<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:3445</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T23:41:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/00965 t/m 18/00971</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verwijzingNaHogeRaad">Verwijzing na Hoge Raad</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2019/995</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2019/35.31.10</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2019-1155</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2019042603</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:3445">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:3445</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-24T10:34:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:3445 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 16-04-2019 / 18/00965 t/m 18/00971</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:3445:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitspraak na verwijzing. OB. Compromis ter zitting over de hoogte van de boetebeschikkingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:3445:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingkamer</para>
      <para>Locatie Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>nummers 18/00965 tot en met 18/00971</para>
      <para>uitspraakdatum: <emphasis role="bold">11 april 2019</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>nummer 05/003680</para>
    </parablock>
    <para> Proces-verbaal mondelinge uitspraak</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>appellant </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: <emphasis role="bold">de inspecteur van de Belastingdienst </emphasis>(hierna: de Inspecteur)</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>verweerder</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: de fiscale eenheid <emphasis role="bold">[X] B.V. c.s te [Z] </emphasis>(hierna: belanghebbende)</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>aangevallen beslissing</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (hierna: de Rechtbank) van 25 september 2015, nummers AWB 14/5436 tot en met 14/5443, na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 12 oktober 2018, nr. 17/05547, ECLI:NL:HR:2018:1895 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>betreft</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: boetebeschikkingen in de omzetbelasting opgelegd over de tijdvakken april 2011, mei 2011, juli 2011 tot en met oktober 2011 en januari 2012</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>onderzoek ter zitting</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: op 11 april 2019 te Arnhem</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>waarbij verschenen</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: namens belanghebbende haar directeur drs. [A] alsmede mw. mr. [B] , mr. [C] en mw. mr. [D] namens de Inspecteur</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>gronden:</title>
    <para />
    <para>1. Gelet op het debat ter zitting in deze procedure na verwijzing zijn partijen bij wijze van compromis overeengekomen dat de onderhavige boetebeschikkingen dienen te worden verminderd tot een totaalbedrag van € 5.000. </para>
    <para />
    <para>2. Het Hof heeft dienovereenkomstig beslist. Het hoger beroep van de Inspecteur is gegrond. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>proceskosten:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>beslissing:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Hof:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para> vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para> verklaart het beroep gegrond,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para> vernietigt de uitspraken op bezwaar, en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para> vermindert de boetebeschikkingen tot een totaalbedrag van € 5.000. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door mr. R. den Ouden, voorzitter, mr. M.G.J.M. van Kempen en mr. A.J. Kromhout, in tegenwoordigheid van mr. A. Vellema als griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De beslissing is op 11 april 2019 in het openbaar uitgesproken. </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> De griffier,										De voorzitter,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(A.Vellema)						(R. den Ouden)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op 16 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Postbus 20303,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">2500 EH Den Haag.</emphasis>
      </para>
      <para>Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para>1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
    <para>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:</para>
    <parablock>
      <para>a. de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>b de dagtekening;</para>
      <para>c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;</para>
      <para>d. de gronden van het beroep in cassatie.</para>
      <para>Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.</para>
      <para>Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>