<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:6903</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-21T15:02:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.256.824</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:6903">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:6903</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-21T15:01:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:6903 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 27-08-2019 / 200.256.824</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:6903:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mentorschap en bewind. Het nadeel dat betrokkene van het ingestelde mentorschap en bewind ondervindt (minder snel kunnen aflossen op zijn schulden) weegt naar het oordeel van het hof niet op tegen de voordelen die betrokkene daarvan heeft.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:6903:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN	</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers gerechtshof 200.256.824 (mentorschap) en 200.257.085 (bewind)</para>
      <para>(zaaknummers rechtbank Gelderland 7313851 en 7313791)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 27 augustus 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>advocaat: mr. N.J.H. Lina te Apeldoorn, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting GGNet</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Zutphen,</para>
      <para>verweerster in hoger beroep, verder te noemen: GGNet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [bureau voor bewind &amp; curatele] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>verder te noemen: de mentor en bewindvoerder,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de ouders]
        </emphasis>,</para>
      <para>beiden wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>de ouders van [verzoeker] , verder te noemen: de ouders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de zus]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>de zus van [verzoeker] , verder te noemen: de zus.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de twee door de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, op 19 december 2018 gegeven beschikkingen. Die beschikkingen zijn uitgesproken onder voormelde zaaknummers (7313851 en 7313791).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de beroepschriften met producties, beide ingekomen op 19 maart 2019, en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>een brief van GGNet van 6 augustus 2019.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 8 augustus 2019 plaatsgevonden. De advocaat van [verzoeker] is verschenen. Namens GGNet is [medewerker GGNet] verschenen. Namens de mentor en de bewindvoerder zijn [medewerker 1] en [medewerker 2] verschenen. [verzoeker] is niet verschenen. De ouders en de zus zijn met berichtgeving vooraf niet verschenen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        [verzoeker] is geboren op [geboortedatum] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>In de bestreden beschikkingen van 19 december 2018 heeft de kantonrechter de goederen die (zullen) toebehoren aan [verzoeker] onder bewind gesteld en een mentorschap ingesteld ten behoeve van [verzoeker] en de mentor en bewindvoerder benoemd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        [verzoeker] is met één grief in elk van beide zaken in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking(en). Hij verzoekt het hof bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikkingen te vernietigen en de verzoeken van GGNet tot benoeming van een mentor en een bewindvoerder alsnog af te wijzen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>GGNet voert verweer en verzoekt de bestreden beschikkingen te bekrachtigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>In artikel 1:431 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de rechter, indien een meerderjarige als gevolg van</para>
      <orderedlist numeration="loweralpha">
        <listitem>
          <para>zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>verkwisting of het hebben van problematische schulden,</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, een bewind kan instellen over één of meer van de goederen die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>In artikel 1:450 lid 1 BW staat dat de rechter een mentorschap kan instellen indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>In dit hoger beroep is aan de orde of [verzoeker] al dan niet een mentor en een bewindvoerder nodig heeft. [verzoeker] stelt dat hij deze niet nodig heeft. Hij is het er niet mee eens dat het geld dat hij nu verdient wordt aangewend voor de betaling van de mentor en de bewindvoerder. De verklaring van de psychiater [psychiater 1] is in algemene bewoordingen gesteld en zegt volgens [verzoeker] niets over zijn psychische toestand. [verzoeker] erkent dat hij een bipolaire stoornis heeft, maar ontkent dat hij psychotisch is. [verzoeker] stelt dat hij sinds een half jaar clean is en vindt dat hij in staat is om zelf (zonder hulp) zijn schulden af te lossen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <parablock>
        <para>Het hof oordeelt als volgt.</para>
        <para>
          [verzoeker] erkent dat hij in 2019 na het overlijden van zijn buurman een slechte periode heeft doorgemaakt. Hij blowde en betaalde zijn rekeningen niet. Het hof stelt vast dat het volgens GGNet sinds een paar maanden beter gaat met [verzoeker] , maar GGNet onderschrijft niet dat [verzoeker] al sinds een half jaar clean is.</para>
        <para>De behandelaars van GGNet hebben verklaard dat [verzoeker] naast zijn bipolaire stoornis (die [verzoeker] erkent) ook last heeft van psychoses (die [verzoeker] ontkent). Deze combinatie draagt eraan bij dat, zoals de psychiaters [psychiater 1] en [psychiater 2] van GGNet schriftelijk hebben verklaard, [verzoeker] niet in staat is zijn persoonlijke en financiële belangen te behartigen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Hoewel [verzoeker] een prille positieve ontwikkeling laat zien, bestaat de vraag of hij nu al zonder hulp van een mentor en/of bewindvoerder zijn belangen kan behartigen. Het hof vindt het daarvoor nog te vroeg. Bij de start van het bewind en mentorschap had [verzoeker] schulden van in totaal ongeveer € 10.000,-. Op die schulden is inmiddels ongeveer € 1.200,- afgelost. Het is juist dat [verzoeker] maandelijks een bedrag voor de werkzaamheden van de mentor en bewindvoerder moet betalen en dat hij daardoor minder snel op zijn schulden kan aflossen. Dit nadeel weegt naar het oordeel van het hof niet op tegen de voordelen die [verzoeker] van het ingestelde bewind en mentorschap heeft. Volgens de behandelend psychiater van [verzoeker] , [psychiater 2] , laat [verzoeker] sinds de benoeming van de mentor en bewindvoerder duidelijk een verbetering in zijn gedrag zien. Hij is actief en lijkt ook meer overzicht te krijgen over zijn problemen. Nu [verzoeker] in samenspraak met GGNet bezig is om zelfstandig te gaan wonen, zou het in dit stadium te veel voor hem zijn om ook zijn financiën weer op zich te nemen. Het hof sluit echter niet uit dat [verzoeker] bij voorzetting van de positieve ontwikkelingen in de toekomst weer zelf de behartiging van zijn persoonlijke en financiële zaken op zich kan nemen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zijn de grieven van [verzoeker] tevergeefs voorgesteld. Het hof zal de bestreden beschikkingen van de kantonrechter bekrachtigen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de twee beschikkingen (zaaknummers 7313851 en 7313791) van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 19 december 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. A. Smeeïng-van Hees, J.B. de Groot en C.M. Schönhagen, bijgestaan door mr. J.M. van Gastel-Goudswaard als griffier, en is op <?linebreak?>27 augustus 2019 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>