beëindigd en JBRR tot voogd benoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <para>De moeder is met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grief beoogt het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende:</para>
      <para>- primair: het verzoek van de raad tot beëindiging van het gezag van de moeder over [de minderjarige1] af te wijzen;</para>
      <para>- subsidiair: een zodanige beslissing te nemen als het hof in goede justitie juist acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6</nr>
      <para>De raad heeft ter zitting verweer gevoerd en verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7</nr>
      <para>JBRR heeft verweer gevoerd en verzoekt het hof (zakelijk weergegeven) de bestreden beschikking te bekrachtigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In beide zaken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:266 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter het gezag van een ouder beëindigen indien</para>
      <para>a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding in staat is te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of</para>
      <para>b. de ouder het gezag misbruikt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Gelet op het bepaalde in de artikelen 3 en 20 van het Verdrag inzake de rechten van het kind overweegt het hof dat bij het nemen van een beslissing tot beëindiging van het gezag van de ouders de belangen van het kind voorop staan. Het kind dat niet verblijft in het eigen gezin heeft recht op zekerheid, continuïteit en ongestoorde hechting in de alternatieve leefsituatie en duidelijkheid over zijn opvoedingsperspectief. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Het blijk geven van duurzame bereidheid van de ouder(s) om het kind in het pleeggezin waar het verblijft te laten opgroeien dient in de beoordeling te worden betrokken, maar staat - gelet op het belang van het kind bij stabiliteit en continuïteit in zijn opvoedingssituatie - niet (zonder meer) in de weg aan beëindiging van het gezag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>Het hof constateert dat door de moeder in hoger beroep geen nieuwe stellingen naar voren zijn gebracht die niet al bij de procedure in eerste aanleg aan de orde zijn geweest en die door de rechtbank in de bestreden beschikkingen zijn gewogen en gemotiveerd zijn verworpen. Het hof neemt die overwegingen na eigen onderzoek over, maakt deze tot de zijne en voegt daar nog het volgende aan toe. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <parablock>
        <para>Voor het hof is duidelijk dat de moeder veel van haar kinderen houdt en dat de kinderen alles voor haar betekenen. Het hof acht het dan ook begrijpelijk dat de moeder voor haar kinderen opkomt en dat het voor haar moeilijk te accepteren is dat de kinderen elders opgroeien, dat de raad - naar de beleving van de moeder: te vroeg - verzoeken tot beëindiging van het gezag van de moeder over [de minderjarige1] en [de minderjarige2] heeft ingediend en dat die verzoeken zijn toegewezen, waardoor beslissingen over de minderjarige kinderen voortaan door de voogden zullen worden genomen.</para>
        <para>Bij de beoordeling van deze zaken staat echter het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] voorop. Zoals hiervoor al is overwogen hebben zij recht op zekerheid, continuïteit, een ongestoorde hechting en duidelijkheid over hun opvoedingsperspectief. Bij zeer jonge kinderen, zoals [de minderjarige1] en [de minderjarige2] , is het van groot belang dat beslissingen over hun definitieve verblijfplaats zo snel en vroeg mogelijk genomen worden, hoe moeilijk dit ook voor ouders is om te accepteren. De beëindiging van het gezag van de moeder over de kinderen draagt bij aan voornoemde duidelijkheid dat [de minderjarige1] en [de minderjarige2] in hun pleeggezinnen zullen opgroeien. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>Op grond van het vorenstaande is het naar het oordeel van het hof in het belang van [de minderjarige1] en [de minderjarige2] de stabiliteit en continuïteit in hun opvoedingssituatie te waarborgen door het gezag van de moeder te beëindigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen dient het hof de bestreden beschikkingen te bekrachtigen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak met zaaknummer 200.264.304/01</emphasis>
      </para>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 15 mei 2019 (zaaknummer C/19/126226 / FA RK 19-587);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">in de zaak met zaaknummer 200.264.321/01</emphasis>
      </para>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 15 mei 2019 (zaaknummer C/19/126228 / FA RK 19-588).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. C. Koopman, M.P. den Hollander en J.G. Idsardi, bijgestaan door mr. H.B. Fortuyn als griffier, en is op 22 oktober 2019 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>