<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:11431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-03T13:30:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-004612-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:11431">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:11431</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-10-03T09:57:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-10-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:11431 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 12-08-2019 / 21-004612-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:11431:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 12 augustus 2019 een toen 31-jarige vrouw uit [woonplaats] vrijgesproken van bedreiging van twee hulpverleners en een medepatiënt. Verdachte verbleef op de afdeling Intensive Care van psychiatrisch ziekenhuis [naam], waar zij vanwege haar psychische toestand krachtens een rechterlijke machtiging gedwongen was opgenomen. </para>
        <para>Op 29 augustus 2017 werd verdachte vanwege haar onhandelbare gedrag en ontregelde toestand tegen haar wil naar de separeercel overgebracht. Bij die gelegenheid heeft verdachte dreigende taal geuit in de richting van een van de hulpverleners. </para>
        <para>Op 11 september 2017 verbleef verdachte nog steeds in hetzelfde psychiatrisch ziekenhuis en heeft zij, terwijl zij in de separeercel was geplaatst, dreigende taal geuit naar een hulpverlener omdat verdachte van haar niet mocht roken.</para>
        <para>Op 20 september 2017 verbleef verdachte ook nog steeds in hetzelfde psychiatrisch ziekenhuis en heeft zij ruzie kregen met een medepatiënt en daarbij dreigende taal geuit.</para>
        <para>Het hof is van oordeel dat als in een situatie als bovenbeschreven een reactie zo heftig is dat die een verbale bedreiging inhoudt, en gelet op de psychiatrische omgeving en context waarin die reactie wordt gegeven, niet zonder meer vast staat dat in redelijkheid door professionals als aangeefsters te vrezen valt dat verdachte die verbale bedreiging ook werkelijk zal uitvoeren. Bijzondere omstandigheden om daarvoor bezorgd te zijn, zijn in de gegeven situatie niet gebleken. Het hof acht daarom niet bewezen dat bij de bedreigde (aangeefster) de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee gedreigd werd ook zou worden gepleegd.</para>
        <para>Ten aanzien van de tenlastegelegde bedreiging van de medepatiënt is het hof van oordeel dat uit de bewijsmiddelen een bedreiging van aangeefster niet onmiskenbaar is af te leiden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:11431:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-004612-18 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	12 augustus 2019</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem</para>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 16 augustus 2018 met parketnummer 16-027050-18 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, </para>
      <para>wonende te [postcode] [woonplaats] , [woonadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 29 juli 2019.</para>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en haar raadsvrouw, mr. M. van der Salm, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ontvankelijkheid van het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is bij vonnis waarvan beroep vrijgesproken van het onder 4 tenlastegelegde. Hoger beroep tegen deze vrijspraak staat voor verdachte niet open. Nu de verdachte onbeperkt hoger beroep heeft ingesteld zal het hof verdachte daarom in zoverre niet-ontvankelijk in haar hoger beroep verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.<?linebreak?>zij op of omstreeks 29 augustus 2017 te [pleegplaats] , in elk geval in Nederland, [hulpverlener 1] , hulpverlener, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door dreigend op die voornoemde [hulpverlener 1] af te komen lopen en daarbij dreigend de woorden toe te voegen: "Ik ga je kapot maken" en/of "Ik maak je dood" en/of "Ik ga zorgen dat andere mensen je dood maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;</para>
    <para />
    <para>2.<?linebreak?>zij op of omstreeks 11 september 2017 te [pleegplaats] , in elk geval in Nederland, [hulpverlener 2] , hulpverlener, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door dreigend op die voornoemde [hulpverlener 2] af te komen lopen en daarbij (meermalen) dreigend de woorden toe te voegen: "Ik maak je af." en/of "Ik maak je echt af kankerhoer?", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;</para>
    <para />
