<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:GHARL:2019:11136</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-15T08:30:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Gerechtshof_Arnhem-Leeuwarden" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">Wahv 200.263.453/01</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:11136">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2019:11136</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-15T08:30:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:GHARL:2019:11136 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 24-12-2019 / Wahv 200.263.453/01</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:GHARL:2019:11136:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uit artikel 1 RVV 1990 volgt dat de term bromfiets tevens de term snorfiets omvat. Conflicterende bebording? Nee, want bord C12 is niet van toepassing op bromfietsen, maar op motorvoertuigen. Bord G13 heeft betrekking op bestuurders van snorfietsen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:GHARL:2019:11136:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN  </bridgehead>
    <para>zittingsplaats Leeuwarden</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Zaaknummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: Wahv 200.263.453/01</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>CJIB-nummer </para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 218541189 </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para>Uitspraak d.d.</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>: 24 december 2019</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Arrest</emphasis> op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag van 2 juli 2019, betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [betrokkene] (hierna: de betrokkene),</bridgehead>
    <para>wonende te [A] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene is [B] , wonende te [A] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De beslissing van de kantonrechter</bridgehead>
    <para>De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.  </para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>Het verloop van de procedure</title>
    <parablock>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. </para>
      <para>Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. </para>
      <para>De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.</para>
      <para>De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die<?linebreak?>gelegenheid is geen gebruik gemaakt. </para>
      <para>De zaak is behandeld op de zitting van 10 december 2019. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [C] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para>1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “als bromfietser bij ontbreken fiets/bromfietspad niet de rijbaan gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 24 juni 2018 om 14:15 uur op het Pieter Pauluspad in Den Haag met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .</para>
    <para />
    <para>2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat er ter plaatse sprake is van twee conflicterende verkeersborden. Het bovenste verkeersbord (bord C12) geeft aan dat men hier <emphasis role="italic">wel</emphasis> met de snorfiets mag rijden en het onderste verkeersbord (bord G13) geeft aan dat men hier <emphasis role="italic">niet</emphasis> met de snorfiets mag rijden. Daarnaast geeft de gemachtigde aan dat de gedraging is begaan met een snorfiets. De gedraging zoals onder 1. omschreven kan dus niet ‘als bromfietser’ verricht zijn.  Bovendien is er geen rijbaan die gebruikt had kunnen worden. Het enige alternatief was (ver) omrijden.  </para>
    <para />
    <para>3. Artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) geeft als definitie van snorfiets: “bromfiets die blijkens de gegevens in het kentekenregister is geconstrueerd voor een maximumsnelheid die niet meer bedraagt dan 25 km per uur. (…)” Hieruit blijkt dat dat de term bromfiets tevens de term snorfiets omvat. </para>
    <para />
    <para>4. <?linebreak?>Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.</para>
    <para />
    <para>5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: </para>
    <para>“Ik zag dat de betrokkene met een ingeschakelde bromfiets reed over een fietspad.”</para>
    <para />
    <para>6. De gemachtigde heeft een foto van de situatie ter plaatse bijgevoegd waarop de twee verkeersborden te zien zijn, het bord C12 en het bord G13. Op de foto is geen rijbaan zichtbaar. <?linebreak?>7.	Artikel 5 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) luidt, voor zover relevant, als volgt:</para>
    <para>"1. Fietsers gebruiken het verplichte fietspad of het fiets/bromfietspad.</para>
    <para>2. Zij gebruiken de rijbaan indien een verplicht fietspad of een fiets/bromfietspad ontbreekt.</para>
    <para>3. Zij mogen het onverplichte fietspad gebruiken. Bestuurders van snorfietsen uitgerust met een verbrandingsmotor mogen het onverplichte fietspad slechts gebruiken met uitgeschakelde motor. (…)"</para>
    <para />
    <para>8. Gelet op de verklaring van de ambtenaar heeft deze kennelijk bedoeld de betrokkene te sanctioneren voor overtreding van artikel 5, derde lid, van het RVV 1990, wat de gedraging behorend bij feitcode R312b oplevert: “als snorfietser met ingeschakelde verbrandingsmotor het onverplichte fietspad gebruiken”. Het hof zal beoordelen of kan worden vastgesteld dat deze gedraging is verricht. </para>
    <para>9. <?linebreak?>Uit bijlage 1 van het RVV 1990 blijkt dat het bord C12 aangeeft “Gesloten voor alle motorvoertuigen”. Artikel 1 van het RVV 1990 geeft als definitie van motorvoertuigen “alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen, fietsen met trapondersteuning en gehandicaptenvoertuigen (…)”.  </para>
    <para />
    <para>10. Uit bijlage 1 blijkt verder dat het bord G13 aangeeft “Onverplicht fietspad”. </para>
    <para />
    <para>11. Van conflicterende bebording is geen sprake. In tegenstelling tot wat de gemachtigde stelt betekent het bord C12 niet dat snorfietsers wel op het aldaar gelegen fietspad mogen rijden. Dit bord geeft enkel aan dat motorvoertuigen daar <emphasis role="italic">niet</emphasis> mogen rijden. </para>
    <para />
    <para>12. Het bord G13 heeft betrekking op bestuurders van snorfietsen. Zoals onder 7. omschreven staat in artikel 5, derde lid, van het RVV 1990 dat bestuurders van snorfietsen alleen het onverplichte fietspad mogen gebruiken met een uitgeschakelde motor. Dit betekent dat de betrokkene niet met ingeschakelde motor op de snorfiets op het fietspad mocht rijden. </para>
    <para />
    <para>13. Gelet op de gegevens in het dossier en in aanmerking genomen dat niet wordt ontkend dat de betrokkene met de snorfiets met een ingeschakelde motor over het fietspad heeft gereden, is het hof van oordeel dat de gedraging behorende bij feitcode R312b is verricht. De betrokkene wist waartegen hij zich diende te verdedigen en de hoogte van de sanctie is voor beide gedragingen gelijk. De betrokkene wordt door de wijziging van de feitcode dan ook niet in zijn belangen geschaad. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>14. Gelet op het voorgaande zal het hof het beroep tegen de inleidende beschikking gedeeltelijk gegrond verklaren en wijzigen in de zin dat als de omschrijving van de gedraging heeft te gelden “als snorfietser met ingeschakelde verbrandingsmotor het onverplichte fietspad gebruiken” (R312b). </para>
    <para />
    <para>15. Het hof komt, gelet op het hiervoor overwogene, tot de volgende beslissing.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>Het gerechtshof:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vernietigt de beslissing van de kantonrechter;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking in zoverre dat de feitcode “als bromfietser bij ontbreken fiets/bromfietspad niet de rijbaan gebruiken” (R311) wordt gewijzigd in “als snorfietser met ingeschakelde verbrandingsmotor het onverplichte fietspad gebruiken” (R312b).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Veenstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>