<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:4762</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-25T10:04:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.231.411</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:4762">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:4762</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-25T10:03:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:4762 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 04-06-2019 / 200.231.411</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:4762:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Schadevergoeding wegens inbraak. Afgezien van tegenbewijs. Bewijsvermoeden niet ontzenuwd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:4762:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht, handel</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.231.411</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, 4946637)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">arrest van 4 juni 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [appellant]
        </emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>appellant,</para>
      <para>in eerste aanleg: gedaagde,</para>
      <para>hierna: [appellant] ,</para>
      <para>advocaat mr. E. Koekoek,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [geïntimeerde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>geïntimeerde,</para>
      <para>in eerste aanleg: eiseres,</para>
      <para>hierna: [geïntimeerde] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M. van Hunnik.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verdere verloop van het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Voor het verloop van de procedure tot dan toe verwijst het hof naar het in deze zaak gewezen tussenarrest van 26 februari 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit de akte uitlating levering tegenbewijs van [appellant] van 12 maart 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Vervolgens heeft het hof arrest bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het hof heeft in het arrest van 26 februari 2019 uit de getuigenverklaringen van [geïntimeerde] en haar moeder, de inkoopfactuur van 8 oktober 2009, de verklaringen van [appellant] in de strafzaak tegen de heer [x] en aangifte van de diefstal van [geïntimeerde] van 3 december 2009 het vermoeden afgeleid dat [geïntimeerde] op de dag van de inbraak € 6.000,00 in huis had en heeft [appellant] toegelaten tegenbewijs te leveren. [appellant] heeft in de akte uitlating levering tegenbewijs toegelicht waarom hij meent dat het hof uit de genoemde bewijsmiddelen dat vermoeden niet heeft kunnen afleiden. [appellant] heeft daarnaast aangegeven dat hij afziet van het leveren van tegenbewijs. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Het hof heeft in het arrest van 26 februari 2019 gemotiveerd waarop het hof het vermoeden heeft gebaseerd. Het hof ziet in wat [appellant] in zijn akte aanvoert geen aanleiding terug te komen van die beslissing. Nu [appellant] het vermoeden niet heeft ontzenuwd door middel van tegenbewijs, staat vast dat [geïntimeerde] op de dag van de inbraak € 6.000,00 in huis had. De grief tegen het bewijsoordeel van de rechtbank mist dus doel.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De slotsom is dat het hoger beroep faalt. De vonnissen van 2 november 2016 en 21 juni 2017 zullen worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerde] zullen worden vastgesteld op:</para>
      <para>- griffierecht			€   313,-</para>
      <para>- salaris advocaat		€   759 ,- (1 punt x tarief I)</para>
      <para>zoals gevorderd te vermeerderen met de wettelijke rente, zoals hierna vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, recht doende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 2 november 2016 en 21 juni 2017;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geïntimeerde] vastgesteld op € 313,- voor verschotten en op € 759,- voor salaris overeenkomstig het liquidatietarief, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit arrest, en – voor het geval voldoening binnen bedoelde termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart dit arrest wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mrs. F.J.P. Lock, H.C. Frankena en J.H. Steverink en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2019.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>