<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:7915</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T03:29:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:GHARL:2019:11403</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">000690-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJFS 2020/114</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:7915">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:7915</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-30T12:33:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:7915 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 18-09-2019 / 000690-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:7915:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzoek ex artikel 89Sv. Wie moet verzoeker en zijn advocaat oproepen voor de behandeling van het verzoek in raadkamer? </para>
        <para>Het hof is op grond van de artikelen 23 Sv en 555Sv van oordeel dat het openbaar ministerie die oproeping moet verzorgen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:7915:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <para />
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-004582-17</para>
    <para>AV-nummers:	000690-19 en 0000691-19</para>
    <para>Uitspraak d.d.:	18 september 2019</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Beslissing van de meervoudige raadkamer op het verzoek ex artikelen 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</para>
  </parablock>
  <para />
  <bridgehead role="bold">
    [verzoeker] ,</bridgehead>
  <parablock>
    <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,</para>
    <para>wonende te [adres] ,</para>
    <para>domicilie kiezende ten kantore van mr. L. de Leon,</para>
    <para>3581 CE Utrecht, Maliebaan 57,</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>hierna te noemen verzoeker.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker vraagt vergoeding ten laste van de Staat voor de schade welke hij ten gevolge van ondergane detentie in een strafzaak heeft geleden ten bedrage van € 735,-, zoals nader in het verzoekschrift aangegeven. Daarnaast vraagt hij vergoeding van de kosten van indiening van het verzoekschrift. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verzoeker noch zijn advocaat zijn verschenen in raadkamer. Het hof heeft niet kunnen vaststellen dat verzoeker en zijn advocaat voor de behandeling in raadkamer zijn opgeroepen. </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Een verzoek als dit dient, ingevolge artikel 89, derde lid, Sv, te worden behandeld in openbare raadkamer. Artikel 23, tweede lid, Sv bepaalt dat door de raadkamer het openbaar ministerie, de verdachte en andere procesdeelnemers worden gehoord, althans hiertoe opgeroepen, tenzij anders is voorgeschreven. Nu dat laatste niet het geval is, hadden verzoeker en zijn advocaat moeten worden opgeroepen voor de behandeling van het verzoek.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Een dergelijke oproeping dient, ingevolge artikel 555 Sv, te geschieden op last van het openbaar ministerie dat het laatst vervolgd heeft. Een andere bepaling, zoals in dat artikel bedoeld, is er niet. Artikel 23, tweede lid, Sv kan in ieder geval niet als zodanige bepaling worden gezien, nu daarin niet staat dat de griffier van het gerecht oproept. Dat in de praktijk bij sommige gerechten de griffier van de raadkamer feitelijk wel de oproeping verzorgt doet daaraan niet af.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof is bekend met de, tot voor kort ook in deze zittingsplaats bestaande, praktijk dat de griffier van het gerecht in schadevergoedingszaken een brief aan de advocaat van verzoeker  verzendt waarin de griffier meedeelt dat verzoeker en zijn advocaat, gelet op het verzoek en het standpunt van het openbaar ministerie, op de voor de behandeling van het verzoek geplande datum niet in raadkamer behoeven te verschijnen, maar dat, indien de raadkamer overweegt van deze standpunten af te wijken, verzoeker en zijn advocaat voor de behandeling in raadkamer zullen worden opgeroepen. Een zodanige brief, die overigens in deze zaak niet is verzonden, kan niet als een oproeping voor de behandeling door de raadkamer worden beschouwd.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie dient zorg te dragen voor de oproeping van verzoeker en zijn advocaat voor de behandeling van het onderhavige verzoek in openbare raadkamer. Het hof zal de oproeping nietig verklaren.</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof merkt ten overvloede op dat de omstandigheid dat verzoeker en zijn advocaat worden opgeroepen voor de behandeling van het verzoek in raadkamer niet betekent dat hun verschijnen daar verplicht of aangewezen is. Verzoeker en zijn advocaat dienen zelf een afweging te maken of hun verschijnen in raadkamer dienstig kan zijn aan de beslissing op het verzoek. </para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">BESLISSING</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Het hof:</para>
  </parablock>
  <para />
  <parablock>
    <para>Verklaart de oproeping nietig.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <parablock>
    <para>Aldus gegeven door</para>
    <para>mr. E. de Witt, voorzitter,</para>
    <para>mr. P.W.J. Sekeris en mr. W.M. van Schuijlenburg, raadsheren,</para>
    <para>in tegenwoordigheid van mr. G.H. Smeitink, griffier,</para>
    <para>door de voorzitter en de griffier ondertekend en op 18 september 2019 ter openbare zitting uitgesproken.</para>
  </parablock>
  <para />
  <para />
  <para />
  <para />
</uitspraak>
</open-rechtspraak>