<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:8623</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-09T13:23:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.227.235/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursstrafrecht">Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:8623">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:8623</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-06T11:07:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:8623 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 17-10-2019 / Wahv 200.227.235/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:8623:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Handelen in strijd met geslotenverklaring (milieuzone, bord C22a). Een foto van de gedraging ontbreekt. Het zaakoverzicht en de daaraan ten grondslag liggende “aankondiging van beschikking” leveren onvoldoende bewijs op om de gedraging te kunnen vaststellen. Het hof vernietigt de sanctiebeschikking.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:8623:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.227.235/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 200770831 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 17 oktober 2019</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 28 september 2017, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [A] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is mr. [B] , kantoorhoudende te [C] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>Op 25 januari 2018 en 11 februari 2018 zijn nog faxberichten van de gemachtigde ontvangen. Kopieën daarvan zijn toegestuurd aan de advocaat-generaal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “handelen in strijd met een geslotenverklaring voor niet aan de eisen voldoende voertuigen (bord C22a, bijlage I, RVV 1990, milieuzone)”, welke gedraging zou zijn verricht op 9 augustus 2016 om 10.53 uur op de Oudenoord te Utrecht met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .</para>
    <para />
    <para>2. Uit de stukken komt naar voren dat de gemachtigde het vaststellen van de gedraging van meet af aan heeft betwist. Hij geeft in zijn hoger beroepschrift - onder meer - aan dat hij meermalen heeft verzocht om een foto van de gedraging te verstrekken. Daarnaast heeft de gemachtigde de aanwezigheid van de bebording reeds in een vroeg stadium betwist en de aanwezigheid daarvan is cruciaal om de gedraging te kunnen vaststellen. </para>
    <para />
    <para>3. De door de ambtenaar vastgestelde gedraging betreft een overtreding van artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) in samenhang met bord C22a van bijlage 1 bij dat reglement.</para>
    <para />
    <para />
    <para>4. De sanctie is opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar. Het toepasselijke kader voor het door de gemeente digitaal handhaven op negatie van categorie C borden is, in het geval dit door een buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt, opgenomen in bijlage L van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar, zoals die ten tijde van de oplegging van de sanctie luidde (Staatscourant 2016, 33381). Als voorwaarde waaraan bij de uitoefening van de handhavingsbevoegdheid moet worden voldaan, is daarin - onder meer - vermeld dat op de foto het voertuig en het passeren van het bord door dat voertuig zichtbaar moet zijn. Blijkens inmiddels bestendige jurisprudentie van het hof kan, als aan de hiervoor weergegeven voorwaarde niet is voldaan, op andere wijze tot vaststelling van de gedraging worden gekomen. Het dossier zal in dat geval wel andere stukken dienen te bevatten op grond waarvan kan worden vastgesteld dat het toepasselijke C bord ten tijde van de gedraging op de pleeglocatie aanwezig was en dat het betreffende voertuig dit bord is gepasseerd.     </para>
    <para />
    <para>5. Het hof stelt vast dat in het dossier een foto ontbreekt. Het zaakoverzicht en de daaraan ten grondslag liggende "aankondiging van beschikking" leveren onvoldoende bewijs op om de gedraging te kunnen vaststellen. Het hof ziet, in aanmerking genomen het tijdsverloop sinds de pleegdatum en het feit dat de advocaat-generaal daartoe, doordat hem de gelegenheid is geboden een verweerschrift in te dienen, reeds in de gelegenheid is geweest, ervan af om thans nog de advocaat-generaal te verzoeken om aanvullende informatie in het geding te brengen.  </para>
    <para />
    <para>6. Gelet op het voorgaande is onvoldoende komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Het hof zal om voorgaande reden de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen. De zekerheidstelling zal aan de betrokkene worden gerestitueerd. </para>
    <para />
    <para>7. De gemachtigde heeft de volgende proceshandelingen verricht die op grond van het toepasselijke Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) voor vergoeding in aanmerking komen: het indienen van het administratief beroepschrift, een hoorzitting (telefonisch) bij de officier van justitie, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift. Voor elk van die handelingen dient één procespunt te worden toegekend, met dien verstande dat het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit het voor het horen door de officier van justitie toegekende hele punt zal halveren (vgl. het arrest van dit hof van 25 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2018:6824). De waarde per punt bedraagt € 512,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 896,- (3,5 x € 512 x 0,5).</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 200770831 de administratieve sanctie is opgelegd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 896,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>