<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:11282</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T06:03:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">21-006410-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VR 2020/116</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:11282">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:11282</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-10T14:42:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:11282 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 23-12-2019 / 21-006410-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:11282:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikel 8 lid 1 WVW, gepleegd voorafgaand aan 1 juli 2017. Uit het Besluit alcoholholonderzoek vloeit geen recht op tegenonderzoek van bloed op een andere stof dan alcohol voort. De omstandigheid dat verdachte niet (onverwijld) op het recht op tegenonderzoek is gewezen leidt er aldus niet toe dat zij dient te worden vrijgesproken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:11282:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Parketnummer:	21-006410-18 </para>
    <para>Uitspraak d.d.:	23 december 2019</para>
    <para>TEGENSPRAAK</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Verkort arrest</emphasis> van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem,</para>
    <para>gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 6 februari 2018 met parketnummer 96-220902-17 in de strafzaak tegen</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het hoger beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. De advocaat-generaal heeft gevorderd het vonnis van de eerste rechter te vernietigen en de verdachte te veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door de verdachte en haar raadsman, </para>
      <para>mr. G.W. Wurpel, naar voren is gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het vonnis waarvan beroep</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is in eerste aanleg ter zake het ten laste gelegde veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis alsmede tot een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het vonnis op de voet van artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering is aangetekend en daarom niet de in hoger beroep voorgeschreven vermeldingen bevat. Het hof zal daarom opnieuw rechtdoen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">De tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij, op of omstreeks 28 november 2016 te Ammerzoden, gemeente Maasdriel als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl zij verkeerde onder zodanige invloed van een/meer stof(fen), te weten, </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>GHB, stof(groep): overig, resultaat: 120 milligram per liter bloed, en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Amfetamine, stof(groep): Amfetamine-achtige, resultaat: 0,24 milligram per liter bloed, en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Diazepam, stof(groep): Benzodiazepinen, resultaat: 0,056 milligram per liter bloed, en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Desmethyldiazepam, stof(groep): Benzodiazepinen, resultaat: 0,094 milligram per liter bloed, en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>THC-COOH, stof(groep): Cannabinoïden, resultaat: 0,026 milligram per liter bloed, </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>waarvan zij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat zij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overweging met betrekking tot het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken nu zij niet overeenkomstig artikel 13, tweede lid, Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer (hierna: het Besluit) is gewezen op een recht op tegenonderzoek. Weliswaar is de verdachte per brief nog op het recht op het tegenonderzoek gewezen, maar hiervan kan niet komen vast te staan of de verdachte deze heeft ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van het hof</emphasis>
      </para>
      <para>Het hof overweegt dat de verdachte wordt verweten zich op 28 november 2016 schuldig te hebben gemaakt aan overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994). Het hof stelt vast dat het Besluit, zoals aangehaald door de raadsman, in werking is getreden op 1 juli 2017. Blijkens artikel 22 van het Besluit wordt een onderzoek dat ter vaststelling van een overtreding op grond van artikel 8, eerste lid, WVW 1994 voor de inwerkingtreding van dit besluit is of wordt uitgevoerd, afgehandeld overeenkomstig de regels die daarop voor de inwerkingtreding van dit besluit van toepassing waren. Dit leidt naar het oordeel van het hof tot de conclusie dat het Besluit niet van toepassing is op de onderhavige situatie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof stelt vast dat ten tijde van het ten laste gelegde het Besluit alcoholonderzoeken van kracht was, maar dat uit de artikelen 10a en 21 Besluit alcoholonderzoeken niet het recht op tegenonderzoek van bloed op een andere stof dan alcohol voortvloeit. Naar de bewoordingen van die bepaling gaat het daar immers uitsluitend om tegenonderzoek naar het alcoholgehalte van bloed of urine. Gelijkschakeling van een bloedonderzoek naar het alcoholgehalte met onderzoek van bloed naar de concentratie van een andere stof ligt zonder ontbrekende wettelijke grondslag niet zonder meer voor de hand. In het geval de verkeersregelgeving het tegenonderzoek van bloed op drugs niet regelt, kan om die reden naar het oordeel van het hof dus evenmin sprake zijn van een uit die verkeersregelgeving voortvloeiend recht op tegenonderzoek, laat staan van een verplichting tot (onverwijlde) mededeling daarvan aan de verdachte. De omstandigheid dat de verdachte aldus niet (onverwijld) op een recht op tegenonderzoek zou zijn gewezen, dient er niet toe te leiden dat zij om die reden van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat