<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:5393</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-23T11:05:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.222.090</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:5393">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:5393</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-23T11:04:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:5393 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 01-07-2019 / WAHV 200.222.090</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:5393:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Proceskostenvergoeding. De officier van justitie heeft het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de inleidende beschikking gewijzigd voor wat betreft de omschrijving van de gedraging, de feitcode en het bedrag van de sanctie. Dit leidt niet tot een proceskostenvergoeding. Daartoe bestaat slechts aanleiding als de inleidende beschikking wordt vernietigd (vgl. het arrest van dit hof van 1 mei 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:3197). Dat is hier niet het geval.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:5393:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">WAHV 200.222.090</emphasis>
    </para>
    <para>1 juli 2019</para>
    <parablock>
      <para>CJIB 201410754</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">zittingsplaats Leeuwarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
    <para>van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel</para>
    <para>van 3 augustus 2017</para>
    <para>betreffende</para>
    <para>
      [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [A] ,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>voor wie als gemachtigde optreedt [B] , </para>
      <para>kantoorhoudende te [C] .</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. <?linebreak?>Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “Niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging, met feitcode R602, zou zijn verricht op </para>
    <para>8 september 2016 om 17:05 uur op de IJsselallee N337 te Zwolle met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen deze beschikking administratief beroep ingesteld. De officier van justitie heeft bij zijn beslissing het beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en de inleidende beschikking, voor wat betreft de omschrijving van de gedraging, de feitcode en het bedrag van de sanctie gewijzigd in "Niet stoppen voor een stopstreep", "feitcode R620,- en € 90,-. Tegen deze beslissing is namens de betrokkene beroep bij de kantonrechter ingesteld, die de bestreden beslissing heeft genomen.</para>
    <para />
    <para>3. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat de gewijzigde sanctie evenmin had mogen worden opgelegd, nu de gedraging niet verwijtbaar is. De betrokkene was namelijk heftig geschrokken door het plots voor hem stoppende voertuig, waaruit de bestuurder en de bijrijder stapten. </para>
    <para />
    <para>4. Gelet op het gevoerde verweer dient het hof te beoordelen of de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht het opleggen van een sanctie niet billijken (vgl. artikel 9, tweede lid onder b, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeervoorschriften).</para>
    <para />
    <para>5. Het hof ziet in hetgeen de gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat zulke omstandigheden zich hebben voorgedaan. Weliswaar is op de foto's van de gedraging in het dossier te zien dat aan de bestuurders- en de passagierszijde van het voertuig naast dat van de betrokkene personen instappen, maar niet aannemelijk is gemaakt dat de betrokkene daardoor niet anders kon doen dan niet stoppen voor de stropstreep. De enkele omstandigheid dat de betrokkene erg is geschrokken, is daartoe onvoldoende.</para>
    <para />
    <para>6. De kantonrechter heeft het beroep dan ook terecht ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>7. De gemachtigde stelt voorts dat de officier van justitie, en vervolgens de kantonrechter, het verzoek tot proceskostenvergoeding, gelet op de wijziging van de inleidende beschikking, niet hadden mogen afwijzen.</para>
    <para />
    <para>8. De hiervoor onder 2 genoemde wijzigingen in de inleidende beslissing impliceren dat er sprake is van herroeping van een bestreden besluit wegens een aan de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd te wijten onrechtmatigheid. Dit dient er evenwel -anders dan voorheen- niet toe te leiden dat het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt ingewilligd. Zoals het hof heeft overwogen in zijn het arrest van 1 mei 2019 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2019:3197), is daartoe slechts aanleiding als de inleidende beschikking wordt vernietigd. Dat is hier niet het geval. Dit betekent dat de officier van justitie en de kantonrechter het verzoek om een dergelijke vergoeding terecht hebben afgewezen.</para>
    <para />
    <para>9. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen </para>
    <para />
    <para>10. Het verzoek tot vergoeding van kosten in hoger beroep wordt, gelet op het in rechtsoverweging 8 genoemde arrest, afgewezen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>