<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:7339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-12T08:00:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.258.902/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroepKortGeding">Hoger beroep kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:7339">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:7339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-11T12:35:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:7339 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 10-09-2019 / 200.258.902/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:7339:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding. Uitzetting van huurder. Overlast, veroorzaakt door huurster als gevolg van psychische stoornis (dwanghandelingen). De overlast is ernstig, objectiveerbaar en van structurele aard. Aannemelijk is dat huurster niet in staat is daar verandering in aan te brengen. Een en ander rechtvaardigt de opzegging van de huur en de uitzetting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:7339:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.258.902/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 7522007)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 10 september 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellante]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para>appellante,</para>
      <para>tevens eiseres in het incident,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">[appellante]</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. P.N. Huisman, kantoorhoudend te Groningen, die ook heeft gepleit</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Woningstichting Wierden en Borgen</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Bedum,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>tevens verweerster in het incident,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres,</para>
      <para>hierna: <emphasis role="bold">Wierden en Borgen</emphasis>,</para>
      <para>advocaat: mr. J.J. Veldhuis, kantoorhoudend te Leeuwarden, voor wie heeft gepleit mr. B.M.B. Gruppen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Na het arrest van 30 juli 2019 hebben op 3 september 2019  pleidooien plaatsgehad. Daarna is bepaald dat vandaag arrest wordt gewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>De strekking van de grieven is, dat Wierden en Borgen geen spoedeisend belang bij haar vordering heeft, dat de kantonrechter op basis van een onjuiste en te beperkte beoordelingsmaatstaf heeft geconcludeerd dat [appellante] in ernstige mate is tekortgeschoten in de nakoming van de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verplichting, en dat het niet aannemelijk is dat [appellante] in de toekomst geen overlast meer zal veroorzaken. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het hof leest in deze grieven en in de daarop gegeven toelichtingen in essentie geen andere relevante stellingen of verweren dan die in eerste aanleg al zijn aangevoerd en die door de kantonrechter gemotiveerd zijn verworpen. Het hof onderschrijft wat de kantonrechter ter motivering van zijn beslissing heeft overwogen en neemt die motivering over. Daaraan voegt het hof toe dat het dossier in eerste aanleg en de in hoger beroep overgelegde verklaringen van omwonenden en wat ter zitting is besproken buiten redelijke twijfel stellen dat de overlast die met name de buurvrouw van [appellante] , [B] , van haar ondervindt, ernstig, van structurele aard en objectiveerbaar is. Aannemelijk is ook dat [appellante] ondanks de pogingen daartoe niet in staat is daarin verandering te brengen, omdat deze ernstige overlast wordt veroorzaakt door de psychische aandoening waar zij aan lijdt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>
        [appellante] is terecht in de proceskosten veroordeeld. De griffierechten zijn juist berekend, omdat het hier om een kort geding gaat, en niet om een voorlopige voorziening die tijdens een aanhangig geding is gevraagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Hoewel ook het hof dus tot de conclusie komt dat [appellante] haar woning dient te verlaten, zal het bestreden vonnis deels worden vernietigd, omdat de ontruimingstermijn inmiddels is verstreken zonder dat ontruiming heeft plaatsgehad, en de belangen van [appellante] rechtvaardigen dat haar in dit hoger beroep opnieuw een termijn voor de ontruiming wordt geboden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>De grieven bevatten geen stellingen die hiervoor niet zijn besproken, en die tot vernietiging van enig ander onderdeel van het bestreden vonnis kunnen leiden. Verdere bespreking van de grieven is daarom niet nodig. [appellante] zal ook in hoger beroep als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld (tariefgroep II, 3 punten). De kosten van het incident zullen tussen partijen worden gecompenseerd.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De beslissing</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het hof, rechtdoende in hoger beroep:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>vernietigt het vonnis in kort geding van de kantonrechter te Groningen van 4 april 2019, zoals dat op 23 april 2019 is hersteld, voor zover [appellante] daarin is veroordeeld om binnen drie maanden na betekening van het vonnis de woning aan de [a-straat 1] te [A] te ontruimen en te verlaten, met medeneming van alle personen en goederen die zich door of vanwege [appellante] in of bij de woning bevinden, teneinde deze woning geheel en ontruimd en leeg ter vrije beschikking van Wierden en Borgen te stellen, met overhandiging aan Wierden en Borgen van alle sleutels;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en doet opnieuw recht:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [appellante] om uiterlijk 1 december 2019 de woning aan de [a-straat 1] te [A] te ontruimen en te verlaten, met medeneming van alle personen en goederen die zich door of vanwege [appellante] in of bij de woning bevinden, teneinde deze woning geheel en ontruimd en leeg ter vrije beschikking van Wierden en Borgen te stellen, met overhandiging aan Wierden en Borgen van alle sleutels;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep in de hoofdzaak, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Wierden en Borgen vastgesteld op € 741,- voor verschotten en op € 3.222,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit arrest en - voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [appellante] in de nakosten, begroot op € 157, met bepaling dat dit bedrag zal worden verhoogd met € 82,-- in geval [appellante] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan én betekening heeft plaatsgevonden;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart deze uitspraak ten aanzien van deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>bepaalt dat partijen in het incident ieder de eigen kosten dienen te dragen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit arrest is gewezen door mr. M.W. Zandbergen, mr. J.H. Kuiper en mr. P.S. Bakker, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op dinsdag 10 september 2019.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>