<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:2574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T06:01:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">200.247.935/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Prg. 2019/153</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:2574">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:2574</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-27T08:45:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:2574 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 19-03-2019 / 200.247.935/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:2574:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontslag bewindvoerder omdat hij ernstig tekort is geschoten in zijn taak. Het vermogen van de rechthebbende is door toedoen van de bewindvoerder (en zonder de vereiste toestemming van de kantonrechter) aanzienlijk geslonken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:2574:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>afdeling civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer gerechtshof 200.247.935/01</para>
      <para>(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 7174161 VO VERZ 18-1790)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van 19 maart 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [A] ,<?linebreak?>verzoeker in hoger beroep,<?linebreak?>verder te noemen: [verzoeker] ,<?linebreak?>advocaat: mr. M. Helmantel te Sappemeer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:<?linebreak?><emphasis role="bold">[de rechthebbende]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [B] ,<?linebreak?>verder te noemen: de rechthebbende,</para>
      <para>
        <?linebreak?>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [C] B.V.</emphasis>,<?linebreak?>kantoorhoudend te [D] ,</para>
      <para>verder te noemen: de bewindvoerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het geding in eerste aanleg</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof verwijst naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland,  locatie Groningen, van 12 september 2018, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geding in hoger beroep</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het beroepschrift met productie(s), ingekomen op 15 oktober 2018;<?linebreak?>- een journaalbericht van mr. Helmantel van 8 november 2018 met productie(s);</para>
      <para>- een brief van de bewindvoerder van 19 december 2018;<?linebreak?>- een journaalbericht van mr. Helmantel van 5 februari 2019 met productie(s).<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>De mondelinge behandeling heeft op 15 februari 2019 plaatsgevonden. Verschenen zijn de heer [verzoeker] , vergezeld van zijn echtgenote en bijgestaan door zijn advocaat en namens de bewindvoerder is [E] verschenen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De rechthebbende is geboren [in] 1935. [verzoeker] is de zoon van de rechthebbende.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Bij beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Breda van 9 april 2010 is een bewind ingesteld over alle goederen van de rechthebbende. Daarbij is [verzoeker] tot bewindvoerder van de rechthebbende benoemd. Bij beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Breda van 22 december 2010 is tevens een mentorschap ingesteld ten behoeve van de rechthebbende waarbij [verzoeker] tot mentor is benoemd.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De omvang van het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de kantonrechter, voor zover relevant, [verzoeker] (ambtshalve) ontslagen als bewindvoerder en [C] als opvolgend bewindvoerder benoemd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [verzoeker] is met vijf grieven in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van<?linebreak?>12 september 2018. Zijn grieven zien op het verloop van de procedure in eerste aanleg en de gronden waarop de kantonrechter tot ontslag is overgegaan van [verzoeker] als bewindvoerder. Hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat hij (weer) tot bewindvoerder is/wordt benoemd over de gelden en de goederen van de rechthebbende.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De motivering van de beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">De procedurele klachten</emphasis>
    </para>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>Voor zover [verzoeker] zich beklaagt over de procedurele gang van zaken bij de kantonrechter heeft hij geen belang bij een inhoudelijke beoordeling daarvan omdat de zaak in hoger beroep met betrekking tot de punten waartegen inhoudelijk is gegriefd opnieuw, in volle omvang, wordt beoordeeld. Het hoger beroep strekt in dit verband mede tot herstel van eventuele procedurele gebreken tijdens de procedure in eerste aanleg. [verzoeker] heeft in dit verband in ieder geval in hoger beroep voldoende gelegenheid gehad zijn standpunt voor het voetlicht te brengen.<?linebreak?>5.2 	Voor zover [verzoeker] volhardt in zijn bezwaar dat de rechthebbende niet is gehoord overweegt het hof als volgt. Het hof heeft de rechthebbende in de gelegenheid gesteld om in het hoger beroep te worden gehoord. In dit kader is ook door [verzoeker] erkend dat de rechthebbende is opgeroepen om ter zitting bij het hof te verschijnen. [verzoeker] heeft  desgevraagd verklaard dat hij er bewust van af heeft gezien om de rechthebbende mee te nemen naar de zitting en/of haar naar de zitting te laten gaan. Ook is het hof niet verzocht om de rechthebbende op locatie te horen. Onder deze omstandigheden ziet het hof geen reden de rechthebbende alsnog in de gelegenheid te stellen te worden gehoord. Het hof heeft daarbij mede in overweging genomen dat het hof geen aanleiding heeft om te twijfelen aan de informatie van [verzoeker] dat de rechthebbende graag wil dat [verzoeker] haar bewindvoerder blijft.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <parablock>
