<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:11239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-15T08:37:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">WAHV 200.253.067</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:11239">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:11239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-15T08:37:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:11239 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 30-12-2019 / WAHV 200.253.067</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:11239:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Niet stoppen voor rood licht. De advocaat-generaal stelt voor om de feitcode te wijzigen in het ‘niet stoppen voor de stopstreep’, omdat aannemelijk is dat de betrokkene voor het rode licht is gestopt nu de remlichten branden. Het hof ziet geen aanleiding voor wijziging van de feitcode, omdat uit de foto’s en meetgegevens volgt dat het voertuig van de betrokkene het verkeerslicht </para>
        <para>is gepasseerd. Er is een voertuigsnelheid van 41 km/h gemeten en het hof leidt uit de foto’s niet af dat de remlichten van het voertuig branden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:11239:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">WAHV 200.253.067</emphasis>
    </para>
    <para>30 december 2019</para>
    <parablock>
      <para>CJIB 214031901</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">zittingsplaats Leeuwarden</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Arrest</emphasis>
    </para>
    <para>op het hoger beroep tegen de beslissing</para>
    <para>van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland</para>
    <para>van 22 oktober 2018</para>
    <para>betreffende</para>
    <para>
      [betrokkene] B.V.  (hierna te noemen: betrokkene),</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te [A] ,</para>
      <para />
    </parablock>
    <parablock>
      <para>voor wie als gemachtigde optreedt [B] , </para>
      <para>wonende te [C] .</para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. <?linebreak?>Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 16 december 2019. De gemachtigde van de betrokkene is niet verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door </para>
      <para>mr. [D] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood licht driekleurig verkeerslicht”, welke gedraging zou zijn verricht op 22 januari 2018 om 13:25 uur op de N204 Europabaan te Woerden met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde erkent de stopstreep te zijn gepasseerd, maar ontkent verder te zijn gereden. Hij doet een beroep op overmacht, omdat hij rustig wilde remmen, maar dit lukte niet omdat de mat onder zijn voeten opkrulde. Op de eerste foto is volgens de gemachtigde te zien dat hij remde en op de tweede foto stond hij stil. Dit was net na de stopstreep, maar vóór het rood licht uitstralende verkeerslicht. Het voertuig is uiteindelijk tot stilstand gebracht doordat de medepassagier aan de handrem trok. <?linebreak?></para>
    <para>3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.<?linebreak?></para>
    <para>4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en onder meer de volgende - als verklaring van de ambtenaar te duiden - gegevens:<?linebreak?>"De overtreding is met roodlichtapparatuur geautomatiseerd op twee digitale foto's vastgelegd.<?linebreak?>Foto 1: het betreffende voertuig activeert de radardetectie of de lus achter de stopstreep van het rode verkeerslicht. Op het moment van constatering brandde het rode licht reeds 10.9 seconden.<?linebreak?>Foto 2: circa een seconde later. Op foto 2 is duidelijk te zien dat het voertuig verder is gereden. De tijdsduur van de geellichtfase is op de foto vermeld."<?linebreak?></para>
    <para>5. Op beide foto's is te zien dat het verkeerslicht rood licht uitstraalt. Op de eerste foto is te zien dat het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] de stopstreep passeert. Op de tweede foto is te zien dat het voertuig verder is gereden en zich met de voorkant naast, dan wel ter hoogte van het verkeerslicht bevindt. Uit de gegevens in de databalk onder de foto's blijkt dat het verkeerslicht 10,91 seconden rood licht uitstraalde op het moment dat de eerste foto werd gemaakt en 12,42 seconden op het moment dat de tweede foto werd gemaakt en dat de gemeten snelheid 41 kilometer per uur is.</para>
    <para />
    <para>6. Ter zitting heeft de advocaat-generaal voorgesteld de feitcode te wijzigen in feitcode R620, omdat deze feitcode meer recht doet aan de situatie. De omschrijving van de gedraging luidt dan: “niet stoppen voor de stopstreep”. De advocaat-generaal overweegt hierbij dat op de foto’s zichtbaar is dat de remlichten van het voertuig branden, waardoor het aannemelijk is dat de betrokkene voor het rood uitstralende verkeerslicht is gestopt.</para>
    <para />
    <para>7. Anders dan de advocaat-generaal heeft voorgesteld, ziet het hof geen aanleiding om de feitcode te wijzigen. Het hof is van oordeel dat de gedraging behorend bij de gebruikte feitcode kan worden vastgesteld. De stelling van de gemachtigde dat hij het voertuig tot stilstand heeft gebracht voor het verkeerslicht, wordt niet ondersteund door de foto's en de meetgegevens. Uit het samenstel van de foto's en de meetgegevens volgt dat het voertuig van de betrokkene het verkeerslicht is gepasseerd, terwijl het rood licht uitstraalde. Hiervoor is van belang dat bij de flitscontrole een voertuigsnelheid van 41 kilometer per uur is gemeten. Anders dan de betrokkene en de advocaat-generaal menen, blijkt uit de foto’s niet dat de remlichten van het voertuig branden, enkel te zien is de weerkaatsing van het flitslicht op de rode reflectoren onderin de bumper en een kleine reflectie in het achterlicht links in het midden van het voertuig. Het derde remlicht licht niet op en evenmin is aan de rechterzijde een brandend remlicht waar te nemen. Het hof stelt dan ook vast dat de gedraging is verricht. </para>
    <para />
    <para>8. Met betrekking tot het beroep op overmacht overweegt het hof als volgt. Een geslaagd beroep hierop kan leiden tot het oordeel dat de gedraging is verricht onder zodanige omstandigheden dat de sanctie achterwege zou moeten blijven. Aan een dergelijk beroep dient tenminste de eis te worden gesteld dat feiten en omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden dat de bestuurder onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dat hij heeft gedaan. Aan dit vereiste is niet voldaan. Het verweer van de gemachtigde doet lijken alsof er sprake was van een acute situatie waarin hij snel moest handelen. Uit de foto's blijkt echter dat het verkeerslicht bij het passeren van de streep al 10,9 seconden rood licht uitstraalde. Naar het oordeel van het hof heeft de gemachtigde reeds gelet op die omstandigheid onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Het hof ziet dan ook geen reden de sanctie achterwege te laten of te matigen. </para>
    <para />
    <para>9. De slotsom is dat de kantonrechter een juiste beslissing heeft gegeven. Het hof zal deze beslissing dan ook bevestigen.<?linebreak?></para>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>bevestigt de beslissing van de kantonrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>