    <para>3.<?linebreak?>zij op of omstreeks 20 september 2017 te [pleegplaats] , in elk geval in Nederland, [benadeelde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een glas in de richting van die voornoemde [benadeelde] te gooien en vervolgens die voornoemde [benadeelde] dreigend de woorden toe te voegen "Ik ga je vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vrijspraak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de feiten 1 en 2 overweegt het hof:</para>
      <para>Het tenlastegelegde feit 1 vond plaats op 29 augustus 2017 op de afdeling Intensive Care van psychiatrisch ziekenhuis [ziekenhuis] , waar verdachte vanwege haar psychische toestand krachtens een rechterlijke machtiging gedwongen was opgenomen. Op enig moment werd verdachte vanwege haar onhandelbaar gedrag en haar ontregelde toestand tegen haar wil naar de separeercel overgebracht door aangeefster en drie mannelijke verpleegkundigen. Bij die gelegenheid heeft zij – in haar emotionele geestelijke toestand – bedreigende taal geuit in de richting van aangeefster. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Het tenlastegelegde feit 2 vond plaats op 11 september 2017 in hetzelfde psychiatrisch ziekenhuis [ziekenhuis] te [pleegplaats] , waar verdachte (nog steeds) vanwege haar psychische toestand krachtens een rechterlijke machtiging gedwongen was opgenomen. Verdachte was in de separeercel geplaatst en mocht niet roken van aangeefster. Bij die gelegenheid heeft zij – in haar ontregelde geestelijke toestand – bedreigende taal geuit in de richting van aangeefster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is van bedreiging sprake indien deze van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden gepleegd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hof acht bij de beoordeling van de feiten 1 en 2  allereerst van belang dat verdachte vanwege haar geestelijke toestand gedwongen was opgenomen op de psychiatrische afdeling om behandeld te worden voor haar daaruit voortvleiende klachten en onhandelbaar gedrag. Het is voorstelbaar dat verdachte, wanneer zij vanwege dat gedrag in de separeercel wordt of is geplaatst, grensoverschrijdend en onaangepast reageert wanneer zij door het personeel wordt beetgepakt.  Datzelfde kan zich voordoen wanneer haar wens om in de separeercel te mogen roken, wordt afgewezen, hoe terecht die afwijzing op zichzelf genomen misschien ook moge zijn. </para>
      <para>Als die reactie zo heftig is dat die een verbale bedreiging inhoudt dan staat gelet op de psychiatrische omgeving en context, waarin die reactie wordt gegeven, niet zonder meer vast dat in redelijkheid door professionals als aangeefsters te vrezen valt dat verdachte die verbale bedreiging ook werkelijk zal uitvoeren. Bijzondere omstandigheden om daarvoor bezorgd te zijn, zijn in de gegeven situatie niet gebleken.</para>
      <para>Het hof acht daarom niet bewezen dat bij de bedreigde (aangeefster) de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee gedreigd werd ook zou worden gepleegd.</para>
      <para>Het hof zal verdachte vrijspreken van het onder 1 en 2 tenlastegelegde.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van feit 3 overweegt het hof:</para>
      <para>Aangeefster [benadeelde] was – net als verdachte – op 20 september 2017 opgenomen in psychiatrisch ziekenhuis [ziekenhuis] en verbleef op de afdeling Intensive Care. Aangeefster en verdachte hebben daar ruzie met elkaar gekregen waarbij en over en weer is gescholden. Aangeefster en verdachte zijn toen van elkaar gescheiden door het personeel waarna verdachte bedreigende taal heeft geuit. Gelet op de situatie waarin zowel aangeefster als verdachte zich bevonden en de verklaringen van het personeel, waaruit een bedreiging aan het adres van aangeefster niet onmiskenbaar valt af te leiden, is naar het oordeel van het hof niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 4 ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. M.L. Plas, voorzitter,</para>
      <para>mr. J.P. Bordes en mr. P.R. Wery, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.C. Wormgoor, griffier,</para>
      <para>en op 12 augustus 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M.L. Plas is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 12 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
      <para>mr. F.A.M. Bakker, voorzitter,</para>
      <para>mr. J. van Onna, advocaat-generaal,</para>
      <para>J.R.M. Roetgerink, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter doet de zaak uitroepen.</para>
      <para>De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.</para>
      <para>De voorzitter spreekt het arrest uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>