        <para>Uit het voorgaande volgt dat de procedurele klachten van [verzoeker] falen. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gewichtige redenen voor het ontslag</emphasis>
          <?linebreak?>5.4 	Aan de orde is vervolgens of sprake is van gewichtige redenen, bedoeld in artikel 1:448 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW), voor het ontslag van [verzoeker] als bewindvoerder van de rechthebbende. Na eigen onderzoek beantwoordt het hof die vraag evenals de kantonrechter bevestigend. In aanvulling op de overwegingen van de kantonrechter daaromtrent in de bestreden beschikking overweegt het hof nog het volgende.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] heeft in hoger beroep bevestigd dat hij in de afgelopen jaren bewust, teneinde belastingafdracht en de bijdrage aan het CAK te verminderen, buiten het toezicht van de kantonrechter om, door middel van giften aan, vooral, familie van de rechthebbende en een lening aan hemzelf het vermogen van de rechthebbende heeft verminderd. Hij heeft nagelaten hiervoor toestemming aan de kantonrechter te vragen, terwijl hij dat op grond van artikel 1:441 lid 2 BW en B9 van de Aanbevelingen meerderjarigenbewind van het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton &amp; Toezicht (hierna: Aanbevelingen) wel had moeten doen. Hij heeft eveneens zonder machtiging duizenden euro’s van het vermogen van de rechthebbende geïnvesteerd in, volgens zijn zeggen, waardevaste goederen als postzegels,  Donald Ducks en modelspoortreinen. Dit heeft hij gedaan ondanks dat de rechtbank, onder meer in de tot de stukken behorende brief van 11 november 2016, hem op de verplichting heeft gewezen om voorafgaand machtiging te vragen voor uitgaven ten laste van het vermogen van de rechthebbende van meer dan € 1.500,-. Daardoor is het liquide vermogen van de rechthebbende (volgens [verzoeker] met zo'n € 60.000,-) teruggebracht naar een stand van ongeveer € 25.000,-. Het vermogen van de rechthebbende is door het handelen van [verzoeker] zodanig geslonken dat het minder is dan het minimumbedrag van € 30.000,- dat in de Aanbevelingen onder D6 wordt genoemd.</para>
        <para>Het moge zo zijn dat [verzoeker] de enige erfgenaam van de rechthebbende is maar het hof ziet daarin geen reden om het handelen van [verzoeker] in een ander perspectief te bezien. Een maatregel als bewind is immers bedoeld om de belangen van de rechthebbende te dienen en niet die van degenen die zich als erfgenaam beschouwen.</para>
        <para>De verklaring van [verzoeker] dat hij de hoge eigen bijdrage CAK van de rechthebbende en belastingheffing wilde verminderen, kan hem evenmin baten. Daargelaten dat het vermogen van de rechthebbende niet zozeer door deze overheidsafdrachten maar juist door gedragingen van [verzoeker] is verminderd, heeft de voorgestane handelwijze van [verzoeker] ten doel bestaande regelgeving te omzeilen die de toezichthoudende kantonrechter zal wensen te respecteren. Naar het zich laat aanzien zijn de mogelijkheden om de kwaliteit van leven van de rechthebbende te verbeteren dan wel te waarborgen juist minder geworden door haar door toedoen van [verzoeker] geslonken vermogen.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>Voor zover [verzoeker] heeft aangevoerd dat de rekening en verantwoording 2017 is goedgekeurd blijkens de brief van de rechtbank van 13 september 2018, leidt dat niet tot een ander oordeel. De desbetreffende brief van de rechtbank van 13 september 2018 is later ingetrokken en het hof heeft hierin thans zijn eigen beoordeling te maken mede gelet op de herstelfunctie van het hoger beroep. Een en ander laat onverlet dat [verzoeker] ernstig tekort is geschoten in zijn taak als bewindvoerder van de rechthebbende reeds omdat hij opzettelijk zonder de daarvoor vereiste toestemming het (liquide) vermogen van de rechthebbende aanzienlijk heeft doen slinken.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para>Uit het voorgaande volgt dat ook de inhoudelijke grieven van [verzoeker] falen.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De slotsom</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof, beschikkende in hoger beroep:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, van 12 september 2018 voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst af het meer of anders verzochte.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mrs. E.B.E.M. Rikaart-Gerard, M.P. den Hollander en G.J. Baken, bijgestaan door mr. A.J.Th. Harkema als griffier en is op 19 maart 2019 in het openbaar uitgesproken.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>