maakt dat het hof de onderzoeksresultaten voortkomende uit het toxicologische bloedonderzoek, zoals neergelegd in de rapportage van het NFI d.d. 29 december 2016, kan en ook zal gebruiken als bewijsmiddel. Het hof overweegt daarbij dat het geen enkele reden heeft om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van deze bevindingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij, op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 28 november 2016 te Ammerzoden, gemeente Maasdriel als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl zij verkeerde onder zodanige invloed van <emphasis role="strike-through">een/meer</emphasis> stof<emphasis role="strike-through">(</emphasis>fen<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, te weten, </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>GHB, stof(groep): overig, resultaat: 120 milligram per liter bloed, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Amfetamine, stof(groep): Amfetamine-achtige, resultaat: 0,24 milligram per liter bloed, <emphasis role="strike-through">en/of </emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">Diazepam, stof(groep): Benzodiazepinen, resultaat: 0,056 milligram per liter bloed, en/of </emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">Desmethyldiazepam, stof(groep): Benzodiazepinen, resultaat: 0,094 milligram per liter bloed, en/of </emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="strike-through">THC-COOH, stof(groep): Cannabinoïden, resultaat: 0,026 milligram per liter bloed, </emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>waarvan zij <emphasis role="strike-through">wist of</emphasis> redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat zij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Oplegging van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het rijden onder invloed van meerdere stoffen die de rijvaardigheid konden beïnvloeden. De verdachte heeft als gevolg hiervan de verkeersveiligheid in gevaar gebracht. Haar rijgedrag was dermate opvallend dat een oplettende getuige reden zag om daarvan melding te doen bij de politie. Het is aan het handelen van medeweggebruikers te danken dat er geen ongeval heeft plaatsgevonden. </para>
      <para>Het hof neemt bij de straftoemeting in aanmerking dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep geen blijk heeft gegeven het verwerpelijke van haar handelen in te zien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft acht geslagen op een haar betreffend Uittreksel Justitiële documentatie d.d. 11 november 2019, waaruit blijkt dat de verdachte eerder, zij het in het verre verleden (in 2008), onherroepelijk is veroordeeld voor het rijden onder invloed. Gezien de ouderdom van die veroordeling zal het hof de verdachte evenwel als first offender beschouwen. Uit het uittreksel blijkt voorts dat de verdachte na het thans bewezen verklaarde feit is veroordeeld voor rijden zonder geldig rijbewijs. In zoverre zal het hof in het voordeel van de verdachte artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht toepassen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdachte is aangevoerd dat zij thans niet in staat moet worden geacht aan taakstraf uit te voeren in verband met medische problemen van recente datum, als gevolg waarvan zij ook haar kappersopleiding heeft moeten stoppen. Het hof ziet zonder nadere (schriftelijke) onderbouwing daarvan geen aanleiding om aan te nemen dat de verdachte, na eventuele behandeling voor haar medische klachten, ook in de toekomst niet in staat kan worden geacht een bij haar situatie passende taakstraf uit te voeren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof is uit thans voorhanden zijnde stukken niet gebleken dat het rijbewijs van de verdachte in het kader van deze strafzaak ingevorderd is geweest. Het hof kan derhalve niet vaststellen of het rijbewijs gedurende 12 maanden ingevorderd is geweest, zoals aangevoerd door de raadsman, en zo ja, of dat op strafrechtelijke dan wel bestuursrechtelijke gronden is geweest. Het hof ziet in het vorenstaande in elk geval geen aanleiding – gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit en de omstandigheden waaronder het is begaan – in het geheel geen ontzegging van de rijbevoegdheid meer aan de verdachte op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegend acht het hof – de ernst van het feit en in strafmatigende zin de persoonlijke omstandigheden van de verdachte in aanmerking genomen, zoals deze ter terechtzitting van het hof naar voren zijn gekomen – een onvoorwaardelijke taakstraf van hierna te melden duur, alsmede een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, passend en geboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het hof:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">60 (zestig) uren</emphasis>, indien niet naar behoren verricht te vervangen door <emphasis role="bold">30 (dertig) dagen hechtenis</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de <emphasis role="bold">bevoegdheid motorrijtuigen te besturen</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door</para>
      <para>mr. H.M.D. de Jong, voorzitter,</para>
      <para>mr. A.J.M. Kaptein en mr. F.W. van Lottum, raadsheren,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K. Elema, griffier,</para>
      <para>en op 23 december 2019 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. F.W. van Lottum is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.</para>
      <para>Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 23 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
      <para>mr. J.D. den Hartog, voorzitter,</para>
      <para>mr. J. Zeilstra, advocaat-generaal,</para>
      <para>mr. D. van der Geld, griffier.</para>
      <para>De voorzitter doet de zaak uitroepen.</para>
      <para>De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.</para>
      <para>De voorzitter spreekt het arrest uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>